Alle wetboeken › Oud Sw.

BOEK 1 - DE MISDRIJVEN EN DE BESTRAFFING IN HET ALGEMEEN. › (BEPALINGEN AAN DE AFDELINGEN II, III EN IV GEMEEN)

AFDELING Vquater - De autonome probatiestraf

37octies–37undecies

Art. 37octies

opgeheven

§ 1.Indien een feit van die aard is om door een politiestraf of een correctionele straf gestraft te worden, kan de rechter als hoofdstraf een autonome probatiestraf opleggen.

Een autonome probatiestraf bestaat uit de verplichting om:

1°algemene voorwaarden na te leven van zodra het vonnis in kracht van gewijsde is gegaan, gedurende de termijn die door de rechter wordt bepaald overeenkomstig paragraaf 2. Deze algemene voorwaarden zijn:

a)geen strafbaar feit plegen;

b)een vast adres hebben en elke adreswijziging meedelen aan de probatiecommissie en aan de bevoegde dienst van de gemeenschappen;

c)gevolg geven aan de oproepingen van de probatiecommissie en van de bevoegde dienst van de gemeenschappen;

d)samenwerken met de bevoegde dienst van de gemeenschappen bij het uitwerken en opvolgen van de bijzondere voorwaarden;

2°bijzondere voorwaarden na te leven waarvan de concrete invulling door de probatiecommissie bepaald wordt. De veroordeelde leeft de bijzondere voorwaarden na voor de resterende duur van de overeenkomstig paragraaf 2 bepaalde termijn, van zodra deze hem door de probatiecommissie ter kennis gebracht zijn.

De rechter voorziet, binnen de perken van de op het misdrijf gestelde straffen, alsook van de wet op grond waarvan de zaak voor hem werd gebracht, in een gevangenisstraf of in een geldboete die van toepassing kan worden ingeval de autonome probatiestraf niet wordt uitgevoerd.

De autonome probatiestraf mag niet worden uitgesproken voor de feiten:

1°die strafbaar zouden zijn met een maximumstraf van meer dan twintig jaar opsluiting als ze niet in wanbedrijven werden omgezet;

2°die bedoeld zijn in de artikelen 417/12 tot 417/22;

3°die bedoeld zijn in de artikelen 417/25 tot 417/41, 417/44 tot 417/47, 417/52 en 417/54, indien de feiten zijn gepleegd op of met behulp van minderjarigen;

4°die bedoeld zijn in de artikelen 393 tot 397.

§ 2.De duur van de autonome probatiestraf bedraagt minstens zes maanden en ten hoogste twee jaar. Een autonome probatiestraf van twaalf maanden of minder is een politiestraf. Een autonome probatiestraf van een jaar of meer is een correctionele straf.

§ 3.Indien een autonome probatiestraf door de rechter wordt overwogen, door het openbaar ministerie wordt gevorderd of door de beklaagde wordt gevraagd, licht de rechter deze laatste voor de sluiting van de debatten in over de draagwijdte van een dergelijke straf en hoort hij hem in zijn opmerkingen. De rechter kan hierbij eveneens rekening houden met de belangen van de eventuele slachtoffers. De rechter kan de autonome probatiestraf slechts uitspreken als de beklaagde op de terechtzitting aanwezig of vertegenwoordigd is en nadat hij, hetzij in persoon, hetzij via zijn raadsman, zijn instemming heeft gegeven.

De rechter die weigert een door het openbaar ministerie gevorderde of door de beklaagde gevraagde autonome probatiestraf uit te spreken, moet zijn beslissing met redenen omkleden.

§ 4.De rechter bepaalt de duur van de autonome probatiestraf en geeft aanwijzingen omtrent de invulling van de autonome probatiestraf.

Bij veroordeling op grond van de strafrechtelijke bepalingen van de wetten van 30 juli 1981 tot bestraffing van bepaalde door racisme of xenophobie ingegeven daden, van 23 maart 1995 tot bestraffing van het ontkennen, minimaliseren, rechtvaardigen of goedkeuren van de genocide die tijdens de tweede wereldoorlog door het Duitse nationaal-socialistische regime is gepleegd, van 10 mei 2007 ter bestrijding van bepaalde vormen van discriminatie, van 10 mei 2007 ter bestrijding van discriminatie tussen vrouwen en mannen en van 22 mei 2014 ter bestrijding van seksisme in de openbare ruimte en tot aanpassing van de wet van 10 mei 2007 ter bestrijding van discriminatie tussen vrouwen en mannen teneinde de daad van discriminatie te bestraffen, kan de rechter aanwijzingen geven opdat de invulling van de autonome probatiestraf in verband zou staan met, respectievelijk, de strijd tegen het racisme of de xenofobie, de discriminatie, het seksisme en het negationisme, ter inperking van het risico op herhaling van dergelijke misdrijven.

