BOEK III — TITELS XIV TOT XX Wijze van eigendomsverkrijging (art. 2011–2281) › TITEL XIV
HOOFDSTUK III
2034–2039
Art. 2034
opgeheven
De verbintenis uit borgtocht gaat teniet door dezelfde oorzaken als de overige verbintenissen.
Opgeheven met ingang van 1 januari 2026 door de wet 2025-06-05/09, die titel 1 van boek 9 (Persoonlijke zekerheden) in het nieuwe Burgerlijk Wetboek invoerde. Hierboven staat de tekst zoals die gold tot en met 31 december 2025. Of hij op een bepaalde situatie nog van toepassing is, hangt af van het overgangsrecht van dat boek.
Art. 2035
opgeheven
Schuldvermenging in de persoon van de hoofdschuldenaar en van zijn borg, wanneer de ene erfgenaam wordt van de andere, doet geenszins de vordering teniet van de schuldeiser tegen hem die zich heeft borg gesteld voor de borg.
Opgeheven met ingang van 1 januari 2026 door de wet 2025-06-05/09, die titel 1 van boek 9 (Persoonlijke zekerheden) in het nieuwe Burgerlijk Wetboek invoerde. Hierboven staat de tekst zoals die gold tot en met 31 december 2025. Of hij op een bepaalde situatie nog van toepassing is, hangt af van het overgangsrecht van dat boek.
Art. 2036
opgeheven
De borg kan zich tegen de schuldeiser beroepen op alle excepties die aan de hoofdschuldenaar toekomen en die tot de schuld zelf behoren;
Maar hij kan zich niet beroepen op excepties die alleen de schuldenaar persoonlijk betreffen.
Opgeheven met ingang van 1 januari 2026 door de wet 2025-06-05/09, die titel 1 van boek 9 (Persoonlijke zekerheden) in het nieuwe Burgerlijk Wetboek invoerde. Hierboven staat de tekst zoals die gold tot en met 31 december 2025. Of hij op een bepaalde situatie nog van toepassing is, hangt af van het overgangsrecht van dat boek.
Art. 2037
opgeheven
De borg is ontslagen, wanneer hij door toedoen van de schuldeiser niet meer in de rechten, hypotheken en voorrechten van die schuldeiser kan treden.
Opgeheven met ingang van 1 januari 2026 door de wet 2025-06-05/09, die titel 1 van boek 9 (Persoonlijke zekerheden) in het nieuwe Burgerlijk Wetboek invoerde. Hierboven staat de tekst zoals die gold tot en met 31 december 2025. Of hij op een bepaalde situatie nog van toepassing is, hangt af van het overgangsrecht van dat boek.
Art. 2038
opgeheven
Wanneer de schuldeiser een onroerend goed of enig ander goed vrijwillig aanneemt in betaling van de hoofdschuld, is de borg ontslagen, al wordt dat goed naderhand tegen de schuldeiser uitgewonnen.
Opgeheven met ingang van 1 januari 2026 door de wet 2025-06-05/09, die titel 1 van boek 9 (Persoonlijke zekerheden) in het nieuwe Burgerlijk Wetboek invoerde. Hierboven staat de tekst zoals die gold tot en met 31 december 2025. Of hij op een bepaalde situatie nog van toepassing is, hangt af van het overgangsrecht van dat boek.
Art. 2039
opgeheven
Eenvoudige termijnverlenging, door de schuldeiser aan de hoofdschuldenaar toegestaan, ontslaat de borg niet, die in dat geval de schuldenaar kan vervolgen, om hem tot betaling te noodzaken.
Opgeheven met ingang van 1 januari 2026 door de wet 2025-06-05/09, die titel 1 van boek 9 (Persoonlijke zekerheden) in het nieuwe Burgerlijk Wetboek invoerde. Hierboven staat de tekst zoals die gold tot en met 31 december 2025. Of hij op een bepaalde situatie nog van toepassing is, hangt af van het overgangsrecht van dat boek.