Alle wetboeken › Oud BW

BOEK III — TITELS III TOT V Wijze van eigendomsverkrijging (art. 1101–1581) › TITEL III - CONTRACTEN OF VERBINTENISSEN UIT OVEREENKOMST IN HET ALGEMEEN.

§ I

1358–1365

Art. 1358

opgeheven

De beslissende eed kan worden opgedragen omtrent alle geschillen, van welke aard ook.

Opgeheven met ingang van 1 november 2020 door de wet 2019-04-13/28, die boek 8 (Bewijs) in het nieuwe Burgerlijk Wetboek invoerde. Hierboven staat de tekst zoals die gold tot en met 31 oktober 2020. Of hij op een bepaalde situatie nog van toepassing is, hangt af van het overgangsrecht van dat boek.

Art. 1359

opgeheven

Hij kan alleen worden opgedragen omtrent een feit waarbij de partij, aan wie men hem opdraagt, persoonlijk betrokken is.

Opgeheven met ingang van 1 november 2020 door de wet 2019-04-13/28, die boek 8 (Bewijs) in het nieuwe Burgerlijk Wetboek invoerde. Hierboven staat de tekst zoals die gold tot en met 31 oktober 2020. Of hij op een bepaalde situatie nog van toepassing is, hangt af van het overgangsrecht van dat boek.

Art. 1360

opgeheven

Hij kan opgedragen worden in elke stand van het geding, zelfs wanneer van de eis of van de exceptie waaromtrent hij gevorderd wordt, geen begin van bewijs aanwezig is.

Opgeheven met ingang van 1 november 2020 door de wet 2019-04-13/28, die boek 8 (Bewijs) in het nieuwe Burgerlijk Wetboek invoerde. Hierboven staat de tekst zoals die gold tot en met 31 oktober 2020. Of hij op een bepaalde situatie nog van toepassing is, hangt af van het overgangsrecht van dat boek.

Art. 1361

opgeheven

De partij aan wie de eed is opgedragen en die weigert hem af te leggen of er niet in toestemt hem aan de tegenpartij terug te wijzen, of de tegenpartij aan wie de eed is teruggewezen en die weigert hem af te leggen, moet in haar eis of in haar exceptie in het ongelijk worden gesteld.

Opgeheven met ingang van 1 november 2020 door de wet 2019-04-13/28, die boek 8 (Bewijs) in het nieuwe Burgerlijk Wetboek invoerde. Hierboven staat de tekst zoals die gold tot en met 31 oktober 2020. Of hij op een bepaalde situatie nog van toepassing is, hangt af van het overgangsrecht van dat boek.

Art. 1362

opgeheven

_ De eed mag niet teruggewezen worden, wanneer niet beide partijen persoonlijk zijn betrokken bij het feit dat het voorwerp ervan uitmaakt, maar alleen de partij aan wie de eed is opgedragen.

Opgeheven met ingang van 1 november 2020 door de wet 2019-04-13/28, die boek 8 (Bewijs) in het nieuwe Burgerlijk Wetboek invoerde. Hierboven staat de tekst zoals die gold tot en met 31 oktober 2020. Of hij op een bepaalde situatie nog van toepassing is, hangt af van het overgangsrecht van dat boek.

Art. 1363

opgeheven

Wanneer de opgedragen of teruggewezen eed is afgelegd, is de tegenpartij niet ontvankelijk om de valsheid daarvan te bewijzen.

Opgeheven met ingang van 1 november 2020 door de wet 2019-04-13/28, die boek 8 (Bewijs) in het nieuwe Burgerlijk Wetboek invoerde. Hierboven staat de tekst zoals die gold tot en met 31 oktober 2020. Of hij op een bepaalde situatie nog van toepassing is, hangt af van het overgangsrecht van dat boek.

Art. 1364

opgeheven

De partij die de eed heeft opgedragen of teruggewezen, kan daarop niet meer terugkomen, wanneer de tegenpartij zich heeft bereid verklaard die eed af te leggen.

Opgeheven met ingang van 1 november 2020 door de wet 2019-04-13/28, die boek 8 (Bewijs) in het nieuwe Burgerlijk Wetboek invoerde. Hierboven staat de tekst zoals die gold tot en met 31 oktober 2020. Of hij op een bepaalde situatie nog van toepassing is, hangt af van het overgangsrecht van dat boek.

Art. 1365

opgeheven

De gedane eed levert alleen bewijs op ten voordele van hem die de eed heeft opgedragen of tegen hem, en ten voordele van zijn erfgenamen en rechtverkrijgenden of tegen hen.

Wanneer echter de eed door een van de hoofdelijke schuldeisers is opgedragen aan de schuldenaar, bevrijdt hij de schuldenaar niet verder dan voor het aandeel van die schuldeiser;

De eed aan de hoofdschuldenaar opgedragen, bevrijdt eveneens de borgen;

De eed aan een van de hoofdelijke schuldenaars opgedragen, strekt ten voordele van de medeschuldenaars;

En de eed aan de borg opgedragen, strekt ten voordele van de hoofdschuldenaar.

In de laatste twee gevallen strekt de eed van de hoofdelijke medeschuldenaar of van de borg alleen dan ten voordele van de overige medeschuldenaars of van de hoofdschuldenaar, indien hij is opgedragen omtrent de schuld zelf, en niet omtrent de hoofdelijkheid of de borgtocht.

Opgeheven met ingang van 1 november 2020 door de wet 2019-04-13/28, die boek 8 (Bewijs) in het nieuwe Burgerlijk Wetboek invoerde. Hierboven staat de tekst zoals die gold tot en met 31 oktober 2020. Of hij op een bepaalde situatie nog van toepassing is, hangt af van het overgangsrecht van dat boek.