Alle wetboeken › Ger.W.

DEEL III Bevoegdheid (art. 556–663)

TITEL IV _ Regeling van geschillen van bevoegdheid.

639–663

Art. 639

Wanneer de bevoegdheid van de rechter voor wie de zaak aanhangig is, betwist wordt, kan de eiser, vóór de sluiting van de debatten, vorderen dat de zaak naar de arrondissementsrechtbank wordt verwezen voor beslissing over het middel.

De zaak wordt voor deze rechtbank gebracht zonder andere formaliteiten dan de vermelding van de verwijzing op (het zittingsblad) en de overzending van het dossier van de rechtspleging met, in voorkomend geval, het in artikel 725bis bedoelde familiedossier waarin het dossier van de rechtspleging is opgenomen, aan de voorzitter van de rechtbank door toedoen van de griffier.

Heeft de eiser, op de exceptie van onbevoegdheid door de verweerder voorgedragen, geen verwijzing gevorderd overeenkomstig het eerste lid, dan doet de rechter voor wie de zaak aanhangig is, uitspraak over de bevoegdheid.

Deze bepaling is ook toepasselijk wanneer het hoger beroep tegen een beslissing van de vrederechter gebracht wordt voor de rechtbank van eerste aanleg of de ondernemingsrechtbank die zitting houdt in hoger beroep, en de bevoegdheid van de rechtbank wordt betwist. De verwijzing naar de arrondissementsrechtbank wordt gelast op verzoek van de aanlegger in beroep.

De arrondissementsrechtbank is niet bevoegd inzake de rechtsmacht van de hoven en de rechtbanken.

Art. 640

Wanneer een rechter ambtshalve een middel dient aan te voeren dat uit zijn onbevoegdheid voortkomt, gelast hij de verwijzing van de zaak naar de arrondissementsrechtbank opdat over het middel beslist wordt.

Art. 641

Dadelijk na ontvangst van het dossier bepaalt de voorzitter van de arrondissementsrechtbank dag en uur van de zitting waarop de partijen, binnen de gewone termijn van dagvaarding in kort geding, voor de rechtbank moeten verschijnen om over het middel te horen beslissen.

De griffier roept de partijen op per gerechtsbrief. Hij geeft tegelijkertijd kennis ervan aan hun advocaten bij gewone brief.

De rechtbank doet onverwijld uitspraak, het advies van het openbaar ministerie gehoord.

Art. 642

Tegen de beslissingen van de arrondissementsrechtbank inzake bevoegdheid, zelfs bij verstek gegeven, staat alleen voorziening open voor de procureur-generaal bij het hof van beroep.

Die voorziening wordt ingesteld bij een verzoekschrift dat binnen vijftien dagen na de uitspraak van het vonnis ter griffie van het Hof van Cassatie wordt ingediend, en de griffier van het hof zendt bij gerechtsbrief een afschrift ervan aan de rechter voor wie de zaak aanhangig is, en aan de partijen. De voorziening schorst de rechtspleging voor de rechter voor wie de zaak aanhangig is.

De partijen beschikken over een termijn van acht dagen, te rekenen vanaf de kennisgeving van het afschrift van de voorziening, om aan het Hof van Cassatie hun opmerkingen te zenden in de vorm van een memorie, zonder dat er een advocaat bij het Hof van Cassatie dient aangesteld te worden, noch debatten ter zitting dienen gehouden te worden.

De griffier zendt een afschrift van het arrest aan de voorzitter van de arrondissementsrechtbank, aan de rechter voor wie de zaak aanhangig is en aan de partijen.

Art. 643

In de gevallen waarin een exceptie van onbevoegdheid aanhangig kan worden gemaakt voor de rechter in hoger beroep, beslist deze over het middel en verwijst de zaak, indien daartoe grond bestaat, naar de bevoegde rechter (in hoger beroep).

Art. 644

Verwijzing wegens aanhangigheid of samenhang belet niet dat, indien daartoe grond bestaat, de rechter naar wie de zaak is verwezen, de artikelen 639 en 640 toepast.

Art. 645

Regeling van rechtsgebied in burgerlijke zaken heeft plaats, wanneer er strijdigheid is tussen in kracht van gewijsde gegane beslissingen van twee of meer rechters over dezelfde vordering of over samenhangende vorderingen.

Art. 646

De vordering tot regeling van rechtsgebied wordt bij het Hof van Cassatie ingediend bij verzoekschrift.

Het Hof van Cassatie beslist of er grond bestaat tot regeling van rechtsgebied en machtigt de eiser in voorkomend geval om te dien einde te dagvaarden; het kan de opschorting van de uitwerking van elke begonnen rechtspleging bevelen.

Het arrest wordt door de eiser aan de partijen of aan hun lasthebbers betekend binnen een maand te rekenen van de dag van het arrest. Het exploot van betekening bevat dagvaarding om voor het hof te verschijnen, volgens de gewone regels voor de dagvaardingen.

