Alle wetboeken › Oud Sw.

BOEK 1 - DE MISDRIJVEN EN DE BESTRAFFING IN HET ALGEMEEN.

HOOFDSTUK I - MISDRIJVEN.

1–6

Art. 1

opgeheven

Het misdrijf, naar de wetten strafbaar met een criminele straf, is een misdaad.

Het misdrijf, naar de wetten strafbaar met een correctionele straf, is een wanbedrijf.

Het misdrijf, naar de wetten strafbaar met een politiestraf, is een overtreding.

Art. 2

opgeheven

Geen misdrijf kan worden gestraft met straffen die bij de wet niet waren gesteld voordat het misdrijf werd gepleegd.

Indien de straf, ten tijde van het vonnis bepaald, verschilt van die welke ten tijde van het misdrijf was bepaald, wordt de minst zware straf toegepast.

Art. 3

opgeheven

Het misdrijf, op het grondgebied van het Rijk door Belgen of door vreemdelingen gepleegd, wordt gestraft overeenkomstig de bepalingen van de Belgische wetten.

Art. 4

opgeheven

Het misdrijf, buiten het grondgebied van het Rijk door Belgen of door vreemdelingen gepleegd, wordt in België niet gestraft dan in de gevallen bij de wet bepaald.

Art. 5

opgeheven

Een rechtspersoon is strafrechtelijk verantwoordelijk voor de misdrijven die hetzij een intrinsiek verband hebben met de verwezenlijking van zijn doel of de waarneming van zijn belangen, of die, zoals blijkt uit de concrete omstandigheden, voor zijn rekening zijn gepleegd.

Met rechtspersonen worden gelijkgesteld:

1°maatschappen;

2°vennootschappen in oprichting.

De strafrechtelijke verantwoordelijkheid van de rechtspersonen sluit die van de natuurlijke personen, die daders zijn van dezelfde feiten of eraan hebben deelgenomen, niet uit.

Art. 6

opgeheven

De hoven en rechtbanken zullen de bijzondere wetten en verordeningen verder toepassen in alle bij dit wetboek niet geregelde zaken.