Alle wetboeken › Ger.W.

DEEL IV Burgerlijke rechtspleging (art. 664–1385octiesdecies) › BOEK IV _ BIJZONDERE RECHTSPLEGINGEN. › Eerste afdeling - (De echtscheiding op grond van onherstelbare ontwrichting).

Afdeling V _ Scheiding van goederen.

1311–1318

Art. 1311

Zodra een vordering tot scheiding van goederen op de rol is gebracht, deelt de griffier, met het oog op de inschrijving ervan, aan het centraal register voor huwelijksovereenkomsten de volgende gegevens mee:

1°de dagtekening van de vordering;

2°het rolnummer ervan;

3°de naam, voornaam en woonplaats van de echtgenoten.

Art. 1313

Behoudens de bewarende maatregelen, mag op de vordering tot scheiding geen vonnis worden uitgesproken dan een maand nadat voldaan is aan de in artikel 1311 voorgeschreven formaliteit.

Art. 1314

Zolang het eindvonnis niet gewezen is, kunnen de schuld-eisers van een der echtgenoten, hetzij in der minne, hetzij bij deurwaardersexploot, aan de eiser vragen om hun de vordering tot scheiding en de bewijsstukken mee te delen en zelfs in het geding tussenkomen.

Art. 1315

De griffier deelt het vonnis mee aan het centraal register voor huwelijksovereenkomsten. Hetzelfde gebeurt in geval van verzet of hoger beroep.

De griffier deelt de volgende gegevens mee: de dagtekening en het onderwerp van de beslissing, de familierechtbank die de beslissing heeft gewezen, en de naam, voornaam en woonplaats van de echtgenoten.

Art. 1317

(De eiser) kan, op straffe van nietigheid, de tenuitvoerlegging van de beslissing niet beginnen vóór de dag waarop de beslissing inzake de scheiding van goederen werd ingeschreven in het centraal register voor huwelijksovereenkomsten.