§ 5.De overlegstructuren op federaal en lokaal niveau inzake de toepassing van de werkstraf en de autonome probatiestraf functioneren overeenkomstig de bepalingen van artikel 37sexies, § 4.

Art. 37novies

opgeheven

§ 1.Wie overeenkomstig artikel 37octies tot een autonome probatiestraf is veroordeeld, wordt onderworpen aan een justitiële begeleiding die wordt uitgeoefend door de bevoegde dienst van de gemeenschappen van het gerechtelijk arrondissement van zijn verblijfplaats.

Op de tenuitvoerlegging van de autonome probatiestraf wordt toegezien door de probatiecommissie van de verblijfplaats van de veroordeelde waaraan de bevoegde dienst van de gemeenschappen rapporteert.

Wanneer de rechterlijke beslissing waarbij de autonome probatiestraf wordt uitgesproken in kracht van gewijsde is gegaan, bezorgt de griffier daarvan binnen vierentwintig uur een uitgifte aan de voorzitter van de bevoegde probatiecommissie, alsook aan de bevoegde arrondissementele afdeling van de bevoegde dienst van de gemeenschappen.

Binnen de maand na de aanvang van de justitiële begeleiding door de bevoegde dienst van de gemeenschappen, en verder telkens als deze dienst het nuttig acht of telkens als de commissie haar erom verzoekt, en tenminste om de zes maanden, brengt zij verslag uit aan de probatiecommissie over de naleving van de voorwaarden. Zij stelt, in voorkomend geval, de maatregelen voor die zij nodig acht.

§ 2.De territoriale bevoegdheid van de probatiecommissie wordt bepaald door de verblijfplaats van de veroordeelde op het ogenblik van het in kracht van gewijsde gaan van het vonnis of arrest. Indien de betrokkene zijn verblijfplaats heeft buiten het grondgebied van het Rijk, is de territoriaal bevoegde probatiecommissie die van de plaats waar de veroordeling in eerste aanleg uitgesproken werd.

Indien de commissie het in uitzonderlijke gevallen voor een tot een autonome probatiestraf veroordeelde persoon, die daartoe een gemotiveerde aanvraag indient, aangewezen acht de bevoegdheid over te dragen aan de probatiecommissie van zijn nieuwe verblijfplaats, neemt zij een gemotiveerde beslissing nadat die andere commissie binnen twee maanden een eensluidend advies heeft uitgebracht. Voor een persoon zonder verblijfplaats in het Rijk kan volgens dezelfde procedure de bevoegdheid naar een andere probatiecommissie worden overgedragen, zonder dat het in dat geval de commissie van zijn nieuwe verblijfplaats moet zijn.

§ 3.De probatiecommissie bepaalt de concrete invulling van de autonome probatiestraf, op basis van het verslag van de bevoegde dienst van de gemeenschappen die de veroordeelde heeft gehoord en met naleving van de aanwijzingen bedoeld in artikel 37octies, § 4.

De beslissing van de commissie tot bepaling van de concrete invulling van de probatiestraf, wordt met redenen omkleed. Deze beslissing wordt ter kennis gebracht van de veroordeelde en van het openbaar ministerie. De kennisgeving geschiedt aan het openbaar ministerie per gewone brief en aan de veroordeelde per aangetekende zending, binnen drie dagen, waarbij zaterdagen, zon- en feestdagen niet meegerekend worden.

§ 4.Indien de concrete invulling van de autonome probatiestraf de voorwaarde om een begeleiding of behandeling te volgen omvat, nodigt de probatiecommissie de veroordeelde uit om een bevoegde dienst of persoon te kiezen. Deze keuze wordt aan de probatiecommissie ter goedkeuring voorgelegd.

Deze dienst of persoon die de opdracht aanneemt, brengt aan de probatiecommissie alsook aan de bevoegde dienst van de gemeenschappen, binnen een maand na de aanvang van die begeleiding of behandeling en telkens als de dienst of persoon het nuttig acht, of op verzoek van de commissie en ten minste om de zes maanden, verslag uit over de begeleiding of de behandeling.

Het in het tweede lid bedoelde verslag handelt over de volgende punten: de daadwerkelijke aanwezigheden van de veroordeelde op de voorgestelde raadplegingen, de ongewettigde afwezigheden, het eenzijdig stopzetten van de begeleiding of de behandeling door de veroordeelde, de moeilijkheden die bij de uitvoering daarvan zijn gerezen en de situaties die een ernstig risico inhouden voor derden.

