Alle wetboeken › Ger.W.

DEEL V Bewarend beslag, middelen tot tenuitvoerlegging en collectieve schuldenregeling (art. 1386–1675/27) › TITEL III _ GEDWONGEN TENUITVOERLEGGING.

HOOFDSTUK IV _ Uitvoerend beslag onder derden.

1539–1544

Art. 1539

De schuldeiser die een uitvoerbare titel bezit, kan bij deurwaardersexploot uitvoerend beslag onder derden leggen, op de bedragen en zaken die deze aan zijn schuldenaar verschuldigd zijn.

Het beslag kan ook slaan op schuldvorderingen met tijdsbepaling, voorwaardelijke of betwistbare schuldvorderingen die de schuldenaar toebehoren.

Bij stilzitten van zijn schuldenaar, kan de schuldeiser, met toepassing van artikel 5.242 van het Burgerlijk Wetboek, dezelfde rechtspleging instellen.

De artikelen 1452 tot 1455 vinden toepassing op het uitvoerend beslag onder derden; de tekst van die artikelen evenals die van artikel 1543 wordt in de akte van beslag overgenomen.

(Het beslag wordt bij deurwaardersexploot binnen acht dagen aan de beslagen schuldenaar aangezegd. Wanneer het beslag slaat op inkomsten bedoeld in de artikelen 1409, §§ 1 en 1bis, en 1410, bevat de aanzegging, op straffe van nietigheid, het aangifteformulier voor kind ten laste waarvan het model bepaald is door de minister van Justitie.)

Art. 1539bis

Voor de toepassing van artikel 1539, eerste lid, kan de gerechtsdeurwaarder inlichtingen opvragen bij het centraal aanspreekpunt van de Nationale Bank van België via de overeenkomstig artikel 6, tweede lid, van de wet van 8 juli 2018 houdende organisatie van een centraal aanspreekpunt van rekeningen en financiële contracten en tot uitbreiding van de toegang tot het centraal bestand van berichten van beslag, delegatie, overdracht, collectieve schuldenregeling en protest, aangewezen centraliserende organisatie.

De centraliserende organisatie verstrekt de gerechtsdeurwaarder de volgende gegevens:

1°de identificatie van de bank of de banken en van de bankrekening of de bankrekeningen van de schuldenaar;

2°in voorkomend geval:

a)indien het beschikbare saldo gelijk is aan of groter is dan het bedrag waarop beslag wordt gelegd: de informatie dat het beschikbare bedrag toereikend is;

b)indien het beschikbare saldo lager is dan het bedrag waarop beslag wordt gelegd: het beschikbare saldo.

Art. 1540

Vanaf de ontvangst van de akte houdende derden-beslag, mag de derde-beslagene de sommen of zaken die het voorwerp zijn van het beslag niet meer uit handen geven, op straffe van gewoon schuldenaar te worden verklaard voor de oorzaken van het beslag, onverminderd schadevergoeding ten aanzien van de partij, indien daartoe grond bestaat.

De verplichting van de derde beslagene wordt vastgesteld, hetzij door zijn verklaring, hetzij, wanneer die verklaring betwist wordt, door de bevoegde rechter.

Art. 1541

Het verzet van de schuldenaar tegen wie het beslag geschiedt wordt op zijn verzoek aan de beslaglegger betekend binnen vijftien dagen na de aanzegging van het beslag, met dagvaarding om te verschijnen vóór de beslagrechter. Het verzet wordt bij exploot aangezegd aan de derde-beslagene, wat in dezelfde akte kan gebeuren.

De beslissing die op dit verzet wordt gewezen wordt eveneens aan de derde-beslagene betekend, door de meest gerede partij.

Art. 1542

Indien hij zijn verklaring niet doet binnen vijftien dagen na het derden-beslag of ze niet met nauwkeurigheid heeft gedaan en zoals gezegd wordt in artikel 1452, kan de derde-beslagene die daartoe voor de beslagrechter wordt gedagvaard, schuldenaar verklaard worden, voor het geheel of voor een gedeelte van de oorzaken van het beslag, alsmede voor de kosten daarvan, onverminderd de kosten van de tegen hem ingestelde rechtspleging, die in die gevallen te zijnen laste zijn.

Betwist de derde-beslagene de schuld waarvan de beslaglegger voor zichzelf betaling wil bekomen, dan wordt de zaak gebracht voor de bevoegde rechter of wordt zij hem, in voorkomend geval, door de beslagrechter teruggezonden.

Wordt de verklaring niet betwist, dan moet er geen andere rechtspleging gevolgd worden, noch door de derde-beslagene, noch tegen hem.

Art. 1543

Ten vroegste twee dagen na het verstrijken van die termijn van vijftien dagen te rekenen van de aanzegging van het beslag aan de persoon of aan de werkelijke of gekozen woonplaats van de beslagen schuldenaar, is de derde beslagene wiens schuld vaststaande en eisbaar is, ertoe gehouden, overeenkomstig zijn verklaring, op overlegging van het exploot van aanzegging, afgifte te doen in handen van de gerechtsdeurwaarder, van het bedrag van het beslag, bij gebreke waarvan hij daartoe zal veroordeeld worden op dagvaarding door de beslaglegger, voor de beslagrechter. Slaat het derden-beslag op zaken dan worden deze te gelde gemaakt zoals in zake uitvoerend beslag op roerend goed.

In geval van verzet door de beslagen schuldenaar, neemt de verplichting van de derde beslagene een aanvang, in voorkomend geval, op de dag waarop de beslissing op het verzet hem is betekend, onverminderd de werking van de voorzieningen tegen die beslissing.

Art. 1543bis

De verzetdoende schuldeiser die over een uitvoerbare titel beschikt, kan, na aanmaning aan de beslaglegger en zonder enige vordering tot indeplaatsstelling, doen overgaan door de instrumenterende gerechtsdeurwaarder tot de afgifte door de derde-beslagene overeenkomstig artikel 1543.

Art. 1544

<Opgeheven bij W 2022-12-26/04, art. 4, 130; Inwerkingtreding: 01-01-2023>