Onverminderd de afwijkingen voorzien in bijzondere bepalingen worden de bedragen bedoeld in artikel 212 en het bedrag van de uitkeringen en de forfaitaire tegemoetkoming voor hulp van derden bedoeld in dit hoofdstuk gekoppeld aan het spilindexcijfer 103,14, van kracht op 1 juni 1999 (basis 1996 = 100), overeenkomstig de bepalingen van artikel 1 van het koninklijk besluit van 20 juli 2000 betreffende de uniformering van de spilindexen in de sociale materies ter gelegenheid van de invoering van de euro.
Deze bedragen worden verhoogd of verminderd overeenkomstig de bepalingen van de artikelen 1bis en 4 van de wet van 2 augustus 1971 houdende inrichting van een stelsel waarbij de wedden, lonen, pensioenen, toelagen en tegemoetkomingen ten laste van de openbare Schatkist, sommige sociale uitkeringen, de bezoldigingsgrenzen waarmee rekening dient gehouden bij de berekening van sommige bijdragen van de sociale zekerheid der arbeiders, alsmede de verplichtingen op sociaal gebied opgelegd aan de zelfstandigen, aan het indexcijfer van de consumptieprijzen worden gekoppeld.
De verhoging of de vermindering wordt doorgevoerd met ingang van de maand bepaald in artikel 6, 3° van de voormelde wet van 2 augustus 1971.
De verhoging of vermindering van de bedragen bedoeld in de voorgaande leden wordt slechts toegepast voor de gerechtigden voor wie de aanvang van het refertetijdvak voor de berekening van de uitkeringen gesitueerd is vóór de datum waarop de verhoging of vermindering wordt doorgevoerd.