Alle wetboeken › KB WVV

BOEK 3 - Jaarrekening, geconsolideerde jaarrekening en formaliteiten inzake de openbaarmaking › TITEL 1 - Gemeenschappelijke bepalingen voor vennootschappen met rechtspersoonlijkheid, VZW,'s, IVZW's en stichtingen.

HOOFDSTUK 3 - Vorm en inhoud van de jaarrekening

3:58–3:63

Art. 3:58

§ 1.De balans en de resultatenrekening worden, onverminderd de toepassing van artikel 3:62, tweede lid, opgesteld overeenkomstig de schema's opgenomen in de bij dit besluit toevoegde bijlage 3 voor wat de vennootschappen betreft en de bijlage 6 voor wat de VZW's, IVZW's en stichtingen betreft.

De toelichting bevat de aanvullende gegevens bedoeld in titel 2 voor wat de vennootschappen betreft en in titel 3, voor wat de VZW's, IVZW's en stichtingen betreft.

§ 2.De niet-genoteerde kleine vennootschappen bedoeld in artikel 1:24 van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen en de kleine VZW's, IVZW's en stichtingen bedoeld in artikel 1:28 en 1:30 van hetzelfde wetboek kunnen hun balans en hun resultatenrekening opstellen volgens de verkorte schema's opgenomen in de bij dit besluit toevoegde bijlage 4 voor wat de vennootschappen betreft en bijlage 7 voor wat de VZW's, IVZW's en stichtingen betreft.

De verkorte toelichting bevat de aanvullende gegevens bedoeld in titel 2 voor wat de vennootschappen betreft en in titel 3 voor wat de VZW's, IVZW's en stichtingen betreft.

§ 3.De niet-genoteerde microvennootschappen bedoeld in artikel 1:25 van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen en micro-VZW's, micro-IVZW's en microstichtingen bedoeld in de artikelen 1:29 en 1:31 van hetzelfde wetboek kunnen hun balans en resultatenrekening opstellen volgens microschema's opgenomen in de bij dit besluit toevoegde bijlage 4 voor wat de vennootschappen betreft en bijlage 7 voor wat de VZW's, IVZW's en stichtingen betreft.

De toelichting bij dit microschema bevat de aanvullende gegevens bedoeld in titel 2 voor wat de vennootschappen betreft en in titel 3 voor wat de VZW's, IVZW's en stichtingen betreft.

§ 4.De posten van de in paragrafen 1, 2 en 3 bedoelde balans en resultatenrekening, alsmede de vermeldingen in de in deze paragrafen bedoelde toelichting mogen worden weggelaten wanneer zij niet dienstig zijn voor het betrokken boekjaar; wanneer voor deze posten en vermeldingen het bedrag van het voorafgaande boekjaar moet worden vermeld, dan mogen ze slechts worden weggelaten wanneer zij ook voor dat boekjaar niet dienstig zijn.

§ 5.De posten die met Arabische cijfers zijn aangeduid van de balans en resultatenrekening kunnen worden samengevoegd wanneer hun bedrag niet van materieel belang is voor het geven van een getrouw beeld van het vermogen, de financiële positie en het resultaat van de vennootschap, VZW, IVZW of stichting, of indien die samenvoeging de duidelijkheid ten goede komt, mits de aldus samengevoegde posten in de toelichting bij de jaarrekening afzonderlijk worden vermeld.

Met materieel belang wordt bedoeld de hoedanigheid van informatie waarvan redelijkerwijze kan worden verwacht dat de weglating of onjuiste vermelding ervan de beslissingen die een gebruiker op basis van de jaarrekening of de geconsolideerde jaarrekening van een vennootschap, of op basis van de jaarrekening van een VZW, IVZW of stichting neemt, zou kunnen beïnvloeden. Het materieel belang van afzonderlijke posten wordt beoordeeld in de context van andere gelijkaardige posten.

§ 6.De inhoud van de posten in de jaarrekening wordt, waar nodig, nader bepaald in titel 2 voor wat de vennootschappen betreft en in titel 3 voor wat de VZW's, IVZW's en stichtingen betreft.

Voor de toepassing van deze titels zijn rubrieken de posten van de balans en de resultatenrekening aangeduid met een Romeins cijfer of een hoofdletter en onderrubrieken de posten aangeduid met een Arabisch cijfer.

