Alle wetboeken › Grondwet

TITEL III - DE MACHTEN.

HOOFDSTUK I - DE FEDERALE KAMERS.

42–60

Art. 42

De leden van beide Kamers vertegenwoordigen de Natie en niet enkel degenen die hen hebben verkozen.

Art. 43

§ 1.Voor de bij de Grondwet bepaalde gevallen worden de gekozen leden van de Kamer van volksvertegenwoordigers in een Nederlandse en een Franse taalgroep ingedeeld op de bij de wet vastgestelde wijze.

§ 2.Voor de bij de Grondwet bepaalde gevallen worden de senatoren, met uitzondering van de senator aangewezen door het Parlement van de Duitstalige Gemeenschap, in een Nederlandse en een Franse taalgroep ingedeeld.

De senatoren bedoeld in artikel 67, § 1, 1° en 6°, vormen de Nederlandse taalgroep van de Senaat. De senatoren bedoeld in artikel 67, § 1, 2° tot 4° en 7°, vormen de Franse taalgroep van de Senaat.

Overgangsbepaling

Dit artikel treedt in werking op de dag van de verkiezingen met het oog op de algehele vernieuwing van de Gemeenschaps- en Gewestparlementen in 2014.

Tot die dag zijn de volgende bepalingen van toepassing:

" § 1. Voor de bij de Grondwet bepaalde gevallen worden de gekozen leden van elke Kamer in een Nederlandse en een Franse taalgroep ingedeeld op de bij de wet vastgestelde wijze.

§ 2.De senatoren bedoeld in artikel 67, § 1, 1°, 3° en 6°, vormen de Nederlandse taalgroep van de Senaat. De senatoren bedoeld in artikel 67, § 1, 2°, 4° en 7° vormen de Franse taalgroep van de Senaat".

Art. 44

De Kamers komen van rechtswege bijeen ieder jaar, de tweede dinsdag van oktober, behalve wanneer zij reeds voordien door de Koning zijn bijeengeroepen.

De Kamers moeten ieder jaar ten minste veertig dagen in zitting blijven. De Senaat is een niet-permanent orgaan.

De zitting wordt door de Koning gesloten.

De Koning heeft het recht de Kamers in buitengewone zitting bijeen te roepen.

Overgangsbepaling

De tweede zin van het tweede lid treedt in werking op de dag van de verkiezingen met het oog op de algehele vernieuwing van de Gemeenschaps- en Gewestparlementen in 2014.

Art. 45

De Koning kan de Kamers verdagen. Evenwel mag de verdaging, zonder instemming van de Kamers, de termijn van een maand niet overschrijden, noch gedurende eenzelfde zitting worden herhaald.

Art. 46

De Koning heeft enkel het recht de Kamer van volksvertegenwoordigers te ontbinden wanneer zij, bij volstrekte meerderheid van haar leden:

1°hetzij een motie van vertrouwen in de federale Regering verwerpt en niet binnen een termijn van drie dagen, te rekenen van de dag van de verwerping van de motie, een opvolger voor de Eerste Minister voor benoeming aan de Koning voordraagt;

2°hetzij een motie van wantrouwen tegen de federale Regering aanneemt en niet tegelijk een opvolger voor de Eerste Minister voor benoeming aan de Koning voordraagt.

Over moties van vertrouwen en wantrouwen kan slechts gestemd worden na verloop van achtenveertig uur, volgend op de indiening van de motie.

Bovendien kan de Koning bij ontslag van de federale Regering de Kamer van volksvertegenwoordigers ontbinden, nadat deze daarmee bij volstrekte meerderheid van haar leden heeft ingestemd.

Het ontbindingsbesluit bevat de oproeping van de kiezers binnen veertig dagen en bijeenroeping van de Kamer van volksvertegenwoordigers binnen twee maanden.

In geval van ontbinding van beide Kamers overeenkomstig artikel 195 worden de Kamers binnen drie maanden bijeengeroepen.

In geval van vervroegde ontbinding zal de nieuwe federale zittingsperiode uiterlijk duren tot de dag van de eerstvolgende verkiezingen voor het Europese Parlement die op deze ontbinding volgen.

