Alle wetboeken › Oud Sw.

BOEK 1 - DE MISDRIJVEN EN DE BESTRAFFING IN HET ALGEMEEN.

HOOFDSTUK II - STRAFFEN.

7–29

Art. 7

opgeheven

§ 1.De straffen op de misdrijven (gepleegd door natuurlijke personen) toepasselijk, zijn:

In criminele zaken:

(1° Opsluiting;

2°Hechtenis.)

In correctionele zaken en in politiezaken:

1°gevangenisstraf;

2°straf onder elektronisch toezicht;

3°werkstraf;

4°autonome probatiestraf.

De in het 1° tot 4° bepaalde straffen mogen niet samen worden toegepast.

In criminele zaken en in correctionele zaken:

1°Ontzetting van bepaalde politieke en burgerlijke rechten;

2°Terbeschikkingstelling van de strafuitvoeringsrechtbank;

In criminele zaken, in correctionele zaken en in politiezaken:

1°Geldboete;

2°Bijzondere verbeurdverklaring.

§ 2.Bij de keuze van de straf en het bepalen van de strafmaat, streeft de rechter de volgende doelen na:

1°het uiting geven aan de maatschappelijke afkeuring ten aanzien van de overtreding van de strafwet;

2°het bevorderen van het herstel van het maatschappelijk evenwicht en van het herstel van de door het misdrijf veroorzaakte schade;

3°het bevorderen van de maatschappelijke rehabilitatie en re-integratie van de dader;

4°het beschermen van de maatschappij.

Binnen de grenzen van de wet moet de rechter naar een rechtvaardige proportionaliteit tussen het misdrijf en de straf zoeken.

Alvorens een straf uit te spreken, moet de rechter deze doelstellingen in overweging nemen, maar ook de ongewenste neveneffecten van de straf ten aanzien van de rechtstreeks betrokken personen, hun omgeving en de samenleving.

§ 3.Voor feiten strafbaar met een maximale gevangenisstraf van zes maanden en indien de rechter overweegt om een effectieve gevangenisstraf op te leggen, legt hij een straf onder elektronisch toezicht, een werkstraf of een autonome probatiestraf op, indien voldaan is aan de voorwaarden bepaald door de artikelen 37ter, 37quinquies en 37octies.

Voor feiten strafbaar met een gevangenisstraf van meer dan zes maanden tot drie jaar en indien de rechter een effectieve gevangenisstraf oplegt, omkleedt hij met redenen waarom de bestraffing niet door een straf onder elektronisch toezicht, een werkstraf of een autonome probatiestraf kan worden bereikt indien voldaan is aan de voorwaarden bepaald door de artikelen 37ter, 37quinquies en 37octies.

Art. 7bis

opgeheven

De straffen toepasselijk op misdrijven gepleegd door rechtspersonen, met uitsluiting van publiekrechtelijke rechtspersonen bedoeld in het derde lid, zijn:

in criminele zaken, in correctionele zaken en in politiezaken:

1°geldboete;

2°bijzondere verbeurdverklaring; de bijzondere verbeurdverklaring, bepaald in artikel 42, 1°, uitgesproken ten aanzien van publiekrechtelijke rechtspersonen kan enkel betrekking hebben op goederen die vatbaar zijn voor burgerlijk beslag;

in criminele en correctionele zaken:

1°ontbinding; deze kan niet worden uitgesproken ten aanzien van de publiekrechtelijke rechtspersoon;

2°verbod een werkzaamheid die deel uitmaakt van het maatschappelijk doel te verrichten, met uitzondering van werkzaamheden die behoren tot een opdracht van openbare dienstverlening;

3°sluiting van een of meer inrichtingen, met uitzondering van de inrichtingen waar werkzaamheden worden verricht die behoren tot een opdracht van openbare dienstverlening;

4°bekendmaking of verspreiding van de beslissing.

Ten aanzien van de Federale Staat, de gewesten, de gemeenschappen, de provincies, de hulpverleningszones, de prezones, de Brusselse agglomeratie, de gemeenten, de meergemeentezones, de binnengemeentelijke territoriale organen, de Franse Gemeenschapscommissie, de Vlaamse Gemeenschapscommissie, de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie en de openbare centra voor maatschappelijk welzijn kan enkel, met uitsluiting van elke andere straf, de eenvoudige schuldigverklaring worden uitgesproken.

