Alle wetboeken › BW

BOEK 4 Nalatenschappen, schenkingen en testamenten › Titel 1 Nalatenschappen en wettelijke erfopvolging

Hoofdstuk 5 Onbeheerde nalatenschappen

4.58

Art. 4.58

Vereffening van een onbeheerde nalatenschap

§ 1.Wanneer, na het verstrijken van de termijnen van boedelbeschrijving en van beraad, zich niemand aanmeldt om een nalatenschap op te vorderen, geen erfgenaam bekend is of de bekende erfgerechtigden de nalatenschap hebben verworpen, wordt deze als onbeheerd beschouwd.

§ 2.De door de familierechtbank, overeenkomstig artikel 1228 van het Gerechtelijk Wetboek aangewezen curator is gehouden de staat van nalatenschap door een boedelbeschrijving te doen vaststellen.

Hij beheert de nalatenschap. De bepalingen van hoofdstuk 4 betreffende de tegeldemaking van het actief en de betaling van het passief door de onder voorrecht van boedelbeschrijving aanvaardende erfgenaam, zijn van toepassing.

§ 3.Vanaf de beschikking tot aanwijzing van een curator bedoeld in artikel 1228 van het Gerechtelijk Wetboek kan de familierechtbank, op uitdrukkelijk en met redenen omkleed verzoek van deze curator en om de nalatenschap te beheren, alle informatie over de erflater opvragen bij het centraal aanspreekpunt gehouden door de Nationale Bank van België, overeenkomstig de wet van 8 juli 2018 houdende organisatie van een centraal aanspreekpunt van rekeningen en financiële contracten en tot uitbreiding van de toegang tot het centraal bestand van berichten van beslag, delegatie, overdracht, collectieve schuldenregeling en protest. De rechtbank bezorgt de ontvangen informatie aan de curator.