De federale wetgevende macht heeft het recht te verklaren dat er redenen zijn tot herziening van zodanige grondwettelijke bepaling als zij aanwijst.
Na deze verklaring zijn beide Kamers van rechtswege ontbonden.
Twee nieuwe Kamers worden overeenkomstig artikel 46 bijeengeroepen.
Deze Kamers beslissen, in overeenstemming met de Koning, over de punten die aan herziening zijn onderworpen.
In dit geval mogen de Kamers niet beraadslagen wanneer niet ten minste twee derden van de leden waaruit elke Kamer bestaat, aanwezig zijn; en een verandering is alleen dan aangenomen, indien zij ten minste twee derden van de stemmen heeft verkregen.
Overgangsbepaling
Evenwel kunnen de Kamers, samengesteld ingevolge de vernieuwing van de Kamers van 9 juni 2024, in overeenstemming met de Koning, beslissen over de herziening van de volgende bepalingen en artikelen, uitsluitend in de hierna aangeduide zin:
1°artikel 36, om te bepalen dat de federale wetgevende macht wordt uitgeoefend door de Kamer van volksvertegenwoordigers en de Koning;
2°artikel 74, om het artikel op te heffen;
3°artikel 100, tweede lid, derde zin, om die zin op te heffen;
4°artikel 143, § 2, om de Senaat niet langer een rol te geven in de voorkoming en regeling van belangenconflicten;
5°artikel 198, om de in dat artikel bepaalde bevoegdheden toe te wijzen aan de Koning en de grondwetgevende Kamer van volksvertegenwoordigers.
Over de punten bedoeld in het eerste lid mogen de Kamers niet beraadslagen wanneer niet ten minste twee derden van de leden waaruit elke Kamer bestaat, aanwezig zijn, en een verandering is alleen dan aangenomen, indien zij ten minste twee derden van de stemmen heeft verkregen.
Deze overgangsbepaling is geen verklaring in de zin van artikel 195, tweede lid.