Telkens als een ernstig belang aanwezig is kan de verzegeling van de voorwerpen die tot het gemeenschappelijk vermogen van de echtgenoten, een nalatenschap of een onverdeeldheid behoren, worden gevorderd:
1°door degenen die aanspraak maken op een recht daarin en door hun persoonlijke schuldeisers;
2°door alle schuldeisers van de nalatenschap, het gemeenschappelijk vermogen of de onverdeeldheid;
3°door de personen die bij de overledene woonden of in dienst waren in zijn huishouding, indien de echtgenoot, de erfgenamen of een van hen niet tegenwoordig zijn;
4°door de uitvoerder van de uiterste wilsbeschikking.