Alle wetboeken › BW

BOEK 7 Bijzondere contracten › Titel 4 Dienstencontract

Ondertitel 3 Bijzondere bepalingen voor specifieke dienstencontracten

7.4.34–7.4.57

Art. 7.4.34

toekomstig recht

Omvang van de vertegenwoordigingsbevoegdheid

De lastgeving is bijzonder als die enkel voor bepaalde zaken van de lastgever geldt. De lastgeving is algemeen als die voor alle zaken van de lastgever geldt.

De lasthebber kan slechts een daad van beschikking voor rekening van de lastgever verrichten indien het contract hem die bevoegdheid uitdrukkelijk verleent.

Art. 7.4.35

toekomstig recht

Plaatsvervanging van de lasthebber

§ 1.Plaatsvervanging in de zin van dit artikel is de handeling waarbij de lasthebber een derde opdraagt het voorwerp van de lastgeving geheel of gedeeltelijk uit te voeren voor rekening van of in naam en voor rekening van de lastgever.

§ 2.Plaatsvervanging wordt vermoed toegelaten te zijn, behoudens tegenbewijs.

§ 3.Indien de plaatsvervanging niet is toegestaan, staat de lasthebber in voor de goede uitvoering van de lastgeving door de plaatsvervanger.

Indien de plaatsvervanging is toegestaan, staat de lasthebber alleen in voor de keuze van zijn plaatsvervanger.

De lasthebber is niet aansprakelijk indien de plaatsvervanger een van de personen is die door de lastgever is toegestaan om in zijn plaats te handelen.

§ 4.Indien de plaatsvervanging niet is toegestaan, heeft de lastgever een rechtstreekse vordering tegen de plaatsvervanger.

Indien de plaatsvervanging is toegestaan, bestaat tussen de lastgever en de plaatsvervangende lasthebber een rechtstreekse contractuele verhouding en kunnen zij derhalve tegen elkaar optreden.

Art. 7.4.36

toekomstig recht

Volmacht door een gerechtelijk lasthebber

De persoon aan wie een gerechtelijke lastgeving is verleend, kan ter uitvoering van deze lastgeving een volmacht aan een derde verlenen, louter met het oog op de ondertekening van een authentieke akte waarvan de inhoud reeds door die persoon is bepaald. Deze volmacht vermeldt uitdrukkelijk dat deze beperkt is tot de loutere ondertekening van de authentieke akte die erin wordt vermeld.

Art. 7.4.37

toekomstig recht

Overlijden, ontbinding, insolvabiliteit of handelingsonbekwaamheid van de lastgever

§ 1.Het overlijden, de ontbinding van de rechtspersoon, de insolvabiliteit of de handelingsonbekwaamheid van de lastgever leidt van rechtswege tot het tenietgaan van het contract.

In geval van overlijden van de lastgever, brengen zijn algemene rechtsopvolgers of zijn rechtsopvolgers onder algemene titel de lasthebber hiervan onverwijld op de hoogte.

§ 2.De algemene lastgeving bedoeld in artikel 7.4.34, eerste lid, en de lastgeving die een bevoegdheid als bedoeld in artikel 489 van het oud Burgerlijk Wetboek verleent, gaan van rechtswege teniet wanneer de lastgever komt te verkeren in een staat als bedoeld in artikel 488/1 of 488/2 van het oud Burgerlijk Wetboek en het contract niet voldoet aan de eisen bepaald in de artikelen 490 en 490/1, § 1, van het oud Burgerlijk Wetboek.

Van het eerste lid kan slechts worden afgeweken indien dit uitdrukkelijk werd bedongen in een contract van discretionair vermogensbeheer, een hypothecair mandaat of een maatschap. De Koning kan deze lijst van uitzonderingen uitbreiden.

Art. 7.4.38

toekomstig recht

Overlijden, ontbinding, insolvabiliteit of handelingsonbekwaamheid van de lasthebber

Het overlijden, de ontbinding van de rechtspersoon, de insolvabiliteit of de handelingsonbekwaamheid van de lasthebber leidt van rechtswege tot het tenietgaan van de lastgeving. Dit is ook het geval wanneer de lasthebber komt te verkeren in een staat bedoeld in de artikelen 488/1 of 488/2 van het oud Burgerlijk Wetboek.

In geval van overlijden van de lasthebber, brengen zijn algemene rechtsopvolgers of zijn rechtsopvolgers onder algemene titel de lastgever hiervan onverwijld op de hoogte.

In de gevallen bedoeld in het eerste en het tweede lid, nemen de algemene rechtsopvolgers of de rechtsopvolgers onder algemene titel of de vertegenwoordigers van de lasthebber ondertussen alle redelijke maatregelen ter vrijwaring van de belangen van de lastgever.

Art. 7.4.39

toekomstig recht

Opzegging door de lastgever

§ 1.De lastgever kan de lastgeving te allen tijde opzeggen, tenzij de lastgeving in het gemeenschappelijk belang van beide partijen gesloten werd.

