Alle wetboeken › KB ZIV

TITEL III - Uitkerings- en moederschapsverzekering. › HOOFDSTUK III - Voorwaarden tot toekenning van de prestaties.

Afdeling XIV - Weigering van de uitkeringen.

228

Art. 228

§ 1.Onder loon, als bedoeld in artikel 103, § 1, 1°, van de gecoördineerde wet, wordt verstaan het forfaitaire loon dat ten laste komt van het Fonds voor bestaanszekerheid van de bouwvakkers en wordt verleend voor de dagen inhaalrust bouwbedrijf.

§ 1/1.Onder loon, als bedoeld in artikel 103, § 1, 1°, van de gecoördineerde wet, wordt beschouwd, de vergoeding die rechtstreeks of onrechtstreeks door de werkgever in de arbeidsovereenkomst, wordt betaald, aan de werknemer in de arbeidsovereenkomst, ingevolge een binnen een termijn van twaalf maanden na het einde van de arbeidsovereenkomst gesloten overeenkomst op grond waarvan de vroegere werknemer zich ertoe verbindt om geen personeel of zelfstandige medecontractanten af te werven van zijn vroegere werkgever, hetzij in eigen naam en voor eigen rekening, hetzij in naam en voor rekening van één of meerdere derden, en/of zich ertoe verbindt om geen soortgelijke activiteiten uit te oefenen als dewelke hij uitoefende bij zijn vroegere werkgever, hetzij door zelf een onderneming uit te baten, hetzij door in dienst te treden van een concurrerende werkgever.

§ 1/2.Onder loon, als bedoeld in artikel 103, § 1, 1°, van de gecoördineerde wet, wordt niet verstaan de bezoldiging die voortvloeit uit een activiteit bedoeld in artikel 17, § 1, eerste lid, 1° en 3° tot en met 7°, van het koninklijk besluit van 28 november 1969 tot uitvoering van de wet van 27 juni 1969 tot herziening van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders die op de eerste dag van de arbeidsongeschiktheid is verricht in uitvoering van een overeenkomst die reeds vóór de aanvang van de arbeidsongeschiktheid werd gesloten en effectief is uitgevoerd.

§ 2....