Art. 8

opgeheven

Opsluiting is levenslang of tijdelijk.

Art. 9

opgeheven

Tijdelijke opsluiting wordt uitgesproken voor een termijn van:

1°vijf tot tien jaar;

2°tien tot vijftien jaar;

3°vijftien tot twintig jaar;

4°twintig tot dertig jaar.

5°dertig tot veertig jaar.

Art. 10

opgeheven

Hechtenis is levenslang of tijdelijk.

Art. 11

opgeheven

Tijdelijke hechtenis wordt uitgesproken voor een termijn van:

1°vijf tot tien jaar;

2°tien tot vijftien jaar;

3°vijftien tot twintig jaar;

4°twintig tot dertig jaar.

5°dertig tot veertig jaar.

Art. 12

opgeheven

Levenslange opsluiting of levenslange hechtenis wordt niet uitgesproken ten aanzien van een persoon die op het tijdstip van de misdaad de volle leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt.. 21, 018; Inwerkingtreding: 11-08-1996>

Art. 13

opgeheven

(Opgeheven)

Art. 14

opgeheven

(Opgeheven)

Art. 15

opgeheven

(Opgeheven)

Art. 16

opgeheven

(Opgeheven)

Art. 17

opgeheven

(Opgeheven)

Art. 18

opgeheven

Het arrest houdende veroordeling tot levenslange opsluiting of levenslange hechtenis, tot opsluiting of hechtenis van twintig jaar tot dertig jaar of van dertig jaar tot veertig jaar wordt bij uittreksel gedrukt en aangeplakt in de gemeente waar de misdaad is gepleegd en in die waar het arrest is gewezen.

Art. 19

opgeheven

Bij alle arresten van veroordeling tot levenslange opsluiting of levenslange hechtenis, tot tijdelijke opsluiting of tot hechtenis van vijftien jaar tot twintig jaar of voor een langere termijn wordt tegen de veroordeelden de afzetting uitgesproken van de titels, graden, openbare ambten, bedieningen en betrekkingen, waarmee zij bekleed zijn.

Het hof van assisen kan die afzetting uitspreken tegen de veroordeelden tot hechtenis van tien jaar tot vijftien jaar of van vijf jaar tot tien jaar.

Art. 20

opgeheven

(Opgeheven)

Art. 21

opgeheven

(Opgeheven) (NOTA: Bevestigd door)

Art. 22

opgeheven

(Opgeheven) (NOTA: Bevestigd door)

Art. 23

opgeheven

(Opgeheven) (NOTA: Bevestigd door)

Art. 24

opgeheven

(Opgeheven) (NOTA: Bevestigd door)

Art. 25

opgeheven

De duur van de correctionele gevangenisstraf is, behoudens de in de wet bepaalde gevallen, ten minste acht dagen en ten hoogste vijf jaar.

Hij is ten hoogste vijf jaar voor een met opsluiting van vijf jaar tot tien jaar strafbare misdaad die gecorrectionaliseerd is.

Hij is ten hoogste tien jaar voor een met opsluiting van tien jaar tot vijftien jaar strafbare misdaad die gecorrectionaliseerd is.

Hij is ten hoogste vijftien jaar voor een met opsluiting van vijftien jaar tot twintig jaar strafbare misdaad die gecorrectionaliseerd is.

Hij is ten hoogste achtentwintig jaar voor een met opsluiting van twintig jaar tot dertig jaar strafbare misdaad die gecorrectionaliseerd is.

Hij is ten hoogste achtendertig jaar voor een met opsluiting van dertig jaar tot veertig jaar strafbare misdaad die gecorrectionaliseerd is.

Hij is ten hoogste veertig jaar voor een met levenslange opsluiting strafbare misdaad die gecorrectionaliseerd is.

De duur van een dag gevangenisstraf is vierentwintig uren.

De duur van een maand gevangenisstraf is dertig dagen.

Art. 26

opgeheven

(Opgeheven)

Art. 27

opgeheven

(Opgeheven)

Art. 28

opgeheven

De gevangenisstraf wegens overtreding mag niet minder zijn dan een dag en niet meer dan zeven dagen, behoudens de bij de wet uitgezonderde gevallen.

Art. 29

opgeheven

(Opgeheven)