§ 1.Het scheidsgerecht beslist definitief of alvorens recht te doen door een of meerdere uitspraken.
§ 2.De partijen kunnen de termijn bepalen waarin de uitspraak moet worden gedaan of de wijze waarop deze termijn zal worden vastgelegd en, in voorkomend geval, zal worden verlengd.
Indien zij dat niet deden en het scheidsgerecht talmt met zijn uitspraak en indien er zes maanden zijn verstreken sedert de laatste arbiter werd aangesteld, kan de voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg aan het scheidsgerecht een termijn opleggen overeenkomstig artikel 1680, § 3.
De opdracht van de arbiters eindigt van rechtswege wanneer het scheidsgerecht bij het verstrijken van de opgelegde termijn geen uitspraak heeft gedaan.
§ 3.De arbitrale uitspraak wordt schriftelijk gedaan en wordt handgeschreven ondertekend of, volgens het tweede lid, elektronisch ondertekend door de arbiter of de arbiters. Indien het scheidsgerecht uit meer dan een arbiter is samengesteld, volstaat de ondertekening door de meerderheid van de leden van het scheidsgerecht, op voorwaarde dat de reden voor het ontbreken van de anderen wordt vermeld.
Het scheidsgerecht kan, behoudens verzet van een van de partijen, de arbitrale uitspraak in digitale vorm doen door deze te voorzien van een gekwalificeerde elektronische handtekening als bedoeld in artikel 3, 12°, van de Verordening (EU) nr. 910/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 23 juli 2014 betreffende elektronische identificatie en vertrouwensdiensten voor elektronische transacties in de interne markt en tot intrekking van Richtlijn 1999/93/EG.
De datum van de uitspraak is de datum van de laatste handtekening.
§ 4.De arbitrale uitspraak moet met redenen omkleed worden.
§ 5.Naast de eigenlijke beslissing omvat de uitspraak de volgende vermeldingen:
a)de namen en adressen van de arbiters;
b)de namen en woonplaatsen van de partijen;
c)het voorwerp van het geschil;
d)de datum waarop de uitspraak is gedaan;
e)de plaats van de arbitrage bepaald overeenkomstig artikel 1701, § 1....
§ 6.De arbitrale uitspraak stelt de arbitragekosten vast en beslist wie van de partijen de kosten draagt of in welke verhouding de kosten tussen de partijen gedeeld worden. Tenzij de partijen anders overeenkomen, omvatten deze kosten de erelonen en kosten van de arbiters en de erelonen en kosten van de raadslieden en vertegenwoordigers van de partijen, de kosten voor de dienstverlening door de instelling belast met de opvolging van de arbitrage en alle andere kosten in verband met de arbitrageprocedure.
§ 7.Het scheidsgerecht kan een partij veroordelen tot de betaling van een dwangsom. De artikelen 1385bis tot octies zijn mutatis mutandis van toepassing.
§ 8.Een exemplaar van de arbitrale uitspraak wordt overeenkomstig artikel 1678 aan iedere partij meegedeeld door de enkele arbiter of de voorzitter van het scheidsgerecht. Indien de wijze van mededeling overeenkomstig artikel 1678 niet geleid heeft tot de afgifte van een origineel, zendt de enkele arbiter of de voorzitter van het scheidsgerecht ook een dergelijk origineel aan de partijen.
§ 9.In de relaties tussen de partijen heeft de uitspraak dezelfde uitwerking als een rechterlijke beslissing.