De vertegenwoordigingsbevoegdheid die in een gemengd contract besloten ligt, kan door de lastgever worden opgezegd, zelfs als het gemengd contract niet kan worden opgezegd.

§ 2.In afwijking van artikel 7.4.32, tweede lid, en behoudens andersluidende gebruiken, is, wanneer het contract onder bezwarende titel gesloten werd, de lastgever niet verplicht de lasthebber voor zijn gederfde winst te vergoeden.

Art. 7.4.40

toekomstig recht

Opzegging door de lasthebber

De lasthebber kan het contract te allen tijde opzeggen, tenzij de lastgeving in het gemeenschappelijk belang van beide partijen gesloten werd.

Artikel 7.4.33, § 2, tweede lid, is van overeenkomstige toepassing.

Art. 7.4.41

toekomstig recht

Aangelegenheid die geen uitstel gedoogt

In de gevallen bedoeld in de artikelen 7.4.37, 7.4.39 en 7.4.40 zet de lasthebber de opdracht verder indien de aangelegenheid geen uitstel gedoogt.

Art. 7.4.42

toekomstig recht

Onwetendheid van de lasthebber en van derden

Wanneer de lasthebber geen kennis heeft van het tenietgaan van de lastgeving, wordt alles wat hij binnen de grenzen van zijn bevoegdheid doet, in zijn verhouding tot de lastgever als correct uitgevoerd beschouwd.

De staat van de lastgever bedoeld in artikel 488/1 of 488/2 van het oud Burgerlijk Wetboek kan niet worden tegengeworpen aan derden die met de lasthebber gehandeld hebben terwijl zij van die staat geen kennis hadden. Dit geldt onverminderd het verhaal van de lastgever op de lasthebber.

Art. 7.4.43

toekomstig recht

Toepassingsgebied

Deze afdeling is van toepassing op lastgevingen die de lasthebber een bevoegdheid tot onmiddellijke vertegenwoordiging verlenen.

Art. 7.4.44

toekomstig recht

Bewijs van vertegenwoordigingsbevoegdheid ten opzichte van derden

Het bewijs van de vertegenwoordigingsbevoegdheid ten opzichte van derden kan door een volmacht worden geleverd.

Bij de uitdoving van de vertegenwoordigingsbevoegdheid kan de lastgever de lasthebber verplichten de door de lasthebber ontvangen volmacht terug te geven.

Art. 7.4.45

toekomstig recht

Aansprakelijkheid van de lasthebber ten aanzien van derden

De lasthebber die aan de derde met wie hij in deze hoedanigheid handelde, voldoende kennis gaf van zijn bevoegdheid, is ten aanzien van die derde tot geen enkele vrijwaring gehouden voor hetgeen hij buiten die bevoegdheid heeft verricht, voor zover hij zich niet persoonlijk heeft verbonden.

Art. 7.4.46

toekomstig recht

Bevoegdheidsoverschrijding door de lasthebber

Indien de lasthebber zijn vertegenwoordigingsbevoegdheid overschrijdt, is artikel 1.8, §§ 4 en 5, van toepassing.

Art. 7.4.47

toekomstig recht

Aansprakelijkheid van de hotelhouder

§ 1.De hotelhouder is aansprakelijk voor de beschadiging, vernieling of ontvreemding van de zaken die een hotelgast die in het hotel intrek neemt en er logeert, naar het hotel meebrengt.

Als meegebrachte zaken worden beschouwd:

1°de zaken die zich in het hotel bevinden gedurende de tijd dat de hotelgast er slaapgelegenheid heeft;

2°de zaken die de hotelhouder of zijn hulppersoon buiten het hotel onder hun toezicht nemen gedurende de tijd dat de hotelgast er een slaapgelegenheid ter beschikking heeft; en

3°de zaken die de hotelhouder of zijn hulppersoon binnen of buiten het hotel onder hun toezicht nemen gedurende een redelijke tijd voor of na de tijd dat de hotelgast er een slaapgelegenheid ter beschikking heeft.

§ 2.Artikel 8.9 is niet van toepassing op de aansprakelijkheid van de hotelhouder bedoeld in paragraaf 1.

Art. 7.4.48

toekomstig recht

Omvang van de aansprakelijkheid

§ 1.De in artikel 7.4.47 bedoelde aansprakelijkheid van de hotelhouder is per schadegeval beperkt tot 100 maal de logiesprijs per dag van de slaapgelegenheid.

De Koning kan, in voorkomend geval, de gegevens voor het vaststellen van de logiesprijs bepalen.

§ 2.In afwijking van paragraaf 1, is de aansprakelijkheid van de hotelhouder onbeperkt:

1°wanneer de zaken in handen van de hotelhouder of zijn hulppersonen, ter bewaring zijn gegeven;

2°wanneer de hotelhouder heeft geweigerd zaken in bewaring te nemen, terwijl hij op grond van artikel 7.4.50 tot bewaarneming van de desbetreffende zaken verplicht is;

3°wanneer de beschadiging, de vernieling of de ontvreemding van de in artikel 7.4.47 bedoelde zaken het gevolg is van een toerekenbare niet-nakoming van de hotelhouder of van zijn hulppersonen.

