Alle wetboeken › Ger.W.

DEEL V Bewarend beslag, middelen tot tenuitvoerlegging en collectieve schuldenregeling (art. 1386–1675/27) › TITEL IV Collectieve schuldenregeling.

HOOFDSTUK III Het centraal register collectieve schuldenregelingen

1675/20–1675/27

Art. 1675/20

Het centraal register collectieve schuldenregelingen, hierna "register" genoemd, is de geïnformatiseerde gegevensbank voor het beheer, de opvolging en de behandeling van de procedures van collectieve schuldenregeling.

Het register verzamelt alle stukken en gegevens betreffende een procedure van collectieve schuldenregeling, overeenkomstig de artikelen 1675/2 tot 1675/19.

Het register geldt als authentieke bron voor alle akten en gegevens die erin zijn opgenomen.

Art. 1675/21

§ 1.De Orde van Vlaamse Balies en de Ordre des barreaux francophones et germanophone, bedoeld in artikel 488, eerste en tweede lid, hierna "de beheerder" genoemd, staan gezamenlijk in voor de inrichting en het beheer van het register.

§ 2.De beheerder wordt met betrekking tot het in artikel 1675/20 bedoelde bestand beschouwd als de verantwoordelijke voor de verwerking in de zin van artikel 4, 7), van de Verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Richtlijn 95/46/EG (algemene verordening gegevensbescherming).

§ 3.De beheerder stelt een functionaris voor de gegevensbescherming aan.

Deze is meer bepaald belast met:

1°het verstrekken van deskundige adviezen inzake de bescherming van de persoonlijke levenssfeer en de beveiliging van persoonsgegevens en informatie en inzake hun verwerking;

2°het informeren en adviseren van de beheerder die de persoonsgegevens behandelt over zijn verplichtingen krachtens deze wet en het algemeen kader van de bescherming van de gegevens en de persoonlijke levenssfeer.

3°het opstellen, het toepassen, het bijwerken en het controleren van een beleid inzake de beveiliging en de bescherming van de persoonlijke levenssfeer;

4°het functioneren als contactpunt voor de Gegevensbeschermingsautoriteit;

5°de uitvoering van de andere opdrachten inzake de bescherming van de persoonlijke levenssfeer en de beveiliging die door de Koning worden bepaald, na advies van de Gegevensbeschermingsautoriteit.

Bij het uitoefenen van zijn opdrachten handelt de functionaris voor de gegevensbescherming volledig onafhankelijk en brengt rechtstreeks verslag uit aan de beheerder.

De Koning bepaalt, na advies van de Gegevensbeschermingsautoriteit, de nadere regels volgens dewelke de functionaris voor de gegevensbescherming zijn opdrachten uitvoert.

Art. 1675/22

§ 1.De magistraten van de rechterlijke orde bedoeld in artikel 58bis, de FOD Economie, de griffiers, in voorkomend geval de betrokken notaris(sen) en gerechtsdeurwaarder, en de schuldbemiddelaars, in het kader van de vervulling van hun wettelijke opdrachten, alsook de schuldenaar, de schuldeisers, de derden die beroepsmatig rechtsbijstand verlenen, alsook de wettelijke vertegenwoordiger of gerechtelijk mandataris, de derden bedoeld in artikel 1675/8, eerste lid, en de beheerder hebben toegang tot de voor hen relevante in artikel 1675/20, tweede lid, bedoelde gegevens, volgens de nadere regels bepaald door de Koning, na advies van de Gegevensbeschermingsautoriteit.

De Koning kan, na advies van de Gegevensbeschermingsautoriteit, andere categorieën van personen de toestemming geven om die gegevens te raadplegen onder de voorwaarden die Hij bepaalt.

De Koning bepaalt, na advies van de Gegevensbeschermingsautoriteit, de nadere regels voor de toegang tot het register voor de ambtenaren van de Federale Overheidsdienst Economie, K.M.O., Middenstand en Energie die belast zijn met de betaling van de staten van erelonen, kosten en emolumenten van de schuldbemiddelaar.

