Alle wetboeken › Ger.W.

DEEL VI Arbitrage (art. 1676–1723)

Hoofdstuk VIII Erkenning en uitvoerbaarverklaring van de arbitrale uitspraken

1719–1721

Art. 1719

§ 1.De gedwongen uitvoering van een arbitrale uitspraak, gedaan in België of in het buitenland, gebeurt slechts nadat zij, geheel of gedeeltelijk, is uitvoerbaar verklaard door de rechtbank van eerste aanleg overeenkomstig de in artikel 1720 bedoelde procedure.

§ 2.De rechtbank van eerste aanleg kan de uitvoerbaarverklaring slechts verlenen, indien de uitspraak niet meer voor de arbiters kan worden bestreden of door hen uitvoerbaar bij voorraad niettegenstaande hoger beroep werd verklaard.

Art. 1720

§ 1.De rechtbank van eerste aanleg is bevoegd om kennis te nemen van een vordering inzake erkenning en uitvoerbaarverklaring van een in België of in het buitenland gedane arbitrale uitspraak.

§ 1/1.De vordering wordt ingesteld en behandeld op eenzijdig verzoekschrift. De rechtbank beslist in eerste en laatste aanleg overeenkomstig artikel 1680, § 5. De verzoeker moet woonplaats kiezen in het rechtsgebied van de rechtbank.

§ 2.Wanneer de uitspraak in het buitenland werd gedaan, is de territoriaal bevoegde rechtbank de rechtbank van eerste aanleg van de zetel van het hof van beroep in wiens rechtsgebied de persoon tegen wie de uitvoerbaarverklaring wordt gevorderd zijn woonplaats of, bij afwezigheid daarvan, zijn gewone verblijfplaats, of, in voorkomend geval, zijn maatschappelijke zetel of bij afwezigheid daarvan, zijn vestigingsplaats of zijn bijkantoor heeft. Indien die persoon in België geen woonplaats of gewone verblijfplaats, geen zetel of vestigingsplaats of bijkantoor heeft, wordt de vordering gebracht voor de rechtbank van eerste aanleg van de zetel van het hof van beroep waarin het arrondissement ligt waar de uitspraak moet worden uitgevoerd.

§ 3.....

§ 4.De verzoeker moet of het origineel van de arbitrale uitspraak, zijnde een arbitrale uitspraak voorzien van een door de arbiters handgeschreven handtekening of een gekwalificeerde elektronische handtekening als bedoeld in artikel 3, 12°, van de Verordening (EU) nr. 910/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 23 juli 2014 betreffende elektronische identificatie en vertrouwensdiensten voor elektronische transacties in de interne markt en tot intrekking van Richtlijn 1999/93/EG, of een eensluidend verklaarde kopie van de arbitrale uitspraak voorleggen.

§ 5.De arbitrale uitspraak mag alleen erkend of uitvoerbaar verklaard worden indien zij de in artikel 1721 gestelde voorwaarden niet schendt.

§ 6.De verzoeker moet de beslissing tot erkenning en uitvoerbaarverklaring van de arbitrale uitspraak doen betekenen aan hem tegen wie tenuitvoerlegging is verzocht. Onverminderd het bepaalde in artikel 1717, § 7, kan binnen een maand na deze betekening tegen de beslissing tot erkenning en uitvoerbaarverklaring derdenverzet bij de rechtbank van eerste aanleg die de bestreden beslissing heeft gewezen worden gedaan.

§ 7.De beslissing tot erkenning en uitvoerbaarverklaring van een arbitrale uitspraak heeft geen gevolg voor zover de arbitrale uitspraak is vernietigd.

