Alle wetboeken › V.T.Sv.

HOOFDSTUK II - STRAFVORDERING WEGENS MISDRIJVEN BUITEN HET GRONDGEBIED VAN HET RIJK GEPLEEGD.

Afdeling 4 Rechtsmacht verbonden aan de verdediging van andere belangen

14/6–14/9

Art. 14/6

§ 1.Eenieder kan in België vervolgd worden wanneer hij zich buiten het grondgebied van het Rijk schuldig maakt aan:

1°een van de misdrijven bedoeld in de artikelen 134 tot 149, 151, 206 tot 211, 265, 268, 293 en 294 van het Strafwetboek

2°een van de misdrijven bedoeld in de artikelen 276 tot 284 van het Strafwetboek, in geval van uitgevoerde of overwogen wegneming van organen in ruil voor een profijt of een vergelijkbaar voordeel;

3°een van de misdrijven bedoeld in de artikelen 152 tot 165, 171, 172, 177, 258 tot 260, 273 en 274 van het Strafwetboek

4°een van de misdrijven bedoeld in de artikelen... 10 tot 13 van de wet van 9 maart 1993 ertoe strekkende de exploitatie van huwelijksbureaus te regelen en te controleren.

§ 2.De vervolging van een Belg heeft alleen plaats indien deze wordt gevonden in België, tenzij het misdrijf in oorlogstijd is gepleegd.

De vervolging van een vreemdeling heeft alleen plaats indien hij in België wordt gevonden of, wanneer het misdrijf in oorlogstijd is gepleegd, indien hij gevonden wordt in een vijandelijk land of indien zijn uitlevering kan worden verkregen.

Art. 14/7

§ 1.Eenieder kan in België vervolgd worden wanneer hij zich buiten het grondgebied van het Rijk schuldig maakt aan een van de misdrijven bedoeld in boek II, titel 5, hoofdstuk 1, van het Strafwetboek of een van de misdrijven bedoeld in artikel 481 van hetzelfde Wetboek, indien het misdrijf tot voorwerp heeft hetzij munten die in België niet wettelijk gangbaar zijn, of voorwerpen bestemd om die munten te vervaardigen, na te maken of te vervalsen, hetzij effecten, papier, zegels, stempels of merken van een vreemd land, hetzij niet-contante betaalinstrumenten van een vreemd land, zoals bedoeld in artikel 425, 5°, van het Strafwetboek.

De vervolging kan niet plaatshebben dan op een officieel bericht, door de vreemde overheid aan de Belgische overheid gegeven.

§ 2.De vervolging van een Belg heeft alleen plaats indien deze wordt gevonden in België, tenzij het misdrijf in oorlogstijd is gepleegd.

De vervolging van een vreemdeling heeft alleen plaats indien deze wordt gevonden in België of, wanneer het misdrijf in oorlogstijd is gepleegd, indien hij wordt gevonden in een vijandelijk land of indien zijn uitlevering kan worden verkregen.

Art. 14/8

§ 1.Eenieder kan in België vervolgd worden, die zich in oorlogstijd, buiten het grondgebied van het Rijk, schuldig maakt aan een misdrijf van doden met het oogmerk om te doden, aan verkrachting, aan aantasting van de seksuele integriteit, aan een opzettelijk misdrijf tegen de fysieke of psychische integriteit of aan een aangifte aan de vijand tegen een onderdaan van een land dat bondgenoot is in de zin van artikel 564, 1°, van het Strafwetboek.

§ 2.Indien de verdachte een Belg is, kan de vervolging ook plaatshebben indien hij niet in België wordt gevonden.

Indien de verdachte een vreemdeling is, heeft de vervolging van het misdrijf alleen plaats indien hij wordt gevonden in België of in een vijandig land, of indien zijn uitlevering kan worden verkregen.

Art. 14/9

§ 1.Eenieder kan in België vervolgd worden wanneer hij zich buiten het grondgebied van het Rijk schuldig maakt:

1°aan het misdrijf bedoeld in artikel 41, § 4, van de wet van 15 juli 2013 betreffende het goederenvervoer over de weg en houdende uitvoering van de Verordening (EG) nr. 1071/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 21 oktober 2009 tot vaststelling van gemeenschappelijke regels betreffende de voorwaarden waaraan moet zijn voldaan om het beroep van wegvervoerondernemer uit te oefenen en tot intrekking van Richtlijn 96/26/EG van de Raad en houdende uitvoering van de Verordening (EG) nr. 1072/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 21 oktober 2009 tot vaststelling van gemeenschappelijke regels voor toegang tot de markt voor internationaal goederenvervoer over de weg;

2°aan het misdrijf bedoeld in artikel 30, § 4, van de wet van 15 juli 2013 betreffende het reizigersvervoer over de weg en houdende uitvoering van de Verordening (EG) nr. 1071/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 21 oktober 2009 tot vaststelling van gemeenschappelijke regels betreffende de voorwaarden waaraan moet zijn voldaan om het beroep van wegvervoerondernemer uit te oefenen en tot intrekking van Richtlijn 96/26/EG van de Raad en houdende uitvoering van de Verordening (EG) nr. 1073/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 21 oktober 2009 tot vaststelling van gemeenschappelijke regels voor toegang tot de internationale markt voor touringcar- en autobusdiensten en tot wijziging van Verordening (EG) nr. 561/2006.

§ 2.De vervolging van een Belg heeft alleen plaats indien deze wordt gevonden in België, tenzij het misdrijf in oorlogstijd is gepleegd.

De vervolging van een vreemdeling heeft alleen plaats indien deze wordt gevonden in België of, wanneer het misdrijf in oorlogstijd is gepleegd, indien hij wordt gevonden in een vijandelijk land of indien zijn uitlevering kan worden verkregen.