Alle wetboeken › Oud Sw.

BOEK 2 - DE MISDRIJVEN EN HUN BESTRAFFING IN HET BIJZONDER. › TITEL VIII - MISDADEN EN WANBEDRIJVEN TEGEN PERSONEN.

HOOFDSTUK IIIbis/1 - Misbruik van prostitutie.

433quater/1–433quater/9

Art. 433quater/1

opgeheven

Het pooierschap

Het pooierschap bestaat, onverminderd de toepassing van artikel 433quinquies, uit een van de volgende daden gepleegd tegen een meerderjarig persoon:

-het organiseren van de prostitutie van een ander met als doel het bekomen van een voordeel, behalve in de gevallen die de wet bepaalt;

-het bevorderen, ertoe aanzetten, aanmoedigen of vergemakkelijken van prostitutie met als doel het, rechtstreeks of onrechtstreeks, bekomen van een abnormaal economisch voordeel of elk ander abnormaal voordeel;

-maatregelen nemen om het verlaten van de prostitutie te verhinderen of te bemoeilijken.

Dit misdrijf wordt bestraft met gevangenisstraf van een jaar tot vijf jaar en met geldboete van vijfhonderd euro tot vijfentwintigduizend euro.

De poging tot het plegen van dit misdrijf wordt bestraft met gevangenisstraf van zes maanden tot drie jaar en met geldboete van honderd euro tot vijfduizend euro.

De boete bedoeld in het tweede en derde lid wordt zo veel keer toegepast als er slachtoffers zijn.

Art. 433quater/2

opgeheven

Reclame maken voor prostitutie

§ 1.Reclame maken voor prostitutie is:

-het met welk middel ook, op enigerlei wijze, direct of indirect, reclame maken, uitgeven, verdelen of verspreiden voor een aanbod van diensten van seksuele aard door een meerderjarige, zelfs indien het aanbod wordt verhuld onder bedekte bewoordingen;

-het door enig reclamemiddel, zowel expliciet als impliciet, kenbaar maken dat een meerderjarige zich laat prostitueren;

-het door enig reclamemiddel, zowel expliciet als impliciet, vergemakkelijken van de prostitutie van een meerderjarige.

§ 2.Reclame maken voor prostitutie van een meerderjarige is verboden.

Het verbod is niet van toepassing:

-ten aanzien van een meerderjarige die reclame maakt voor eigen seksuele diensten achter een raam in een ruimte die specifiek voor prostitutie is bestemd;

-ten aanzien van een meerderjarige die reclame plaatst voor eigen seksuele diensten op een internetplatform of enig ander medium of een onderdeel ervan, die specifiek voor dit doel zijn bestemd;

-ten aanzien van de aanbieder van een internetplatform of enig ander medium of een onderdeel ervan, die specifiek voor dit doel zijn bestemd, die reclame voor diensten van seksuele aard of voor een plaats gewijd aan het aanbieden van diensten van seksuele aard door meerderjarigen publiceert, voor zover hij maatregelen neemt ter bescherming van de sekswerker en ter voorkoming van misbruik van prostitutie en mensenhandel, door ten minste, maar niet uitsluitend mogelijke gevallen van misbruik en uitbuiting onmiddellijk aan de politiediensten of gerechtelijke overheden te melden en door zich te houden aan de nadere regels die door de Koning zijn vastgesteld.

De in het kader van het derde streepje verwerkte categorieën persoonsgegevens hebben uitsluitend betrekking op:

-de identificatiegegevens van adverteerders en in voorkomend geval van aanbieders van seksuele diensten, en

-de gegevens met betrekking tot de plaatsing van de advertentie.

Binnen deze categorieën bepaalt de Koning welke gegevens worden verwerkt. De bewaartermijn voor gegevens mag niet langer zijn dan drie jaar.

De Koning bepaalt wat wordt begrepen onder internetplatform of enig ander medium of onderdeel ervan die specifiek voor dit doel zijn bestemd.