De bevoegde dienst of persoon brengt de commissie op de hoogte van het stopzetten van de begeleiding of de behandeling.

Art. 37decies

opgeheven

§ 1.De probatiecommissie kan de concrete invulling van de autonome probatiestraf geheel of ten dele opschorten, nader omschrijven of aanpassen aan de omstandigheden, hetzij ambtshalve, hetzij op vordering van het openbaar ministerie, hetzij op verzoek van de veroordeelde. Ingeval een van de voorwaarden van de autonome probatiestraf buiten de wil van de veroordeelde niet kon worden verwezenlijkt tijdens de aanvankelijke probatietermijn, kan de probatiecommissie de probatietermijn eenmaal verlengen met maximaal een jaar zodat de veroordeelde aan de voorwaarde kan voldoen.

Indien de probatiecommissie van oordeel is een van de in het eerste lid bedoelde maatregelen te moeten nemen, roept de voorzitter de betrokkene bij aangetekende zending... op meer dan tien dagen voor de datum die voor de behandeling van de zaak is gesteld. Het dossier van de commissie wordt gedurende tien dagen ter beschikking gesteld van de betrokkene en van zijn eventuele raadsman.

Indien de probatiecommissie van oordeel is dat de autonome probatiestraf ten uitvoer is gelegd, kan zij beslissen dat deze een einde neemt, zelfs als de door de rechter bepaalde termijn nog niet is verstreken.

De beslissing van de probatiecommissie die bedoeld wordt in het eerste of het derde lid is met redenen omkleed. Van deze beslissing wordt kennis gegeven aan de betrokkene en aan het openbaar ministerie. De kennisgeving geschiedt bij gewone brief aan het openbaar ministerie en aan de betrokkene bij aangetekende zending..., binnen drie dagen, waarbij zaterdagen, zon- en feestdagen niet worden meegerekend.

§ 2.Het openbaar ministerie en de tot autonome probatiestraf veroordeelde persoon kunnen, het eerstgenoemde bij vordering en de tweede genoemde bij verzoekschrift, bij de rechtbank van eerste aanleg waarbij de probatiecommissie is ingesteld, beroep instellen tegen de beslissingen die de commissie krachtens § 1 of krachtens artikel 37novies, § 3, heeft genomen.

De vordering en het verzoek moeten schriftelijk ingediend worden en met redenen omkleed zijn. Het beroep moet worden ingesteld binnen tien dagen te rekenen van de kennisgeving van de beslissing van de commissie. Het heeft opschortende kracht tenzij de commissie anders beslist.

De voorzitter van de rechtbank die uitspraak moet doen, laat meer dan tien dagen tevoren, in een ter griffie gehouden bijzonder register, de plaats, de dag en het uur van verschijning optekenen. Ten minste tien dagen voor de verschijning geeft de griffier bij aangetekende zending... daarvan bericht aan de tot autonome probatiestraf veroordeelde persoon. Gedurende die termijn wordt het dossier neergelegd ter griffie en ter beschikking gesteld van de veroordeelde en van zijn eventuele raadsman. De rechtbank houdt zitting en doet uitspraak in raadkamer

Indien de rechtbank het beroep inwilligt, kan zij de beslissing van de probatiecommissie wijzigen.

De beslissing die op dat beroep wordt gewezen, is niet vatbaar voor hoger beroep noch voor verzet.

Art. 37undecies

opgeheven

Ingeval de veroordeelde de voorwaarden van de autonome probatiestraf, bedoeld in artikel 37octies, § 1, tweede lid, niet of slechts gedeeltelijk naleeft, meldt de bevoegde dienst van de gemeenschappen dit onverwijld aan de probatiecommissie. Meer dan tien dagen voor de datum die werd vastgesteld om de zaak te behandelen, roept de commissie de veroordeelde op bij aangetekende zending... en stelt ze zijn raadsman ervan in kennis. Het dossier van de commissie wordt gedurende vijf dagen ter beschikking gesteld van de veroordeelde en van zijn eventuele raadsman.

De commissie, die zitting houdt zonder dat het openbaar ministerie daarbij aanwezig is, stelt een met redenen omkleed verslag op met het oog op de toepassing van de vervangende straf.

Het verslag wordt bij gewone brief ter kennis gebracht van de veroordeelde, het openbaar ministerie en de bevoegde dienst van de gemeenschappen.

In dit geval kan het openbaar ministerie beslissen de in de rechterlijke beslissing voorziene gevangenisstraf of geldboete uit te voeren, waarbij rekening wordt gehouden met de autonome probatiestraf die reeds door de veroordeelde is uitgevoerd.