Alle wetboeken › Oud BW

BOEK III — TITELS III TOT V Wijze van eigendomsverkrijging (art. 1101–1581) › TITEL III - CONTRACTEN OF VERBINTENISSEN UIT OVEREENKOMST IN HET ALGEMEEN.

§ II

1353–1357

Art. 1353

opgeheven

Vermoedens die niet bij de wet zijn ingesteld, worden overgelaten aan het oordeel en aan het beleid van de rechter, die geen andere dan gewichtige, bepaalde en met elkaar overeenstemmende vermoedens zal aannemen, en zulks alleen in de gevallen waarin de wet het bewijs door getuigen toelaat, behalve wanneer tegen een handeling uit hoofde van arglist of bedrog wordt opgekomen.

Opgeheven met ingang van 1 november 2020 door de wet 2019-04-13/28, die boek 8 (Bewijs) in het nieuwe Burgerlijk Wetboek invoerde. Hierboven staat de tekst zoals die gold tot en met 31 oktober 2020. Of hij op een bepaalde situatie nog van toepassing is, hangt af van het overgangsrecht van dat boek.

Art. 1354

opgeheven

De bekentenis waarop men zich tegen een partij beroept, is ofwel buitengerechtelijk ofwel gerechtelijk

Opgeheven met ingang van 1 november 2020 door de wet 2019-04-13/28, die boek 8 (Bewijs) in het nieuwe Burgerlijk Wetboek invoerde. Hierboven staat de tekst zoals die gold tot en met 31 oktober 2020. Of hij op een bepaalde situatie nog van toepassing is, hangt af van het overgangsrecht van dat boek.

Art. 1355

opgeheven

Een zuiver mondelinge buitengerechtelijke bekentenis kan niet worden ingeroepen, wanneer het een eis betreft waarvan het bewijs door getuigen niet zou kunnen worden toegelaten.

Opgeheven met ingang van 1 november 2020 door de wet 2019-04-13/28, die boek 8 (Bewijs) in het nieuwe Burgerlijk Wetboek invoerde. Hierboven staat de tekst zoals die gold tot en met 31 oktober 2020. Of hij op een bepaalde situatie nog van toepassing is, hangt af van het overgangsrecht van dat boek.

Art. 1356

opgeheven

Een gerechtelijke bekentenis is een verklaring die in rechte gedaan wordt door de partij of door haar bijzondere gevolmachtigde.

Zij levert een volledig bewijs op tegen hem die de bekentenis gedaan heeft.

Zij mag niet te zijnen nadele gesplitst worden.

Zij kan niet herroepen worden, tenzij men bewijst dat zij het gevolg is van een dwaling omtrent de feiten.

Zij zou niet kunnen herroepen worden onder voorwendsel van een dwaling omtrent het recht.

Opgeheven met ingang van 1 november 2020 door de wet 2019-04-13/28, die boek 8 (Bewijs) in het nieuwe Burgerlijk Wetboek invoerde. Hierboven staat de tekst zoals die gold tot en met 31 oktober 2020. Of hij op een bepaalde situatie nog van toepassing is, hangt af van het overgangsrecht van dat boek.

Art. 1357

opgeheven

De gerechtelijke eed is van tweeërlei aard:

1°Die welke door de ene partij aan de andere wordt opgedragen om de beslissing van de zaak daarvan te doen afhangen: deze wordt beslissende eed genoemd;

2°Die welke door de rechter ambtshalve aan een van beide partijen wordt opgelegd.

Opgeheven met ingang van 1 november 2020 door de wet 2019-04-13/28, die boek 8 (Bewijs) in het nieuwe Burgerlijk Wetboek invoerde. Hierboven staat de tekst zoals die gold tot en met 31 oktober 2020. Of hij op een bepaalde situatie nog van toepassing is, hangt af van het overgangsrecht van dat boek.