Dit misdrijf wordt bestraft met gevangenisstraf van een maand tot een jaar en met geldboete van honderd euro tot duizend euro.

Art. 433quater/3

opgeheven

Het openbaar aanzetten tot het zich prostitueren

Het openbaar aanzetten tot het zich prostitueren is:

-het door enig reclamemiddel, impliciet of expliciet, aanzetten van een meerderjarige tot het zich prostitueren;

-het met welk middel ook, in het openbaar, een meerderjarige aanzetten tot het zich prostitueren.

Dit misdrijf wordt bestraft met gevangenisstraf van een maand tot een jaar en met geldboete van honderd euro tot duizend euro.

Art. 433quater/4

opgeheven

Verzwaard misbruik van prostitutie

Misbruik van prostitutie, zoals bedoeld in de artikelen 433quater/1 tot 433quater/3 is verzwaard indien het misdrijf werd gepleegd tegen een kwetsbare meerderjarige ten gevolge van zijn onwettige of precaire administratieve toestand, zijn precaire sociale toestand, zijn leeftijd, een zwangerschap, een ziekte dan wel een lichamelijk of geestelijk gebrek of onvolwaardigheid.

Dit misdrijf wordt bestraft met opsluiting van tien jaar tot vijftien jaar en met geldboete van vijfhonderd euro tot vijftigduizend euro.

In het geval van misbruik van prostitutie, zoals bedoeld in artikel 433quater/1, wordt de boete zo veel keer toegepast als er slachtoffers zijn.

Art. 433quater/5

opgeheven

Sluiting van de inrichting

Onverminderd andere wettelijke bepalingen, kan de rechter in de in dit hoofdstuk bedoelde gevallen, ongeacht de hoedanigheid van natuurlijke- of rechtspersoon, van de uitbater, eigenaar, huurder of zaakvoerder, de sluiting van de inrichting bevelen waar de inbreuken werden gepleegd, voor een termijn van één maand tot drie jaar.

Wanneer de veroordeelde niet de eigenaar, uitbater, huurder of zaakvoerder van de inrichting is, kan de sluiting slechts worden bevolen indien de ernst van de specifieke omstandigheden dit vereist, en dit voor een periode van ten hoogste twee jaar, na dagvaarding op verzoek van het openbaar ministerie, de eigenaar, uitbater, huurder of zaakvoerder van de inrichting.

De dagvaarding voor de rechtbank wordt op verzoek van de gerechtsdeurwaarder die de dagvaarding heeft uitgebracht, overgeschreven in het bevoegde kantoor van de Algemene Administratie van de Patrimoniumdocumentatie van de plaats waar het goed zich bevindt.

De dagvaarding bevat de gegevens van het betrokken onroerend goed bedoeld in artikel 141 van de Hypotheekwet van 16 december 1851 en de identificatiegegevens van de eigenaar ervan zoals bepaald in de artikelen 139 en 140 van de Hypotheekwet.

Elke beslissing wordt op de kant van de overschrijving van het proces-verbaal van de dagvaarding vermeld overeenkomstig de procedure van artikel 84 van de Hypotheekwet. De griffier van het gerecht zendt de uittreksels en de verklaring dat geen hoger beroep werd ingesteld toe aan het bevoegde kantoor van de Algemene Administratie van de Patrimoniumdocumentatie.

De sluiting van de inrichting houdt het verbod in om hierin enige activiteit uit te oefenen die verband houdt met diegene die geleid heeft tot het plegen van het misdrijf. De sluiting gaat in vanaf de dag waarop de veroordeling in kracht van gewijsde is getreden. Bij gebreke aan vrijwillige sluiting gebeurt deze op initiatief van het openbaar ministerie op kosten van de veroordeelde.

