Alle wetboeken › BW

BOEK 5 Verbintenissen › Titel 3 Algemeen regime van de verbintenis

Hoofdstuk 3 Betaling met subrogatie

5.217–5.223

Art. 5.217

Bronnen van subrogatie

Subrogatie in de rechten van de schuldeiser ten voordele van een derde die hem betaalt, geschiedt bij contract of krachtens de wet.

Art. 5.218

Conventionele subrogatie door de schuldeiser

Conventionele subrogatie door de schuldeiser vindt plaats wanneer de schuldeiser, die betaling ontvangt van een derde, hem doet treden in zijn rechten tegen de schuldenaar.

Deze subrogatie moet uitdrukkelijk en gelijktijdig met de betaling geschieden.

Art. 5.219

Conventionele subrogatie door de schuldenaar

Conventionele subrogatie door de schuldenaar vindt plaats wanneer de schuldenaar geld leent teneinde zijn schuld te betalen en de uitlener in de rechten van zijn schuldeiser te doen treden.

Opdat deze subrogatie geldig zal zijn, moeten de akte van lening en de kwijting voor de notaris verleden worden, moet in de akte van lening verklaard worden dat het geld geleend is om daarmee de betaling te doen, en moet in de kwijting verklaard worden dat de betaling gedaan is met geld dat daartoe is verschaft door de nieuwe schuldeiser.

Deze subrogatie komt tot stand buiten de medewerking van de schuldeiser om.

Art. 5.220

Wettelijke subrogatie

De subrogatie geschiedt van rechtswege:

1°ten voordele van hem die een schuld voldoet, indien hij, door zijn betaling, ten aanzien van hun gezamenlijke schuldeiser diegene bevrijdt op wie de definitieve last moet wegen van de hele schuld of een deel ervan;

2°ten voordele van hem die, zelf schuldeiser zijnde, een andere schuldeiser betaalt, die voorrang boven hem heeft uit hoofde van zijn voorrechten of hypotheken;

3°ten voordele van de verkrijger van een onroerend goed, die de prijs van het verkregen goed besteedt tot betaling van de schuldeisers ten behoeve van wie dat goed met hypotheek was bezwaard;

4°ten voordele van de erfgenaam onder voorrecht van boedelbeschrijving, die met zijn eigen geld de schulden van de nalatenschap betaald heeft;

5°in alle andere gevallen waarin de wet voorziet.

Art. 5.221

Tegenwerpelijkheid aan derden van de subrogatoire betaling

De subrogatoire betaling kan worden tegengeworpen aan andere derden dan de schuldenaar, louter door het bestaan ervan.

Behoudens andersluidende wettelijke bepalingen, kan de subrogatoire betaling pas worden tegengeworpen aan de schuldenaar vanaf het ogenblik dat zij aan hem ter kennis werd gebracht of door hem werd erkend.

De artikelen 3.28, § 2, en 5.179, derde lid, zijn van toepassing.

Art. 5.222

Overdragende werking van de betaling met subrogatie

De subrogatoire betaling draagt aan de begunstigde van de subrogatie, binnen de grenzen van hetgeen hij heeft betaald, de schuldvordering en haar nevenrechten over.

De schuldenaar kan hem alle excepties tegenwerpen waarover hij beschikte ten aanzien van de subrogerende schuldeiser en die ontstaan zijn vóór de kennisgeving of erkenning van de subrogatoire betaling.

Artikel 5.181, tweede en derde lid, is van toepassing.

Art. 5.223

Gedeeltelijke betaling

De subrogatie mag de subrogerende schuldeiser niet benadelen, wanneer deze slechts gedeeltelijk betaald is; in dit geval kan hij zijn rechten, voor wat hem nog verschuldigd blijft, uitoefenen bij voorkeur boven degene van wie hij slechts een gedeeltelijke betaling verkregen heeft.