Alle wetboeken › Grondwet

TITEL III - DE MACHTEN. › HOOFDSTUK I - DE FEDERALE KAMERS.

Afdeling I - De Kamer van volksvertegenwoordigers.

61–66

Art. 61

De leden van de Kamer van volksvertegenwoordigers worden rechtstreeks gekozen door de burgers die volle achttien jaar oud zijn en die niet verkeren in een der gevallen van uitsluiting bij de wet bepaald.

Iedere kiezer heeft recht op slechts één stem.

Art. 62

De samenstelling van de kiescolleges wordt door de wet geregeld.

De verkiezingen geschieden volgens het stelsel van evenredige vertegenwoordiging dat door de wet wordt vastgesteld.

De stemming is verplicht en geheim. Zij heeft plaats in de gemeente, behoudens de bij de wet te stellen uitzonderingen.

Art. 63

§ 1.De Kamer van volksvertegenwoordigers telt honderdvijftig leden.

§ 2.Elke kieskring telt zoveel keren een zetel als de federale deler in het cijfer van de bevolking van de kieskring begrepen is. De federale deler wordt verkregen door het bevolkingscijfer van het Rijk te delen door honderdvijftig.

De overblijvende zetels worden toegewezen aan de kieskringen met het grootste nog niet vertegenwoordigde bevolkingsoverschot.

§ 3.De indeling van de leden van de Kamer van volksvertegenwoordigers over de kieskringen wordt door de Koning bepaald in verhouding tot de bevolking.

Het cijfer van de bevolking van elke kieskring wordt om de tien jaar vastgesteld door een volkstelling of door enig ander middel, bepaald door de wet. De Koning maakt binnen een termijn van zes maanden de uitslagen bekend.

Binnen een termijn van drie maanden na die bekendmaking bepaalt de Koning het aantal zetels dat aan iedere kieskring toekomt.

De nieuwe indeling wordt toegepast vanaf de eerstvolgende algemene verkiezingen.

§ 4.De wet bepaalt de kieskringen; zij bepaalt eveneens de voorwaarden waaraan men moet voldoen om kiezer te zijn, alsmede het verloop van de kiesverrichtingen.

Teneinde de gewettigde belangen van de Nederlandstaligen en de Franstaligen in de vroegere provincie Brabant te vrijwaren, voorziet de wet echter in bijzondere modaliteiten.

Aan de regels die deze bijzondere modaliteiten vaststellen, kan geen wijziging worden aangebracht dan bij een wet aangenomen met de in artikel 4, laatste lid, bepaalde meerderheid.

Art. 64

Om verkiesbaar te zijn moet men:

1°Belg zijn;

2°het genot hebben van de burgerlijke en politieke rechten;

3°de volle leeftijd van achttien jaar hebben bereikt;

4°zijn woonplaats hebben in België.

Geen andere voorwaarde tot verkiesbaarheid kan worden vereist.

Overgangsbepaling

Het eerste lid, 3°, treedt in werking op de dag van de verkiezingen met het oog op de algehele vernieuwing van de Gemeenschaps- en Gewestparlementen in 2014. Tot die dag moet men, onverminderd artikel 64, eerste lid, 1°, 2° en 4°, de volle leeftijd van eenentwintig jaar hebben bereikt.

Art. 65

De leden van de Kamer van volksvertegenwoordigers worden gekozen voor vijf jaar.

De Kamer wordt om de vijf jaar geheel vernieuwd.

De verkiezingen voor de Kamer vinden plaats op dezelfde dag als de verkiezingen voor het Europese Parlement.

Overgangsbepaling

Een wet, aangenomen met de meerderheid bepaald in artikel 4, laatste lid, bepaalt na de verkiezingen voor het Europese Parlement van 2014 de datum waarop het derde lid in werking treedt. Die datum stemt overeen met de datum van inwerkingtreding van artikel 46, zesde lid, en artikel 118, § 2, vierde lid.

Federale wetgevende verkiezingen zullen in elk geval op dezelfde dag plaatsvinden als de eerste verkiezingen voor het Europese Parlement die volgen op de bekendmaking van deze herziening in het Belgisch Staatsblad.

Art. 66

Ieder lid van de Kamer van volksvertegenwoordigers geniet een jaarlijkse vergoeding van twaalfduizend frank.

(Binnen de grenzen van de Staat hebben de leden van de Kamer van volksvertegenwoordigers vrij verkeer op alle verkeerswegen door de openbare overheden geëxploiteerd of in concessie gegeven.)

(Lid 3 opgeheven.)

Aan de Voorzitter van de Kamer van volksvertegenwoordigers kan een jaarlijkse vergoeding worden toegekend, aan te rekenen op de dotatie bestemd voor de dekking der uitgaven van deze vergadering.

De Kamer bepaalt het bedrag dat van de vergoeding mag worden ingehouden als bijdrage in de lijfrente- of pensioenkassen waarvan zij de oprichting wenselijk acht.