Alle wetboeken › Oud BW

BOEK III — TITELS VI TOT XIII Wijze van eigendomsverkrijging (art. 1582–2010) › TITEL VI - KOOP.

HOOFDSTUK II - WIE KOPEN OF VERKOPEN KAN.

1594–1597

Art. 1594

Al degenen aan wie de wet het niet verbiedt, kunnen kopen of verkopen.

Art. 1595

<Opgeheven bij W 2018-07-22/01, art. 50, 021; Inwerkingtreding: 01-09-2018>

Art. 1596

Bij een openbare verkoping mogen, op straffe van nietigheid, noch door henzelf noch door tussenpersonen, kopers worden:

Voogden, wat betreft de goederen van hen over wie zij de voogdij hebben;

Lasthebbers, wat betreft de goederen met de verkoop waarvan zij belast zijn;

Bestuurders, wat betreft de goederen van de gemeenten of van de openbare instellingen, die aan hun zorg zijn toevertrouwd;

Openbare ambtenaren, wat betreft de goederen van de Staat, waarvan de verkoop door hun tussenkomst geschiedt.

Art. 1597

Rechters, rechters-plaatsvervangers, ambtenaren van het openbaar ministerie, (referendarissen, parketjuristen,) griffiers, deurwaarders, (...) advocaten en notarissen mogen de processen, de betwiste rechten en rechtsvorderingen, die behoren tot de bevoegdheid van de rechtbank binnen wier rechtsgebied zij hun ambt uitoefenen, niet overnemen, op straffe van nietigheid, betaling van kosten en schadevergoeding.