Art. 3:59

Bij elke rubriek en onderrubriek van de balans en van de resultatenrekening wordt het bedrag van de overeenkomstige post van het voorafgaande boekjaar vermeld. Wanneer evenwel een vennootschap, VZW, IVZW of stichting, die haar jaarrekening over het voorafgaande boekjaar heeft opgesteld overeenkomstig artikel 3:58, § 2 of § 3, haar jaarrekening over het nieuwe boekjaar overeenkomstig artikel 3:58, § 1 of respectievelijk artikel 3:58, § 1 of § 2 opstelt, volstaat het dat zij als vergelijkende cijfers voor het voorafgaande boekjaar de bedragen vermeldt die als zodanig voorkwamen in de jaarrekening over dat boekjaar.

Wanneer de bedragen van het boekjaar niet vergelijkbaar zijn met die van het voorafgaande boekjaar, mogen de bedragen van het voorafgaande boekjaar worden aangepast met het oog op hun vergelijkbaarheid; in dat geval worden deze aanpassingen, behalve indien zij onbelangrijk zijn, in de toelichting bij de waarderingsregels vermeld en onder verwijzing naar de betrokken rubrieken, toegelicht. Worden de bedragen van het voorafgaande boekjaar niet aangepast, dan moet de toelichting de nodige gegevens bevatten om een vergelijking mogelijk te maken.

Voor vennootschappen is deze bepaling niet van toepassing op de jaarrekening over het eerste boekjaar waarop de bepalingen van deze titel en van titel 2 van toepassing zijn.

Voor VZW's, IVZW's en stichtingen geldt deze bepaling niet voor de jaarrekening van het eerste boekjaar waarop de bepalingen van deze titel en titel 3 van toepassing zijn. De cijfers van de openingsbalans, vastgelegd in overeenstemming met artikel 3:175 van onderhavig besluit worden beschouwd als de cijfers van de balans van het vorige boekjaar.

Art. 3:60

Kunnen actief- of passiefbestanddelen tot meer dan één rubriek of onderrubriek van de balans behoren, of opbrengsten dan wel kosten tot meer dan één rubriek of onderrubriek van de resultatenrekening, dan worden ze ingeschreven onder die post welke ten opzichte van het voorschrift van artikel 3:1, eerste lid, het meest is aangewezen. In dergelijk geval wordt in de toelichting bij de waarderingsregels het verband met de andere posten vermeld.

Art. 3:61

De toelichting bevat, indien van materieel belang zoals gedefinieerd in artikel 3:58, § 5, tweede lid:

1°een samenvatting van de waarderingsregels krachtens artikel 3:6, § 1, tweede lid;

2°de vermeldingen die in voorkomend geval moeten worden opgenomen krachtens de artikelen 3:1, tweede lid, 3:2, § 2 en § 3, 3:7, tweede en derde lid, 3:8, derde lid, 3:11, 3:12, 3:15, 3:16, derde lid, 3:21, derde lid, 3:35, § 1, tweede lid, 3:36, tweede lid, 3:38, tweede lid, 3:39, § 1, eerste en vierde lid, 3:42, § 1, eerste lid, 3:44, § 1, 3:49, tweede en derde lid, 3:59, tweede lid, 3:60, 3:63, tweede lid;

3°naargelang de vorm en de grootte van de vennootschap, VZW, IVZW of stichting, de aanvullende gegevens zoals vermeld in de artikelen 3:82, 3:85, 3:88, 3:164, 3:167 en 3:170.

Onverminderd artikel 3:1, tweede lid, zijn de aanvullende of bijkomende gegevens die door dit besluit worden opgelegd in de samenvatting van de waarderingsregels niet van toepassing op microvennootschappen.

Art. 3:62

De vennootschappen, VZW's, IVZW's en stichtingen mogen in de toelichting de rubrieken en onderrubrieken die verplicht moeten worden vermeld verder indelen.

De omschrijving van de in de schema's door een hoofdletter aangegeven rubrieken en van de onderrubrieken moet, wanneer de naleving van het voorschrift van artikel 3:1, eerste lid, dit vereist, aangepast worden aan de bijzondere aard van de werkzaamheden, van het vermogen en van de opbrengsten en kosten van de vennootschap, VZW, IVZW of stichting.

Art. 3:63

De voorstelling van de jaarrekening moet identiek zijn van het ene jaar tot het andere.

Ze wordt echter gewijzigd wanneer, onder meer ingevolge een belangrijke wijziging in de structuur van het vermogen, van de opbrengsten en van de kosten van de vennootschap, VZW, IVZW of stichting ze niet meer beantwoordt aan het voorschrift van artikel 3:1, eerste lid. Deze wijzigingen worden vermeld en verantwoord bij de waarderingsregels in de toelichting die behoort tot het boekjaar waarin ze werden ingevoerd.

De huidige bepaling is niet van toepassing op de jaarrekening over het eerste boekjaar waarop voor een vennootschap, VZW, IVZW of stichting de bepalingen van deze titel, titel 2 en titel 3 van toepassing zijn.