Alle wetboeken › Ger.W.

DEEL IV Burgerlijke rechtspleging (art. 664–1385octiesdecies) › BOEK IV _ BIJZONDERE RECHTSPLEGINGEN.

HOOFDSTUK V - Bepaalde verkopingen van roerende goederen.

1194–1204bis

Art. 1194

Wanneer de verkoop van het tot een nalatenschap behorende roerende goederen geschiedt ingevolge artikel 4.77 van het Burgerlijk Wetboek, worden de hierna voorgeschreven vormen in acht genomen.

De verkoop geschiedt evenwel zoals de partijen beslissen, indien zij alle meerderjarig en tegenwoordig zijn en het eens zijn, en er geen belanghebbende derde is.

De bepalingen van het eerste lid zijn van toepassing op de verkoop van roerende goederen die behoren tot een onbeheerde nalatenschap of tot een onder voorrecht van boedelbeschrijving aanvaarde nalatenschap, (alsmede op de verkopingen bedoeld (in de artikelen 410, § 1, 499/7, § 2, en 499/9) van het Burgerlijk Wetboek).

Art. 1195

De verkoop heeft plaats op verzoek van een belanghebbende partij, door tussenkomst van een notaris of een gerechtsdeurwaarder en overeenkomstig het plaatselijk gebruik.

Wanneer zij beschikt op het verzoek van een belanghebbende partij, kan de familierechtbank alle maatregelen bevelen die de uitslag van de verkoop kunnen verbeteren. Het bevelschrift wordt door de griffier bij gerechtsbrief ter kennis gebracht van de partijen.

(In de gevallen bedoeld in de artikelen 410, § 1, 499/7, § 2, en 499/9, van het Burgerlijk Wetboek, kan de vrederechter dezelfde maatregelen bevelen.)

Art. 1196

Wanneer de verkoop geschiedt ingevolge artikel 4.77 van het Burgerlijk Wetboek, of wanneer het een verkoop is van roerende goederen die behoren tot een onder voorrecht van boedelbeschrijving aanvaarde nalatenschap, worden tot de verkoping opgeroepen de partijen die het recht hebben om tegenwoordig te zijn bij de boedelbeschrijving en die in het Rijk woonplaats hebben of woonplaats hebben gekozen.

De oproeping wordt door de optredende openbare of ministeriële ambtenaar gedaan aan de woonplaats of aan de gekozen woonplaats bij een ter post aangetekend schrijven.

Art. 1197

Indien er moeilijkheden rijzen, wordt daarover beslist in kort geding door de familierechtbank van de plaats waar de goederen zich bevinden (of door de vrederechter die machtiging gaf tot de verkoop ingevolge (de artikelen 410, § 1, 499/7, § 2, en 499/9,) van het Burgerlijk Wetboek.)

Art. 1198

De verkoop geschiedt in de gemeente of de agglomeratie waar de goederen zich bevinden, tenzij de familierechtbank (of de vrederechter) op verzoek van een partij anders beveelt overeenkomstig artikel 1195.

Art. 1199

Indien het een handelszaak betreft, geschiedt de verkoop ineens.

Lichamelijke goederen die tot de te verkopen zaak behoren, kunnen niet worden toegewezen voor een lagere prijs dan de deskundige heeft geschat. De deskundige wordt op verzoek van een der partijen aangewezen door de familierechtbank van de plaats van de hoofdvestiging der handelszaak. De deskundige brengt verslag uit binnen de termijn bepaald bij de beschikking van de rechtbank. Indien de prijs het geschatte bedrag niet bereikt, worden de onderscheiden bestanddelen van de handelszaak in het klein verkocht overeenkomstig de bepalingen van dit hoofdstuk, en zulks terstond of op een latere zitting.

(Indien het een handelszaak betreft die in haar geheel toebehoort aan onbekwamen, geschiedt de verkoop ten overstaan van de vrederechter overeenkomstig de procedure zoals aangegeven in het eerste en het tweede lid. De deskundige wordt op verzoek van een der partijen aangewezen door deze vrederechter.)

Art. 1200

De verkoop geschiedt onverschillig of de partijen al dan niet tegenwoordig zijn, zonder dat iemand voor de niet verschenen personen wordt opgeroepen.

Art. 1201

De toewijzing geschiedt aan de meestbiedende en tegen gereed geld.

Bij gebreke van betaling kan het goed terstond opnieuw worden verkocht. De optredende notaris of gerechtsdeurwaarder is persoonlijk aansprakelijk voor de prijs van de toewijzingen.

Art. 1202

De verzoekende partijen kunnen evenwel overeenkomen dat de prijs op een bepaald tijdstip zal worden betaald.

In dat geval wordt het proces-verbaal getekend door de verkoper en door de koper; de optredende notaris of deurwaarder is niet aansprakelijk voor de prijs van de toewijzingen. Hij mag de niet betaalde prijs niet voorschieten aan de verkoper.

Art. 1203

Het proces-verbaal van de verkoop geeft de naam, voornaam en woonplaats van de verzoekende partijen op, de gemaakte publiciteit en, in voorkomend geval, de beschikking die voor de verkoop bijzondere regels heeft vastgesteld.

De handtekening van de verzoekende partijen is niet vereist. Wanneer er nochtans een termijn werd gesteld voor de betaling van de prijs, geeft het proces-verbaal bovendien de naam, voornaam en woonplaats van de persoon aan wie de koop werd toegewezen en wordt het door de verzoekers en door die persoon ondertekend. Die handtekening kan geplaatst worden onmiddellijk na iedere toewijzing.

Art. 1204

Betreft het deviezen of openbare effecten, dan geschiedt de verkoop op de beurs: voor de genoteerde effecten of deviezen, op de gewone vergaderingen van de beurs of van een der beurzen waar zij genoteerd worden; voor de andere, op de openbare verkopingen die de beurscommissie houdt.

Art. 1204bis

Wanneer moet worden overgegaan tot vervreemding van roerende goederen die geheel of gedeeltelijk toebehoren aan minderjarigen onder voogdij, beschermde personen die krachtens artikel 492/1 van het Burgerlijk Wetboek onbekwaam werden verklaard om roerende goederen te vervreemden, personen die geïnterneerd zijn ingevolge de wet op de bescherming van de maatschappij of wanneer deze goederen behoren tot een onbeheerde nalatenschap of tot een onder voorrecht van boedelbeschrijving aanvaarde nalatenschap, kunnen diegenen die bevoegd zijn om deze verkoping te vorderen, naargelang van het geval, bij de vrederechter of bij de familierechtbank, een aanvraag indienen tot machtiging om onderhands te verkopen. De machtiging wordt verleend als het belang van de beschermde personen het vereist. Deze aanvraag wordt ingediend bij een met redenen omkleed verzoekschrift waarbij een ontwerp van verkoopovereenkomst wordt gevoegd. De personen die de beschermde personen vertegenwoordigen, moeten gehoord of bij gerechtsbrief behoorlijk opgeroepen worden ten minste vijf dagen voor de zittingsdag. De rechter kan de personen die bij de overeenkomst partij zullen zijn, bevelen te verschijnen. Een exemplaar van de ondertekende overeenkomst moet daarna aan de rechter worden bezorgd.