Alle wetboeken › BW

BOEK 5 Verbintenissen › Titel 3 Algemeen regime van de verbintenis

Hoofdstuk 1 Verbintenissen met pluraliteit van voorwerpen

5.156–5.158

Art. 5.156

Cumulatieve verbintenis

Een verbintenis is cumulatief wanneer zij twee of meer prestaties tot voorwerp heeft en enkel de nakoming van het geheel de schuldenaar bevrijdt.

Indien de nakoming van de ene prestatie onmogelijk wordt, blijven de andere prestaties verschuldigd.

Art. 5.157

Alternatieve verbintenis

§ 1.Een verbintenis is alternatief wanneer zij twee of meer prestaties tot voorwerp heeft en de nakoming van één daarvan de schuldenaar bevrijdt.

Een verbintenis met slechts twee alternatieve prestaties is zuiver en eenvoudig indien een van de twee beloofde prestaties niet geldig het voorwerp van een verbintenis kon zijn.

§ 2.Tenzij het contract anders bepaalt, komt de keuze tussen de prestaties toe aan de schuldenaar.

Indien de keuze niet op het afgesproken tijdstip of binnen een redelijke termijn is gemaakt, kan de andere partij, na voorafgaande ingebrekestelling, zelf de keuze maken.

De gemaakte keuze wordt ter kennis gebracht aan de wederpartij en is definitief waardoor de verbintenis haar alternatief karakter verliest.

§ 3.Indien, vooraleer een keuze is gemaakt, een van de prestaties onmogelijk kan worden nagekomen, betreft de keuze de overblijvende prestaties.

Art. 5.158

Verbintenis met subsidiaire prestatie

Een verbintenis heeft een subsidiaire prestatie tot voorwerp wanneer zij strekt tot een hoofdprestatie maar de schuldenaar de keuze heeft om zich te bevrijden door een andere, bepaalde prestatie.

De keuze om de subsidiaire prestatie te leveren komt toe aan de schuldenaar; de schuldeiser kan enkel aanspraak maken op de hoofdprestatie.

De verbintenis met subsidiaire prestatie dooft uit indien de nakoming van de hoofdprestatie onmogelijk wordt.