Alle wetboeken › BW

BOEK 5 Verbintenissen › Titel 3 Algemeen regime van de verbintenis

Hoofdstuk 2 Schuldvernieuwing

5.245–5.249

Art. 5.245

Definitie

Schuldvernieuwing is een contract waarbij een verbintenis wordt tenietgedaan en vervangen door een nieuwe verbintenis.

Ze kan plaatsvinden door vervanging van een verbintenis tussen dezelfde partijen, door verandering van schuldenaar of door verandering van schuldeiser.

De bedoeling om de verbintenis te vernieuwen wordt niet vermoed.

Art. 5.246

Schuldvernieuwing door verandering van schuldenaar

Schuldvernieuwing door het in de plaats stellen van een nieuwe schuldenaar kan tot stand komen zonder medewerking van de eerste schuldenaar.

Art. 5.247

Nevenrechten en zekerheden van de verbintenis

Het tenietgaan van de oude verbintenis strekt zich uit tot alle nevenrechten ervan.

Uitzonderlijk kunnen oorspronkelijke zekerheden, zoals hypotheken of voorrechten, behouden worden tot zekerheid van de nieuwe verbintenis. Een uitdrukkelijk akkoord vanwege de partijen bij de schuldvernieuwing is vereist.

Wanneer de oorspronkelijke zekerheden verleend waren door een derde, kunnen zij enkel worden behouden met diens instemming.

Art. 5.248

Aanwijzing tot betaling of tot ontvangst van betaling

De loutere aanwijzing, door de schuldenaar, van een persoon die in zijn plaats moet betalen, brengt geen schuldvernieuwing teweeg.

Hetzelfde geldt voor de loutere aanwijzing, door de schuldeiser, van een persoon die voor hem betaling moet ontvangen.

Art. 5.249

Delegatie

§ 1.De delegatie is het contract waarbij de delegant vanwege de gedelegeerde verkrijgt dat hij zich ten aanzien van de delegataris verbindt tot uitvoering van een verbintenis waartoe de delegant gehouden is jegens de delegataris.

§ 2.De gedelegeerde kan, behoudens andersluidende bepaling, geen enkele exceptie uit zijn verhouding met de delegant of uit de verhouding van laatstgenoemde met de delegataris inroepen tegen de delegataris.

De gedelegeerde kan evenwel de nietigheid van zijn verbintenis inroepen indien de schuldvordering van de delegataris jegens de delegant niet bestaat of nietig is wegens schending van de openbare orde.

§ 3.Wanneer de delegataris de bedoeling heeft de delegant te bevrijden van zijn schuld, brengt de delegatie schuldvernieuwing teweeg. Deze bedoeling wordt niet vermoed.

Indien deze bedoeling ontbreekt, verschaft de delegatie aan de delegataris een tweede schuldenaar.

De schuldeiser die met deze bevrijding heeft ingestemd, heeft geen verhaal tegen de delegant, indien de gedelegeerde insolvabel wordt na de delegatie, tenzij het contract daarin uitdrukkelijk voorziet.