Alle wetboeken › Ger.W.

DEEL IV Burgerlijke rechtspleging (art. 664–1385octiesdecies) › BOEK II _ GEDING.

HOOFDSTUK IVbis - Gecentraliseerd informaticasysteem voor het beheer van de digitale dossiers.

725ter

Art. 725ter

§ 1.Bij de Federale Overheidsdienst Justitie wordt ter ondersteuning van de rechterlijke orde een gecentraliseerd informaticasysteem voor het beheer van digitale dossiers opgericht, hierna "het dossierbeheersysteem" genoemd.

§ 2.Dit dossierbeheersysteem heeft de volgende doeleinden:

1°de toegang tot het digitaal dossier mogelijk maken, overeenkomstig het Gerechtelijk Wetboek, het Wetboek van Strafvordering en de bijzondere wetten die betrekking hebben op de straf - en burgerlijke rechtspleging en de uitvoeringsbesluiten ervan:

a)voor de personen opgenomen in de in artikel 315ter, § 1, eerste lid, bedoelde elektronische lijst, van wie deze gegevens uitgaan, binnen de grenzen van hun wettelijke opdrachten;

b)voor de medewerkers van het gerecht;

c)op basis van artikel 646 van het Wetboek van Strafvordering, aan de Algemene Nationale Gegevensbank bedoeld in artikel 44/7 van de Wet van 5 augustus 1992 op het politieambt, enkel voor de gegevens bedoeld in § 3, 4°;

d)op basis van artikel 28, 4° van de wet van 30 juli 2018 betreffende de bescherming van natuurlijke personen met betrekking tot de verwerking van persoonsgegevens, tot de basisgegevensbanken bedoeld in artikel 44/11/2, § 6 van de wet op het politieambt, uitsluitend voor de gegevens bedoeld in § 3, 4°;

2°het beheer van het digitaal dossier door de personen opgenomen in de in artikel 315ter, § 1, eerste lid, bedoelde elektronische lijst, overeenkomstig het Gerechtelijk Wetboek, het Wetboek van Strafvordering en de bijzondere wetten die betrekking hebben op de straf- en burgerlijke rechtspleging en de uitvoeringsbesluiten ervan;

3°het beheer van de zittingen, overeenkomstig het Gerechtelijk Wetboek, het Wetboek van Strafvordering en de bijzondere wetten die betrekking hebben op de straf- en burgerlijke rechtspleging en de uitvoeringsbesluiten ervan.

§ 3.Dit dossierbeheersysteem verwerkt de volgende categorieën van persoonsgegevens:

1°de identificatie- en functiegegevens van de personen opgenomen in de in artikel 315ter, § 1, eerste lid, bedoelde elektronische lijst, van wie deze gegevens uitgaan, van de medewerkers van het gerecht en van de partijen in het proces;

2°de gegevens in het digitaal dossier;

3°de gegevens die nodig zijn voor de veiligheid van het dossierbeheersysteem.

4°de status van het dossier en die van de daarin ingeschreven personen.

§ 4.Dit dossierbeheersysteem bewaart persoonsgegevens overeenkomstig het Gerechtelijk Wetboek, het Wetboek van Strafvordering en de bijzondere wetten die betrekking hebben op de straf- en burgerlijke rechtspleging en de uitvoeringsbesluiten ervan.

§ 5.Dit dossierbeheersysteem geeft persoonsgegevens door overeenkomstig het Gerechtelijk Wetboek, het Wetboek van Strafvordering en de bijzondere wetten die betrekking hebben op de straf- en burgerlijke rechtspleging en de uitvoeringsbesluiten ervan.

§ 6.De rechten van de personen van wie de gegevens via dit dossierbeheersysteem worden verwerkt, worden uitgeoefend overeenkomstig de bepalingen van het Gerechtelijk Wetboek, het Wetboek van Strafvordering en de bijzondere wetten die betrekking hebben op de straf- en burgerlijke rechtspleging en de uitvoeringsbesluiten ervan.

§ 7.Het dossierbeheersysteem wordt beheerd door de beheerder bedoeld in artikel 42, eerste lid, van de wet van 18 februari 2014 betreffende de invoering van een verzelfstandigd beheer voor de rechterlijke organisatie.

§ 8.De Koning legt de nadere regels voor dit artikel vast na voorafgaand advies van de entiteit Cassatie, van het College van de hoven en rechtbanken en van het College van het openbaar ministerie.