Alle wetboeken › Oud Sw.

BOEK 2 - DE MISDRIJVEN EN HUN BESTRAFFING IN HET BIJZONDER. › TITEL VIII - MISDADEN EN WANBEDRIJVEN TEGEN PERSONEN.

HOOFDSTUK IIIter Mensenhandel

433quinquies–433novies/1

Art. 433quinquies

opgeheven

§ 1.Levert het misdrijf mensenhandel op, de werving, het vervoer, de overbrenging, de huisvesting, de opvang van een persoon, het nemen of de overdracht van de controle over hem met als doel:

1°de uitbuiting van prostitutie of andere vormen van seksuele uitbuiting;

2°de uitbuiting van bedelarij;

3°het verrichten van werk of het verlenen van diensten, in omstandigheden die in strijd zijn met de menselijke waardigheid;

4°de uitbuiting door het wegnemen van organen of van menselijk lichaamsmateriaal;

5°of deze persoon tegen zijn wil een misdaad of een wanbedrijf te doen plegen.

Behalve in het in 5 bedoelde geval is de toestemming van de in het eerste lid bedoelde persoon met de voorgenomen of daadwerkelijke uitbuiting van geen belang.

§ 2.Het in § 1 bedoelde misdrijf wordt gestraft met gevangenisstraf van één jaar tot vijf jaar en met geldboete van vijfhonderd euro tot vijftigduizend euro.

§ 3.Poging tot het in § 1 bedoelde misdrijf wordt gestraft met gevangenisstraf van één jaar tot drie jaar en met geldboete van honderd euro tot tienduizend euro.

§ 4.De boete wordt zo veel keer toegepast als er slachtoffers zijn.

§ 5.Het slachtoffer van mensenhandel dat betrokken is bij misdrijven als rechtstreeks gevolg van zijn uitbuiting loopt geen straf op voor deze misdrijven.

Art. 433sexies

opgeheven

Het in artikel 433quinquies, § 1, bedoelde misdrijf wordt gestraft met opsluiting van vijf jaar tot tien jaar en met geldboete van zevenhonderd vijftig euro tot vijfenzeventigduizend euro ingeval het werd gepleegd:

1°door een persoon die gezag heeft over het slachtoffer of door een persoon die misbruik heeft gemaakt van het gezag of de faciliteiten die zijn functies hem verlenen;

2°door een openbaar officier of ambtenaar, drager of agent van de openbare macht die handelt naar aanleiding van de uitoefening van zijn bediening.

De boete wordt zo veel keer toegepast als er slachtoffers zijn.

Art. 433septies

opgeheven

Het in artikel 433quinquies, § 1, bedoelde misdrijf wordt gestraft met opsluiting van tien jaar tot vijftien jaar en met geldboete van duizend euro tot honderdduizend euro in de volgende gevallen:

1°ingeval het misdrijf is gepleegd ten opzichte van een minderjarige;

2°ingeval het is gepleegd door misbruik te maken van de kwetsbare toestand waarin een persoon verkeert ten gevolge van zijn onwettige of precaire administratieve toestand, zijn precaire sociale toestand, zijn leeftijd, zwangerschap, een ziekte dan wel een lichamelijk of een geestelijk gebrek of onvolwaardigheid, zodanig dat de betrokken persoon in feite geen andere echte en aanvaardbare keuze heeft dan zich te laten misbruiken;

3°ingeval het is gepleegd door direct of indirect gebruik te maken van listige kunstgrepen, geweld, bedreigingen of enige vorm van dwang, of door ontvoering, machtsmisbruik of bedrog;

3bis° ingeval het is gepleegd door het aanbieden of aanvaarden van betalingen of om het even welke voordelen om de toestemming te verkrijgen van een persoon die gezag heeft over het slachtoffer;

4°ingeval het leven van het slachtoffer opzettelijk of door grove nalatigheid in gevaar is gebracht;

5°ingeval het misdrijf een ongeneeslijk lijkende ziekte, hetzij een ongeschiktheid tot het verrichten van persoonlijke arbeid van meer dan vier maanden, hetzij het volledig verlies van een orgaan of van het gebruik van een orgaan, hetzij een zware verminking heeft veroorzaakt;

6°in geval van de betrokken activiteit een gewoonte wordt gemaakt;

7°ingeval het een daad van deelneming aan de hoofd- of bijkomende bedrijvigheid van een vereniging betreft, ongeacht of de schuldige de hoedanigheid van leidend persoon heeft of niet.

