Alle wetboeken › Sw. 2024

Boek II De gemeenrechtelijke misdrijven en hun straffen › Titel 3 Misdrijven tegen de persoon › Hoofdstuk 7 Schendingen van de persoonlijke waardigheid en misbruik van de kwetsbare positie van het slachtoffer

Afdeling 6 Uitbuiting van bedelarij

288–289

Art. 288

Uitbuiting van bedelarij

Uitbuiting van bedelarij is het:

1°aanwerven, meenemen, wegbrengen of bij zich houden van een persoon met als doel hem over te leveren aan bedelarij;

2°opzettelijk aanzetten van een persoon tot bedelen of tot doorgaan met bedelen;

3°ter beschikking stellen van een persoon aan een bedelaar opdat deze laatste zich van hem zou bedienen om het publieke medelijden op te wekken;

4°opzettelijk uitbuiten op welke manier ook, van de bedelarij van een ander persoon.

Dit misdrijf wordt bestraft met een straf van niveau 2.

De geldboete als bijkomende straf bedoeld in artikel 52 kan zo veel keer worden toegepast als er slachtoffers zijn.

Art. 289

Verzwaarde uitbuiting van bedelarij

Uitbuiting van bedelarij wordt bestraft met een straf van niveau 3 ingeval zij wordt gepleegd:

1°ten aanzien van een minderjarige of een persoon in een kwetsbare toestand;

2°door misbruik te maken van de kwetsbare toestand waarin een persoon verkeert ten gevolge van zijn onwettige of precaire administratieve toestand, zijn precaire sociale toestand, zijn leeftijd, zwangerschap, een ziekte dan wel een lichamelijk of een geestelijk gebrek, zodat de persoon in feite geen echte en aanvaardbare andere keuze heeft dan zich te laten misbruiken;

3°door direct of indirect gebruik te maken van listige kunstgrepen, geweld, bedreigingen of enige vorm van dwang, of door ontvoering, machtsmisbruik of bedrog.

De geldboete als bijkomende straf bedoeld in artikel 52 kan zo veel keer worden toegepast als er slachtoffers zijn.