Overgangsbepaling

Een wet, aangenomen met de meerderheid bepaald in artikel 4, laatste lid, bepaalt na de verkiezingen voor het Europese Parlement van 2014 de datum waarop het zesde lid in werking treedt. Deze datum stemt overeen met de datum van inwerkingtreding van artikel 65, derde lid, en artikel 118, § 2, vierde lid.

Het vierde en het vijfde lid treden in werking op de dag van de verkiezingen met het oog op de algehele vernieuwing van de Gemeenschaps- en Gewestparlementen in 2014. Tot die datum zijn, in plaats van het vierde en het vijfde lid, de volgende bepalingen van toepassing:

"De ontbinding van de Kamer van volksvertegenwoordigers heeft de ontbinding van de Senaat tot gevolg.

Het ontbindingsbesluit bevat oproeping van de kiezers binnen veertig dagen en bijeenroeping van de Kamers binnen twee maanden.

De ontbinding van de Kamer van volksvertegenwoordigers die aanleiding zou geven tot de federale wetgevende verkiezingen die op dezelfde dag zullen worden gehouden als de verkiezingen voor de Gemeenschaps- en Gewestparlementen in 2014, heeft de ontbinding van de Senaat tot gevolg. De kiezers voor de Kamer van volksvertegenwoordigers worden opgeroepen binnen veertig dagen. De Kamers worden bijeengeroepen binnen drie maanden.".

Art. 47

De vergaderingen van de Kamers zijn openbaar.

Elke Kamer vergadert evenwel met gesloten deuren, op verzoek van haar voorzitter of van tien leden.

Zij beslist daarna, bij volstrekte meerderheid, of de vergadering in het openbaar zal worden hervat ter behandeling van hetzelfde onderwerp.

Art. 48

Elke Kamer onderzoekt de geloofsbrieven van haar leden en beslecht de geschillen die hieromtrent rijzen.

Art. 49

Men kan niet tegelijk lid van beide Kamers zijn.

Art. 50

Een lid van een van beide Kamers dat voor de Koning tot minister wordt benoemd en de benoeming aanneemt, houdt op zitting te hebben en neemt zijn mandaat weer op wanneer de Koning een einde heeft gemaakt aan zijn ambt van minister. De wet stelt de nadere regelen van zijn vervanging in de betrokken Kamer vast.

Art. 51

Een lid van een van beide Kamers dat door de federale Regering wordt benoemd tot een ander bezoldigd ambt dan dat van minister en de benoeming aanneemt, houdt onmiddellijk op zitting te hebben en treedt niet weder in functie dan krachtens een nieuwe verkiezing.

Art. 52

Bij iedere zitting benoemt elke Kamer haar voorzitter, haar ondervoorzitters en stelt haar bureau samen.

Art. 53

Elk besluit wordt bij volstrekte meerderheid van stemmen genomen, behoudens hetgeen door de reglementen der Kamers zal worden bepaald met betrekking tot verkiezingen en voordrachten.

Bij staking van stemmen is het behandelde voorstel verworpen.

Geen van beide Kamers kan een besluit nemen indien niet de meerderheid van haar leden aanwezig is.

Art. 54

Behoudens voor de begrotingen alsook voor de wetten waarvoor een bijzondere meerderheid is vereist, kan een met redenen omklede motie, ondertekend door ten minste drie vierden van de leden van een der taalgroepen en ter tafel gelegd na de indiening van het verslag en vóór de eindstemming in openbare vergadering, verklaren dat de bepalingen die zij aanwijst in een ontwerp of voorstel van wet de betrekkingen tussen de gemeenschappen ernstig in het gedrang kunnen brengen.

In dat geval wordt de parlementaire procedure opgeschort en de motie verwezen naar de Ministerraad, die binnen dertig dagen daarover zijn gemotiveerd advies geeft en de betrokken Kamer uitnodigt zich uit te spreken hetzij over dit advies, hetzij over het eventueel geamendeerde ontwerp of voorstel.

Deze procedure kan slechts eenmaal worden toegepast door de leden van een taalgroep betreffende eenzelfde ontwerp of voorstel van wet.

