De wedden van de referendarissen bij het Hof van Cassatie worden bepaald als volgt:
-gedurende de stage van drie jaar bedoeld in artikel 259terdecies is de wedde van de referendaris dezelfde als die van een substituut-procureur des Konings overeenkomstig artikel 355;
-gedurende de tien daaropvolgende jaren is de wedde van de referendaris dezelfde als de wedde van een substituut-procureur-generaal en een substituut-generaal bij het hof van beroep overeenkomstig artikel 355;
-na het dertiende jaar is de wedde van de referendaris dezelfde als die van een advocaat-generaal bij het hof van beroep of bij het arbeidshof.
De artikelen 360, 361, 362, 363, 363/1, 365 en 377 van dit Wetboek zijn mede van toepassing op de referendarissen.