Verkrijging, overdracht of tenietgaan van bezit
§ 1.Bezit wordt eenzijdig of door overdracht verkregen.
§ 2.Bezit gaat over op de algemene rechtverkrijgenden of rechtverkrijgenden onder algemene titel, met de gebreken zoals die reeds bestonden in hoofde van hun rechtsvoorganger of diens kwade trouw, behoudens tegenbewijs.
Bezit gaat over op een rechtverkrijgende onder bijzondere titel indien de bezitter een rechtshandeling stelt strekkende tot de overdracht van het recht dat hij bezit die gepaard gaat met een overhandiging van de zaak die het voorwerp is van het recht in bezit. Deze overhandiging kan materieel, symbolisch of intellectueel zijn. Om de gevolgen van het bezit in te roepen, kunnen de rechtverkrijgenden onder bijzondere titel hun periodes van bezit samenvoegen met die van hun voorgangers, elk met hun hoedanigheden of gebreken en hun goede of kwade trouw.
§ 3.Het bezit gaat niet teloor indien de feitelijke uitoefening van het recht tijdelijk wordt verhinderd of onderbroken, behalve in geval van:
1°het vrijwillige of toevallige tenietgaan van het goed waarop het recht in bezit betrekking heeft;
2°vrijwillige afstand van het goed;
3°feitelijke bezitsberoving, in geval van roerende goederen, zoals door verlies of diefstal;
4°inzake onroerende goederen, de beroving van de feitelijke uitoefening van dit recht gedurende meer dan één jaar.
De overmacht die de feitelijke uitoefening van het recht tijdelijk verhindert, veroorzaakt op zichzelf niet het verlies van bezit.