Art. 433quater/6

opgeheven

Specifieke verboden

In de gevallen bedoeld in dit hoofdstuk worden de schuldigen veroordeeld tot de ontzetting van de rechten bedoeld in artikel 31, eerste lid.

Onverminderd andere wettelijke bepalingen, kan de rechter in de in dit hoofdstuk bedoelde gevallen de veroordeelde voor de duur van een jaar tot twintig jaar verbieden een drankgelegenheid, een bureau voor arbeidsbemiddeling, een onderneming van vertoningen, een zaak voor verhuur of verkoop van visuele dragers, een hotel, een bureau voor verhuur van gemeubileerde kamers of appartementen, een reisbureau, een huwelijksbureau, een adoptie-instelling, een instelling waaraan de bewaring van minderjarigen wordt toevertrouwd, een bedrijf dat leerlingen en jeugdgroepen vervoert, een gelegenheid voor ontspanning of vakantie, of elke inrichting die lichaamsverzorging of psychologische begeleiding aanbiedt, hetzij persoonlijk, hetzij door bemiddeling van een tussenpersoon, uit te baten of er, in welke hoedanigheid ook, werkzaam te zijn.

De in dit artikel bedoelde verboden gaan in op de dag waarop de veroordeling in kracht van gewijsde is getreden. De termijn wordt evenwel verlengd met de duur van de periode waarin de gevangenisstraf of de opsluiting wordt uitgevoerd, met uitzondering van de termijn voor vervroegde invrijheidstelling.

Art. 433quater/7

opgeheven

Niet-naleving van een straf bestaande uit een verbod

Niet-naleving van een straf bestaande uit een verbod is het overtreden van een van de volgende straffen:

1°de sluiting van de inrichting, zoals bedoeld in artikel 433quater/5;

2°de specifieke verboden, zoals bedoeld in artikel 433quater/6.

Dit misdrijf wordt bestraft met gevangenisstraf van een jaar tot drie jaar en met geldboete van duizend euro tot vijfduizend euro of met een van die straffen alleen.

Art. 433quater/8

opgeheven

Verbeurdverklaring van het instrument van het misdrijf

In afwijking van artikel 42, 1°, worden de zaken die gediend hebben of bestemd waren tot het plegen van de misdrijven omschreven in deze onderafdeling verbeurd verklaard, ook al zijn ze geen eigendom van de veroordeelde, zonder dat deze verbeurdverklaring evenwel afbreuk doet aan de rechten die derden kunnen laten gelden op die goederen.

De verbeurdverklaring wordt eveneens toegepast, onder dezelfde voorwaarden, op de onroerende goederen of gedeelten ervan die gediend hebben of bestemd waren tot het plegen van het misdrijf.

Ze kan ook worden toegepast op de tegenwaarde van de in het eerste of het tweede lid bedoelde roerende of onroerende goederen die werden vervreemd tussen het tijdstip waarop het misdrijf werd gepleegd en de definitieve rechterlijke beslissing.

Art. 433quater/9

opgeheven

Multidisciplinaire evaluatie.

§ 1.De Kamer van volksvertegenwoordigers wordt ermee belast de toepassing van de bepalingen van dit hoofdstuk te evalueren, twee jaar na de inwerkingtreding ervan en vervolgens om de vier jaar.

Die evaluatie is multidisciplinair en stoelt in het bijzonder op de expertise van vertegenwoordigers van het gerecht en van de politie, van vertegenwoordigers van openbare gespecialiseerde organen, van vertegenwoordigers van middenveldorganisaties, alsook van gespecialiseerde academici. De door de drie laatstgenoemde categorieën vertegenwoordigde expertisegebieden moeten minstens de volgende thema's omvatten: de bestrijding van mensenhandel, de steun aan mensen in de prostitutie, de gelijkheid tussen vrouwen en mannen, de verdediging van de economische en sociale rechten van de werknemers en de toegang tot gezondheid.

§ 2.De wet bepaalt tegen 31 december 2022 de nadere regels van die evaluatie.