Heeft de eiser niet binnen gezegde termijn van één maand gedagvaard, dan is hij vervallen van de regeling van rechtsgebied zonder dat dit dient gelast te worden en de schorsing verliest van rechtswege haar uitwerking.

Art. 647

Het Hof van Cassatie vernietigt de rechtsplegingen gevoerd voor de rechters aan wie het de zaak onttrekt en, indien daartoe grond bestaat, verwijst het de partijen naar de rechter tot wie de partijen zich niet hadden gewend.

De eiser die in het ongelijk wordt gesteld, kan tot schadevergoeding worden veroordeeld.

Art. 648

Vordering tot onttrekking van de zaak aan de rechter kan worden ingesteld:

1°op grond van bloed- of aanverwantschap;

2°wegens wettige verdenking;

3°uit oorzaak van openbare veiligheid;

4°wanneer de rechter (gedurende meer dan zes maanden) verzuimt de zaak te berechten die hij in beraad heeft genomen.

Art. 649

Onttrekking aan de rechter wegens bloed- en aanverwantschap kan gelast worden, op verzoek van een partij:

1°wanneer een partij twee bloed- of aanverwanten tot de derde graad heeft (onder de rechters in de rechtbank van eerste aanleg of de rechters in de arbeidsrechtbank of de rechters in sociale zaken of de rechters in de ondernemingsrechtbank of de rechters in handelszaken of onder de raadsheren in het hof van beroep of de raadsheren in het arbeidshof of de raadsheren in sociale zaken,) ofwel wanneer zij een bloedverwant in die graad heeft onder de hiervorengenoemde rechters of raadsheren in de rechtbank of in het hof en zelf daarvan deel uitmaakt;

2°wanneer (een partij) een bloed- of aanverwant in dezelfde graad heeft onder de werkende of plaatsvervangende vrederechters of politierechters van het kanton of wanneer zij zelf werkend of plaatsvervangend vrederechter of (rechter in de politierechtbank) van het kanton is.

Art. 650

Iedere partij kan op grond van wettige verdenking vorderen dat de zaak aan de rechter wordt onttrokken.

Art. 651

Alleen de procureur-generaal bij het Hof van Cassatie kan op grond van openbare veiligheid vorderen dat de zaak aan de rechter wordt onttrokken.

Art. 652

Wanneer de rechter gedurende meer dan zes maanden verzuimt de zaak te berechten die hij in beraad heeft genomen, kunnen de procureur-generaal bij het hof van beroep alsook iedere partij vorderen dat de zaak aan de rechter wordt onttrokken.

Art. 653

De vordering tot onttrekking van de zaak aan de rechter wordt ingesteld bij een met redenen omkleed (en door een advocaat) en ondertekend verzoekschrift dat ter griffie van het Hof van Cassatie wordt ingediend.

Art. 654

De vordering tot onttrekking van de zaak aan de rechter heeft schorsende kracht.

De griffier van het hof bericht binnen vierentwintig uren aan de griffier van de rechter tegenover wie onttrekking wordt gevorderd, dat het verzoekschrift is ingediend. Het dossier van de rechtspleging wordt ten spoedigste toegezonden aan de griffie van het Hof van Cassatie.

Art. 655

In het in artikel 648, 4°, bedoelde geval wordt binnen acht dagen na de indiening van het verzoekschrift, hiervan door de griffier kennis gegeven aan de rechter tegenover wie onttrekking wordt gevorderd, aan diens korpschef alsook aan de niet verzoekende partijen.

Die partijen en de rechter dienen, binnen acht dagen na de kennisgeving, bij de griffie van het hof hun opmerkingen in in de vorm van een memorie alsook alle stukken die zij nuttig achten. Het hof doet onmiddellijk einduitspraak na inzage van het verzoekschrift, van de opmerkingen en van de bewijsstukken.

De griffier van het hof zendt bij gerechtsbrief aan de rechter tegenover wie onttrekking wordt gevorderd, aan zijn korpschef, aan de nieuwe geadieerde rechter, aan zijn korpschef en aan de partijen, of, in voorkomend geval, aan hun advocaten, een niet ondertekend afschrift van de einduitspraak over de vordering tot onttrekking.

Art. 656

(In de in artikel 648, 1 tot 3, bedoelde gevallen, is de volgende procedure van toepassing:)

Na inzage van het verzoekschrift en van de bewijsstukken doet het Hof van Cassatie onmiddellijk einduitspraak indien het verzoek kennelijk onontvankelijk is.