De boete wordt zo veel keer toegepast als er slachtoffers zijn.

Art. 433octies

opgeheven

Het in artikel 433quinquies, § 1, bedoelde misdrijf wordt gestraft met opsluiting van vijftien jaar tot twintig jaar en met geldboete van duizend euro tot honderdvijftigduizend euro in de volgende gevallen:

1°ingeval het misdrijf de dood van het slachtoffer heeft veroorzaakt zonder het oogmerk te doden;

2°ingeval het een daad van deelneming aan de hoofd- of bijkomende bedrijvigheid van een criminele organisatie betreft, ongeacht of de schuldige de hoedanigheid van leidend persoon heeft of niet.

De boete wordt zo veel keer toegepast als er slachtoffers zijn.

Art. 433novies

opgeheven

§ 1.In de gevallen bedoeld in de artikelen 433quinquies tot 433octies worden de schuldigen bovendien veroordeeld tot ontzetting van de in artikel 31, eerste lid genoemde rechten.

§ 2.De rechtbanken kunnen de verboden bedoeld in de artikelen 417/58, 417/59, § 2, en 433quater/6 uitspreken ten aanzien van de personen die veroordeeld zijn voor feiten bedoeld in de artikelen 433quinquies tot 433octies, voor een termijn van een jaar tot twintig jaar.

§ 3.Artikel 417/62 is van toepassing op de personen die veroordeeld zijn voor feiten bedoeld in de artikelen 433quinquies tot 433octies.

§ 4.Zonder rekening te houden met de hoedanigheid van natuurlijke persoon of rechtspersoon van de uitbater, eigenaar, huurder of zaakvoerder, kan de rechtbank de tijdelijke of definitieve, gedeeltelijke of volledige sluiting bevelen van de onderneming waar de misdrijven bedoeld in de artikelen 433quinquies tot 433octies gepleegd zijn, in overeenstemming met de nadere regels bepaald in de artikelen 417/57 en 433quater/5.

§ 5.Artikelen 417/59, § 3, 417/60, 433quater/6, § 3 en 433quater/7 is van toepassing op de paragrafen 1, 2 en 4.

§ 6.De bijzondere verbeurdverklaring zoals bedoeld in artikel 42, 1°, wordt toegepast op degenen die zich schuldig hebben gemaakt aan het in artikel 433quinquies bedoelde misdrijf, zelfs wanneer de zaken waarop zij betrekking heeft geen eigendom van de veroordeelde zijn, zonder dat deze verbeurdverklaring nochtans de rechten van derden op de goederen die het voorwerp kunnen uitmaken van de verbeurdverklaring schaadt. Zij moet in dezelfde omstandigheden ook worden toegepast op het roerend goed, het deel ervan, het onroerend goed, de kamer of enige andere ruimte. Ze kan ook worden toegepast op de tegenwaarde van deze roerende of onroerende goederen die werden vervreemd tussen het tijdstip waarop het misdrijf werd gepleegd en de definitieve rechterlijke beslissing.

§ 7.In geval van beslag op een onroerend goed, wordt gehandeld overeenkomstig de vormvoorschriften van artikel 35bis van het Wetboek van strafvordering.

Art. 433novies/1

opgeheven

De publicatie en de verspreiding van teksten, tekeningen, foto's, enigerlei beelden of geluidsfragmenten waaruit de identiteit kan blijken van het slachtoffer van het misdrijf bedoeld in artikel 433quinquies, § 1, eerste lid, 1°, of van de poging hiertoe, zijn verboden en strafbaar overeenkomstig artikel 417/63, tenzij met schriftelijke toestemming van het slachtoffer of met toestemming, ten behoeve van het opsporingsonderzoek of het gerechtelijk onderzoek, van de procureur des Konings of van de met het onderzoek belaste magistraat.