De borg is jegens de schuldeiser niet tot betaling gehouden dan bij gebreke van de schuldenaar, wiens goederen vooraf moeten worden uitgewonnen, tenzij de borg afstand heeft gedaan van het voorrecht van uitwinning, of tenzij hij zich hoofdelijk met de schuldenaar heeft verbonden; in welk geval de gevolgen van zijn verbintenis worden geregeld naar de beginselen die ten opzichte van hoofdelijke schulden zijn vastgesteld.
Opgeheven met ingang van 1 januari 2026 door de wet 2025-06-05/09, die titel 1 van boek 9 (Persoonlijke zekerheden) in het nieuwe Burgerlijk Wetboek invoerde. Hierboven staat de tekst zoals die gold tot en met 31 december 2025. Of hij op een bepaalde situatie nog van toepassing is, hangt af van het overgangsrecht van dat boek.