(lid 3 opgeheven)

(lid 4 opgeheven)

Wanneer het verzoek niet kennelijk onontvankelijk is, beveelt het Hof ten spoedigste en uiterlijk binnen acht dagen:

1°(a) dat van het arrest, het verzoekschrift en de bijgevoegde stukken mededeling wordt gedaan aan de vrederechter of de rechter in de politierechtbank tegen wie onttrekking wordt gevorderd, teneinde binnen de door het Hof bepaalde termijn een verklaring op de uitgifte van het arrest te stellen;

b)dat van het arrest, het verzoekschrift en de bijgevoegde stukken mededeling wordt gedaan aan de eerste voorzitter of de voorzitter, naargelang van het gerecht waartegen onttrekking wordt gevorderd, teneinde binnen de door het Hof bepaalde termijn, een verklaring op de uitgifte van het arrest te stellen in overleg met de leden van het gerecht die met naam worden vermeld en deze verklaring mede ondertekenen;)

2°dat van het arrest, het verzoekschrift en de bijgevoegde stukken mededeling wordt gedaan aan de niet-verzoekende partijen en dat hun de termijn wordt meegedeeld voor de neerlegging van hun conclusies ter griffie en de dag van verschijning voor het Hof; deze dag van verschijning vindt plaats uiterlijk binnen twee maanden na het indienen van het verzoekschrift;

3°dat van het arrest, het verzoekschrift en de bijgevoegde stukken mededeling wordt gedaan aan het openbaar ministerie bij het gerecht waartegen onttrekking wordt gevorderd en dat de termijn wordt meegedeeld voor de neerlegging van zijn advies, indien het Hof dit nodig acht;

4°dat een van de raadsheren die in het arrest wordt aangewezen, op een bepaalde dag verslag uitbrengt.

In afwijking van artikel 478 worden de conclusies ondertekend door een advocaat. De conclusies en, in voorkomend geval, het advies van het openbaar ministerie, worden ten laatste op de dag van de neerlegging ter griffie meegedeeld aan de partijen.

De griffier van het Hof zendt bij gerechtsbrief aan de rechter bedoeld (in het vijfde lid,1°), aan elke partij of, in voorkomend geval, aan hun advocaten, een niet-ondertekend afschrift van de einduitspraak over de vordering tot onttrekking.

Art. 657

(Opgeheven).

Art. 658

Het arrest tot onttrekking van de zaak beveelt de verwijzing naar de rechter die het aanwijst.

De verwijzing geschiedt:

van een rechtbank naar een andere...;

van een hof van beroep naar een ander hof van beroep en van een arbeidshof naar een ander arbeidshof.

Is de onttrekking gelast krachtens artikel 652, dan kan het hof de zaak ook verwijzen naar dezelfde rechtbank die anders is samengesteld.

(Het Hof kan bovendien de handelingen vernietigen die voor de uitspraak van de beslissing zijn verricht (door rechters aan wie de zaak onttrokken is).)

(In het in artikel 648, 4°, bedoelde geval ziet de korpschef van de magistraat naar wie de zaak wordt verwezen, erop toe dat er binnen de maand van kennisgeving van het arrest van onttrekking een rechtsdag wordt bepaald, zo nodig op een zitting die hieraan speciaal is gewijd.)

Art. 659

Het arrest dat een vordering tot onttrekking van de zaak heeft afgewezen, levert geen beletsel op voor het instellen van een nieuwe vordering wegens feiten die zich sedert de uitspraak hebben voorgedaan.

Art. 660

Behalve wanneer het voorwerp van de vordering niet tot de bevoegdheid van de rechterlijke macht behoort, verwijst iedere beslissing betreffende de bevoegdheid de zaak zo nodig naar de bevoegde rechter die zij aanwijst.

De beslissing bindt de rechter naar wie de vordering wordt verwezen, met dien verstande dat zijn recht om over de rechtsgrond van de zaak te oordelen onverkort blijft.

Art. 661

Binnen acht dagen na de uitspraak van de beslissing zendt de griffier het dossier van de rechtspleging aan de griffier van de rechter naar wie de zaak is verwezen.

Van de beslissing tot verwijzing of tot onttrekking van de zaak voegt hij er zoveel exemplaren bij als er partijen in het geding zijn.

Art. 662

De zaak wordt ambtshalve en zonder kosten op de rol gebracht van de rechter naar wie zij verwezen is.

De partijen worden op verzoek van een van hen door de griffier bij gerechtsbrief opgeroepen om te verschijnen op de plaats, de dag en het uur van de zitting waarop de zaak zal voorkomen. Bij deze oproeping wordt een afschrift van de beslissing van verwijzing gevoegd. De griffier meldt zulks op dezelfde wijze aan de advocaten van de partijen bij gewone brief.

Het geding wordt voortgezet in de staat waarin het zich laatstelijk bevond.

Art. 663

Ingeval de zaak wegens onbevoegdheid verwezen wordt door de feitenrechter, wordt het geding vóór de rechter naar wie de zaak verwezen is, door verzet en hoger beroep geschorst.