Art. 1721

§ 1.De rechtbank van eerste aanleg weigert slechts de erkenning en uitvoerbaarverklaring van een arbitrale uitspraak, ongeacht het land waarin zij werd gedaan, in de volgende omstandigheden:

a)op vordering van de partij tegen wie zij werd ingeroepen, wanneer die partij het bewijs levert:

i)dat een partij bij de in artikel 1681 bedoelde arbitrageovereenkomst onbekwaam was; of dat deze overeenkomst niet geldig is krachtens de wet waaraan de partijen ze onderworpen hebben of, bij afwezigheid van rechtskeuze, krachtens het recht van het land waar de uitspraak is gedaan; of

ii) dat aan de partij tegen wie de uitspraak wordt ingeroepen geen behoorlijke mededeling werd gedaan van de aanstelling van een arbiter of van de arbitrageprocedure, of dat zij om een andere reden haar rechten onmogelijk kon verdedigen; in deze gevallen kan de erkenning of uitvoerbaarverklaring van de arbitrale uitspraak evenwel niet geweigerd worden, wanneer vastgesteld wordt dat de onregelmatigheid geen invloed heeft op de arbitrale uitspraak; of

iii) dat de uitspraak betrekking heeft op een geschil dat niet beoogd werd door de termen van de arbitrageovereenkomst of er niet onder valt, of dat de uitspraak beslissingen bevat die de termen van de arbitrageovereenkomst te buiten gaan, met dien verstande evenwel dat, indien de beslissingen betreffende vragen die aan arbitrage zijn onderworpen, gescheiden kunnen worden van de beslissingen betreffende vragen die er niet aan onderworpen zijn, enkel het gedeelte van de beslissingen over vragen die aan arbitrage onderworpen zijn, kan erkend en uitvoerbaar verklaard worden; of

iv) dat de uitspraak niet met redenen omkleed is terwijl een dergelijke motivering voorgeschreven wordt door de rechtsregels die van toepassing zijn op de arbitrageprocedure in het kader waarvan de uitspraak gedaan is; of

v)dat de samenstelling van het scheidsgerecht of de arbitrageprocedure niet in overeenstemming was met de overeenkomst van de partijen, of, bij afwezigheid van overeenkomst daaromtrent, met het recht van het land waar de arbitrage heeft plaatsgevonden; deze onregelmatigheden kunnen niet leiden tot weigering van erkenning of uitvoerbaarverklaring van de arbitrale uitspraak, als blijkt dat zij op de uitspraak geen invloed hadden, behalve voor wat betreft een onregelmatigheid inzake de samenstelling van het scheidsgerecht; of

vi) dat de uitspraak nog niet bindend is geworden voor de partijen of vernietigd of opgeschort werd door een rechtbank van het land waarin of krachtens welk recht zij gedaan werd of

vii) dat het scheidsgerecht zijn bevoegdheden heeft overschreden;

of

b)indien de rechtbank van eerste aanleg vaststelt:

i)dat het voorwerp van het geschil niet vatbaar is voor arbitrage; of

ii) dat de erkenning of uitvoerbaarverklaring van de uitspraak in strijd zou zijn met de openbare orde;

iii) dat de uitspraak is verkregen door bedrog.

§ 1/1.De in paragraaf 1, a), i), ii), iii) en v), bedoelde gevallen worden niet als grond tot weigering van de erkenning en uitvoerbaarverklaring van een arbitrale uitspraak in aanmerking genomen, indien de partij die ze aanvoert daarvan kennis heeft gekregen tijdens de arbitrageprocedure en er zich zonder wettige reden niet ten gepaste tijde heeft op beroepen voor het scheidsgerecht.

§ 2.De rechtbank van eerste aanleg stelt haar beslissing over de vordering van rechtswege uit zolang er overeenkomstig artikel 1720, § 4, tot staving van het verzoekschrift geen origineel of eensluidend verklaarde kopie van de arbitrale uitspraak neergelegd wordt.

§ 2/1.Indien een verzoek tot vernietiging of schorsing van de arbitrale uitspraak werd ingesteld voor de rechterlijke instantie bedoeld in paragraaf 1, a), vi), kan de rechtbank van eerste aanleg waarvoor een derdenverzet tegen een beslissing tot erkenning of uitvoerbaarverklaring van deze uitspraak aanhangig is, op vordering van een partij, haar beslissing over het derdenverzet uitstellen. In elk geval kan de rechtbank ook beslissen om de tenuitvoerlegging van de uitspraak te schorsen.

De rechtbank van eerste aanleg kan, op vordering van een partij, de ene of de andere partij bevelen een passende zekerheid te stellen.

§ 3.Wanneer er een verdrag bestaat tussen België en het land waar de arbitrale uitspraak is gedaan, primeert het verdrag.