Art. 7.4.49

toekomstig recht

Uitsluiting van aansprakelijkheid

De hotelhouder is niet aansprakelijk voor zover de beschadiging, de vernieling of de ontvreemding te wijten is:

1°aan de gast of een persoon die hem vergezelt, bij hem in dienst is of hem bezoekt;

2°aan overmacht;

3°aan gewapende diefstal; of

4°aan de aard of het gebrek van de zaak.

Art. 7.4.50

toekomstig recht

Bewaring van waardepapieren, geld en waardevolle zaken

De hotelhouder is verplicht waardepapieren, geld en waardevolle zaken in bewaring te nemen.

De hotelhouder mag de bewaarneming van die zaken evenwel weigeren indien zij gevaarlijk zijn of indien zij, de grootte van het hotel en de omstandigheden in aanmerking genomen, een buitensporige handelswaarde hebben of overlast veroorzaken.

Art. 7.4.51

toekomstig recht

Verpakking

De hotelhouder kan verlangen dat de hem door de hotelgast toevertrouwde zaken in een afgesloten of verzegelde verpakking zijn opgeborgen.

Art. 7.4.52

toekomstig recht

Kennisgevingstermijn

De hotelgast geeft kennis van de opgelopen schade onmiddellijk nadat hij daarvan kennis heeft.

Als de hotelgast niet onmiddellijk kennis geeft, verliest hij het recht om de hotelhouder voor de schade aansprakelijk te stellen, behoudens wanneer de schade is veroorzaakt door een toerekenbare niet-nakoming van de hotelhouder of zijn hulppersonen.

Art. 7.4.53

toekomstig recht

Uitsluitingen

De artikelen 7.4.47 tot 7.4.52 zijn niet van toepassing op:

1°voertuigen en de zaken die tot hun lading behoren en ter plaatse zijn achtergelaten; en

2°levende dieren.

Art. 7.4.54

toekomstig recht

Statuut

Ieder beding waarbij de hotelhouder van zijn aansprakelijkheid vóór het schadelijk feit wordt bevrijd, wordt voor niet-geschreven gehouden.

Art. 7.4.55

toekomstig recht

Toepassingsgebied

De bepalingen van deze afdeling zijn van toepassing op elk contract betreffende de bouw, de omvorming of de afbraak van een onroerend bouwwerk of van een belangrijk deel ervan, evenals op elk contract houdende intellectuele diensten in verband met de bouw, de omvorming of de afbraak van een onroerend bouwwerk.

Art. 7.4.56

toekomstig recht

Voorlopige en definitieve oplevering

Wanneer het contract bepaalt dat de opdrachtnemer verbonden is tot een voorlopige oplevering, gevolgd door een definitieve oplevering:

1°vindt de inontvangstname van het onroerend bouwwerk door de opdrachtgever op het ogenblik van voorlopige oplevering plaats; en

2°vindt de aanvaarding van het onroerend bouwwerk op het ogenblik van definitieve oplevering plaats.

Wanneer de opdrachtgever het ontwerp van het onroerend bouwwerk en de controle over de uitvoering van het onroerend bouwwerk aan een architect of een andere derde heeft toevertrouwd, met wie hij afzonderlijk heeft gecontracteerd, wordt de aanvaarding van het onroerend bouwwerk behoudens tegenbewijs vermoed ook de aanvaarding in te houden door de opdrachtgever van de opdracht voor ontwerp van het onroerend bouwwerk en voor de controle op de uitvoering ervan verricht tot de datum van de aanvaarding.

Art. 7.4.57

toekomstig recht

Stabiliteitsbedreigende conformiteitsgebreken

§ 1.De opdrachtnemer is aansprakelijk voor elk conformiteitsgebrek in de zin van artikel 7.4.15 dat aan het licht komt ten laatste tien jaar vanaf de aanvaarding van het onroerend bouwwerk en dat de stabiliteit of de stevigheid van het onroerend bouwwerk aantast of dreigt aan te tasten, zelfs door ongeschiktheid van de grond, voor zover dit gebrek aan een toerekenbare niet-nakoming van de opdrachtnemer te wijten is.

§ 2.Het recht van de opdrachtgever vervalt tien jaar en drie maanden vanaf de aanvaarding van de afgewerkte opdracht.

Artikel 7.4.18 is niet van toepassing op de conformiteitsgebreken bedoeld in paragraaf 1.

§ 3.Ieder beding dat ertoe strekt de aansprakelijkheid van de opdrachtnemer voor de conformiteitsgebreken bedoeld in paragraaf 1 uit te sluiten of te beperken, is absoluut nietig.

§ 4.De conformiteitsgebreken andere dan in paragraaf 1 bedoeld, blijven aan de artikelen 7.4.15 tot 7.4.19 onderworpen.