Art. 55

De stemmingen geschieden bij zitten en opstaan of bij naamafroeping; over de wetten in hun geheel wordt altijd bij naamafroeping gestemd. Verkiezingen en voordrachten van kandidaten geschieden bij geheime stemming.

Art. 56

De Kamer van volksvertegenwoordigers heeft het recht van onderzoek.

De Senaat kan, op verzoek van vijftien van zijn leden, op verzoek van de Kamer van volksvertegenwoordigers, van een Gemeenschaps-of Gewestparlement of van de Koning, bij volstrekte meerderheid van de uitgebrachte stemmen, met ten minste een derde van de uitgebrachte stemmen in elke taalgroep, beslissen dat een vraagstuk dat eveneens gevolgen heeft voor de bevoegdheden van de gemeenschappen of de gewesten, het voorwerp zal uitmaken van een informatieverslag. Het verslag wordt goedgekeurd bij volstrekte meerderheid van de uitgebrachte stemmen, met ten minste een derde van de uitgebrachte stemmen in elke taalgroep.

Overgangsbepaling

Dit artikel treedt in werking op de dag van de verkiezingen met het oog op de algehele vernieuwing van de Gemeenschaps-en Gewestparlementen in 2014. Tot die dag is de volgende bepaling van toepassing:

"Elke Kamer heeft het recht van onderzoek.".

Art. 57

Het is verboden in persoon aan de Kamers verzoekschriften aan te bieden.

De Kamer van volksvertegenwoordigers heeft het recht de bij haar ingediende verzoekschriften naar de ministers te verwijzen. De ministers zijn verplicht omtrent de inhoud uitleg te verstrekken, zo dikwijls als de Kamer het eist.

Overgangsbepaling

Het tweede lid treedt in werking op de dag van de verkiezingen met het oog op de algehele vernieuwing van de Gemeenschaps- en Gewestparlementen in 2014. Tot die dag is de volgende bepaling van toepassing in plaats van het tweede lid:

"Elke Kamer heeft het recht de bij haar ingediende verzoekschriften naar de ministers te verwijzen. De ministers zijn verplicht omtrent de inhoud uitleg te verstrekken, zo dikwijls als de Kamer het eist.".

Art. 58

Geen lid van een van beide Kamers kan worden vervolgd of aan enig onderzoek onderworpen naar aanleiding van een mening of een stem, in de uitoefening van zijn functie uitgebracht.

Art. 59

Behalve bij ontdekking op heterdaad kan geen lid van een van beide Kamers, tijdens de zitting en in strafzaken, worden verwezen naar of rechtstreeks gedagvaard voor een hof of een rechtbank, of worden aangehouden dan met verlof van de Kamer waarvan een lid deel uitmaakt.

Behalve bij ontdekking op heterdaad kunnen de dwangmaatregelen waarvoor het optreden van een rechter is vereist, ten opzichte van een lid van een van beide kamers, tijdens de zitting en in strafzaken, alleen worden bevolen door de eerste voorzitter van het hof van beroep op verzoek van de bevoegde rechter. Deze beslissing wordt aan de voorzitter van de betrokken Kamer meegedeeld.

Huiszoeking of inbeslagneming krachtens het voorgaande lid kan alleen geschieden in aanwezigheid van de voorzitter van de betrokken Kamer of van een door hem aangewezen lid.

De vervolging in strafzaken van een lid van een van beide Kamers kan, tijdens de zitting, enkel worden ingesteld door de ambtenaren van het openbaar ministerie en de bevoegde ambtenaren.

In elke stand van het onderzoek kan het betrokken lid van een van beide Kamers, tijdens de zitting en in strafzaken, aan de Kamer waarvan hij deel uitmaakt de schorsing van de vervolging vragen. Deze Kamer dient hiertoe met een meerderheid van twee derden van de uitgebrachte stemmen te beslissen.

De hechtenis van een lid van een van beide Kamers of zijn vervolging voor een hof of een rechtbank wordt tijdens de zitting geschorst indien de Kamer waarvan het lid deel uitmaakt, het vordert.

Art. 60

Elke Kamer bepaalt, in haar reglement, de wijze waarop zij haar bevoegdheden uitoefent.