§ 2.Het is de beheerder verboden om de in artikel 1675/20, tweede lid, bedoelde gegevens te verstrekken aan andere dan de in paragraaf 1 bedoelde personen.

Hij die in welke hoedanigheid ook deelneemt aan de verzameling, de verwerking of de mededeling van de in artikel 1675/20, tweede lid, bedoelde gegevens of kennis heeft van die gegevens, moet het vertrouwelijk karakter ervan in acht nemen.

Artikel 352 van het Strafwetboek is op hem van toepassing.

Art. 1675/23

De beheerder stelt, op de door de Koning, na advies van de Gegevensbeschermingsautoriteit, bepaalde wijze, de schuldenaar in kennis van:

1°de in artikel 1675/20, tweede lid, bedoelde gegevens die hem betreffen;

2°de categorieën van personen die toegang hebben tot de in de bepaling onder 1 bedoelde gegevens;

3°de bewaartermijn van de in de bepaling onder 1 bedoelde gegevens;

4°de in artikel 1675/21, § 2, bedoelde verantwoordelijke voor de verwerking;

5°de wijze waarop hij inzage kan verkrijgen van de in de bepaling onder 1 bedoelde gegevens.

Art. 1675/24

De gegevens bedoeld in artikel 1675/20, tweede lid, worden bewaard gedurende de vijf jaren die volgen op het einde van de slotverrichtingen van de procedure van collectieve schuldenregeling.

Na afloop van deze termijn worden de gegevens naar het Rijksarchief overgebracht.

Art. 1675/25

De beheerder staat in voor de controle op de werking en het gebruik van het register.

Art. 1675/26

De Koning bepaalt, na het advies te hebben ingewonnen van de beheerder en de Gegevensbeschermingsautoriteit, de gegevens van en de nadere regels voor de inrichting en werking van het register.

Art. 1675/27

§ 1.De oprichtingskosten van het register worden gefinancierd door de Federale Overheidsdienst Justitie. De Koning bepaalt het bedrag, de toekenningsvoorwaarden, de betalingsmodaliteiten en het beheer van en de controle op de toelagen voor de oprichting van het register.

§ 2.De registratie, de raadpleging, de wijziging, de hernieuwing en de verwijdering van gegevens in het register alsook het beheer van een dossier van collectieve schuldenregeling kunnen aanleiding geven tot de inning van een jaarlijkse retributie teneinde de kosten te dekken die veroorzaakt worden door het beheer van het register. Deze retributie mag in geen geval door de schuldenaar worden gedragen en komt ten laste van de in artikel 1675/9, § 1, eerste lid, 4°, bedoelde bemiddelingsrekening.

De retributies zijn betaalbaar aan en worden geïnd door de beheerder.

Het bedrag, de voorwaarden en de nadere regels van de inning van de retributie worden door de Koning na advies van de beheerder bepaald.

De beheerder brengt elk jaar voor einde mei verslag uit aan de ministers bevoegd voor Justitie en voor Economie met betrekking tot de inkomsten en uitgaven van het register.

§ 3.Het bedrag van de retributie bedoeld in paragraaf 2 wordt op de eerste januari van ieder jaar aan de hand van de volgende formule van rechtswege aangepast aan de evolutie van het indexcijfer van de consumptieprijzen: het nieuwe bedrag is gelijk aan het basisbedrag vermenigvuldigd met het nieuwe indexcijfer en gedeeld door het beginindexcijfer.

Het beginindexcijfer is dat van de maand december van het jaar gedurende hetwelk het bedrag van de retributie is vastgesteld. Het nieuwe indexcijfer is dat van de maand december van het jaar voorafgaand aan de eerste januari van het jaar gedurende hetwelk de aanpassing gebeurt.

Het resultaat wordt op een eenheid naar boven afgerond.