Alle wetboeken › WER

BOEK IV - Bescherming van de mededinging

TITEL 4 - Toepassing van Verordening (EU) 2022/1925

IV.96–IV.102

Art. IV.96

§ 1.De auditeur-generaal kan beslissen een onderzoek zoals bedoeld in artikel 38, lid 7, van Verordening (EU) 2022/1925 te openen naar de niet-naleving van de artikelen 5, 6 en 7 van dezelfde Verordening op het Belgische grondgebied. Overeenkomstig artikel IV.27, §§ 2 en 3, wijst hij een personeelslid van het auditoraat aan als auditeur die met de dagelijkse leiding van het onderzoek wordt belast en een onderzoeksteam dat met het onderzoek is belast onder zijn algemene leiding en de dagelijkse leiding van de auditeur.

De auditeur en de personeelsleden van de Belgische Mededingingsautoriteit kunnen in het kader van het onderzoek toepassing maken van de artikelen IV.40 tot IV.40/5.

§ 2.Zodra het onderzoek is afgesloten, deelt de auditeur-generaal de bevindingen mee aan de Europese Commissie.

Art. IV.97

De daartoe door de auditeur-generaal aangewezen personeelsleden van de Belgische Mededingingsautoriteit worden belast met de bijstandstaken met toepassing van de artikelen 21, lid 5, 22, lid 2, 23, lid 3, en 26, lid 2, van Verordening (EU) 2022/1925.

Daarnaast kunnen zij de Europese Commissie steun verlenen bij haar marktonderzoeken overeenkomstig de artikelen 16, lid 5, en 38, lid 6, van Verordening (EU) 2022/1925.

Art. IV.98

Voor de toepassing van Verordening (EU) 2022/1925 hebben de voorzitter, de auditeur-generaal en de personeelsleden van de Belgische Mededingingsautoriteit de bevoegdheid om alle gegevens, zowel van feitelijke als van juridische aard, met inbegrip van vertrouwelijke informatie, mee te delen aan de Europese Commissie en aan de nationale mededingingsautoriteiten.

Art. IV.99

De kennisgeving van praktijken of gedragingen die onder het toepassingsgebied vallen van Verordening (EU) 2022/1925 gebeurt met toepassing van artikel 27, lid 1, van dezelfde Verordening aan de auditeur-generaal.

De auditeur-generaal heeft een volledige discretionaire bevoegdheid voor de keuze van passende maatregelen en is niet verplicht de informatie in zijn overwegingen mee te nemen. Indien hij vaststelt dat de ontvangen informatie, op grond van het eerste lid, mogelijkerwijs een geval van niet-naleving van Verordening (EU) 2022/1925 betreft, geeft hij deze door aan de Europese Commissie.

Art. IV.100

§ 1.De auditeur-generaal kan de Europese Commissie verzoeken een marktonderzoek te openen overeenkomstig artikel 41, leden 1, 2 en 3, van Verordening (EU) 2022/1925.

Om te beoordelen of er redelijke gronden zijn in de zin van voormelde leden van artikel 41 van Verordening (EU) 2022/1925, kan de auditeur-generaal overeenkomstig artikel IV.27, §§ 2 en 3, een personeelslid van het auditoraat als auditeur aanwijzen die met de dagelijkse leiding van het onderzoek wordt belast, en een onderzoeksteam samenstellen. De artikelen IV.40 tot IV.40/5 zijn van overeenkomstige toepassing op het onderzoek.

§ 2.Indien een Belgische autoriteit die lid is van een in artikel 40, lid 2, van Verordening (EU) 2022/1925 opgesomd netwerk, een geëigende openbare instelling of ander overheidslichaam dat belast is met de controle of het toezicht op een economische sector, meent dat er redenen zijn om de Europese Commissie te verzoeken een marktonderzoek te openen, meldt deze dat aan de auditeur-generaal.

Wanneer de auditeur-generaal redenen ziet om met toepassing van paragraaf 1, eerste lid, te verzoeken een marktonderzoek te openen, vraagt hij advies aan de andere betrokken autoriteiten alvorens het verzoek te doen.

Relevante informatie, met inbegrip van vertrouwelijke informatie, uitgewisseld tussen de Belgische Mededingingsautoriteit en de andere betrokken instanties in het kader van de toepassing van artikel 41 van Verordening (EU) 2022/1925, kan alleen worden uitgewisseld met inachtneming van artikel 36 van deze Verordening en voor zover dit noodzakelijk en evenredig is met het doel van het verzoek om een marktonderzoek en de follow-up daarvan met de Europese Commissie. Indien beschikbaar wordt een niet-vertrouwelijke versie van de uitgewisselde informatie op verzoek verstrekt door de instantie die de informatie verstrekt aan de instantie die de informatie ontvangt.

Art. IV.101

De Belgische Staat wordt in het raadgevend comité digitale markten, bedoeld in artikel 50 van Verordening (EU) 2022/1925, vertegenwoordigd door de Belgische Mededingingsautoriteit, die wordt vertegenwoordigd door haar voorzitter of een door hem aangewezen lid van het directiecomité of personeel. Hij kan worden vergezeld door een vertegenwoordiger van een of meer andere autoriteiten of instellingen met expertise over een specifiek onderwerp dat aan het raadgevend comité wordt voorgelegd. In voorkomend geval wordt deze vertegenwoordiger door de voorzitter van de Belgische Mededingingsautoriteit uitgenodigd.

Voor raadplegingsprocedures in het kader van artikel 46 van Verordening (EU) 2022/1925 nodigt de voorzitter een vertegenwoordiger van de FOD Economie uit om mee deel te nemen aan het raadgevend comité.

Art. IV.102

Artikel IV.92 is eveneens van toepassing op de bepalingen van titel 4 van dit boek.