Alle wetboeken › Ger.W.

DEEL VI Arbitrage (art. 1676–1723)

Hoofdstuk VII Rechtsmiddelen tegen de arbitrale uitspraak

1716–1718

Art. 1716

Tegen een arbitrale uitspraak kan alleen hoger beroep worden ingesteld, indien de partijen deze mogelijkheid hebben voorzien in de arbitrageovereenkomst. Tenzij anders werd bedongen, is de termijn om hoger beroep in te stellen een maand vanaf de mededeling van de arbitrale uitspraak gedaan overeenkomstig artikel 1678.

Art. 1717

§ 1.Een vordering tot vernietiging is enkel ontvankelijk wanneer de uitspraak niet meer voor de arbiters kan worden aangevochten.

§ 2.Een arbitrale uitspraak kan slechts worden bestreden voor de rechtbank van eerste aanleg, na dagvaarding. Zij beslist in eerste en laatste aanleg overeenkomstig artikel 1680, § 5. De uitspraak kan slechts worden vernietigd in de in dit artikel genoemde gevallen. Indien er grond is voor de vernietiging van een deel van de arbitrale uitspraak, wordt alleen dat deel vernietigd indien het kan worden gescheiden van de andere delen van de uitspraak.

§ 3.De arbitrale uitspraak kan slechts worden vernietigd indien:

a)de partij die de vordering instelt, het bewijs levert:

i)dat een partij bij de in artikel 1681 bedoelde arbitrageovereenkomst onbekwaam was; of dat deze overeenkomst niet geldig was volgens het recht waaraan de partijen haar onderworpen hebben of, indien een rechtskeuze ontbreekt, volgens Belgisch recht; of het scheidsgerecht zich zonder rechtsmacht heeft verklaard ondanks een geldige arbitrageovereenkomst; of

ii) dat haar niet behoorlijk mededeling werd gedaan van de aanstelling van een arbiter of van de arbitrageprocedure, of dat zij om andere redenen haar rechten onmogelijk kon verdedigen; in dit geval kan er evenwel geen vernietiging zijn indien vastgesteld wordt dat de onregelmatigheid geen invloed had op de arbitrale uitspraak; of

iii) dat de uitspraak betrekking heeft op een geschil dat niet beoogd werd door de termen van de arbitrageovereenkomst of er niet binnen valt, of dat de uitspraak beslissingen bevat die de termen van de arbitrageovereenkomst te buiten gaan...; of

iv) dat de uitspraak niet met redenen omkleed is; of

v)dat de samenstelling van het scheidsgerecht of de arbitrageprocedure niet in overeenstemming was met de overeenkomst van de partijen, voor zover de overeenkomst niet in strijd was met een bepaling van het zesde deel van dit Wetboek waarvan de partijen niet kunnen afwijken, of, bij afwezigheid van overeenkomst daaromtrent, voor zover zij niet in overeenstemming was met het zesde deel van dit Wetboek; deze onregelmatigheden kunnen niet leiden tot vernietiging van de arbitrale uitspraak, als blijkt dat zij op de uitspraak geen invloed hadden, behalve voor wat betreft een onregelmatigheid inzake de samenstelling van het scheidsgerecht; of

vi) dat het scheidsgerecht zijn bevoegdheden heeft overschreden; of

b)de rechtbank van eerste aanleg vaststelt:

i)dat het voorwerp van het geschil niet vatbaar is voor arbitrage; of

ii) dat de uitspraak in strijd is met de openbare orde; of

iii) dat de uitspraak is verkregen door bedrog.

§ 4.a) Behalve in het in artikel 1690, § 4, eerste lid, bedoelde geval, kan een vordering tot vernietiging niet worden ingesteld na verloop van een termijn van drie maanden te rekenen vanaf de datum waarop de uitspraak overeenkomstig artikel 1678 werd meegedeeld aan de partij die deze vordering instelt, of, in afwijking hiervan, in geval van interpretatie, verbetering of aanvulling van een uitspraak krachtens artikel 1715 of krachtens een overeenkomst tussen partijen, te rekenen vanaf de datum waarop mededeling overeenkomstig artikel 1678 werd gedaan van de beslissing van het scheidsgerecht over de interpretatie, verbetering of aanvulling van de uitspraak aan de partij die de vordering tot vernietiging instelt.

b)Indien de vordering tot vernietiging wordt ingesteld op basis van paragraaf 3, b), iii, begint de in de bepaling onder a), vermelde termijn van drie maanden te lopen vanaf de ontdekking van het bedrog door de partij die de vordering tot vernietiging instelt.

§ 5.De in § 3, a), i., ii., iii. en v., bedoelde gevallen worden niet als grond tot vernietiging van de arbitrale uitspraak weerhouden, indien de partij die ze aanvoert, daarvan kennis heeft gekregen tijdens de arbitrageprocedure en er zich zonder wettige reden niet ten gepaste tijde heeft op beroepen voor het scheidsgerecht.

§ 6.De rechtbank van eerste aanleg voor wie een vordering tot vernietiging van een arbitrale uitspraak aanhangig is, kan op vordering van een partij, de vernietigingsprocedure schorsen gedurende een door haar bepaalde termijn om aan het scheidsgerecht de mogelijkheid te geven de arbitrageprocedure te hervatten of iedere andere maatregel te nemen die het van aard acht om de gronden van vernietiging weg te werken.

§ 7.De partij die derdenverzet aantekent tegen een beslissing tot erkenning en uitvoerbaarverklaring en die de vernietiging van de uitspraak wil bekomen zonder daartoe voorafgaandelijk een vordering te hebben ingesteld, moet haar vordering tot vernietiging en haar derdenverzet, op straffe van verval, in dezelfde procedure instellen voor zover de termijnen voorzien in paragraaf 4 niet zijn verstreken.

Indien de beslissing tot erkenning en uitvoerbaarverklaring meer dan een maand vóór het verstrijken van de termijn voorzien in paragraaf 4 aan de wederpartij wordt betekend, kan de termijn voor het instellen van een vordering tot vernietiging samen met het derdenverzet niet korter zijn dan de in paragraaf 4 bedoelde termijn.

Indien de beslissing tot erkenning en uitvoerbaarverklaring minder dan een maand voor het verstrijken van de termijn voorzien in paragraaf 4 aan de wederpartij wordt betekend, kan de termijn voor het instellen van een vordering tot vernietiging samen met het derdenverzet niet korter zijn dan één maand na deze betekening.

§ 8.De rechtbank van eerste aanleg voor wie een vordering tot vernietiging van de arbitrale uitspraak aanhangig is, kan op vordering van een partij bevelen dat de uitvoerbaarheid van de uitspraak wordt geschorst. De rechtbank kan, op vordering van een partij, de ene of de andere partij bevelen een passende zekerheid te stellen.

Art. 1718

De partijen kunnen door een uitdrukkelijke verklaring in de arbitrageovereenkomst of door een latere overeenkomst, elke vordering tot vernietiging van een arbitrale uitspraak uitsluiten, wanneer geen van hen een natuurlijke persoon met de Belgische nationaliteit of met woonplaats of gewone verblijfplaats in België is of een rechtspersoon die haar statutaire zetel, voornaamste vestiging of een bijkantoor in België heeft.