Alle wetboeken › BW

BOEK 5 Verbintenissen › Titel 3 Algemeen regime van de verbintenis

Hoofdstuk 1 Voorwaardelijke verbintenis

5.139–5.148

Art. 5.139

Definitie

Een verbintenis is voorwaardelijk wanneer de opeisbaarheid of het tenietgaan ervan afhangt van een toekomstige en onzekere gebeurtenis.

De voorwaarde is opschortend wanneer de vervulling ervan de verbintenis opeisbaar maakt. De voorwaarde is ontbindend wanneer de vervulling ervan het tenietgaan van de verbintenis teweegbrengt.

Art. 5.140

Afwezigheid van onzekerheid

Indien de als voorwaarde vooropgestelde gebeurtenis reeds bij het ontstaan van de verbintenis heeft plaatsgevonden, zelfs buiten medeweten van de partijen, treden de gevolgen van de verwezenlijking van de voorwaarde in vanaf dat ogenblik.

Indien de als voorwaarde vooropgestelde gebeurtenis onmogelijk is bij het ontstaan van de verbintenis, treden de gevolgen van de niet-vervulling van de voorwaarde in vanaf dat ogenblik.

Art. 5.141

Extern karakter van de voorwaarde

Een gebeurtenis waarvan de geldigheid van het contract afhangt, kan niet als voorwaarde bedongen worden door de partijen. Aldus kan de verbintenis niet afhangen van een zuiver potestatieve opschortende voorwaarde in hoofde van de schuldenaar.

De nakoming of niet-nakoming van een andere verbintenis ontstaan uit hetzelfde contract kan evenmin als voorwaarde worden bedongen.

Art. 5.142

Vorm van de voorwaarde

De voorwaarde is uitdrukkelijk of stilzwijgend.

Aldus hangen de verbintenissen af van een stilzwijgende ontbindende voorwaarde wanneer, gelet op de aard en de strekking van het contract, met zekerheid uit de bedoeling van de partijen blijkt dat het een einde moet nemen, met name:

1°bij overlijden, onbekwaamheid of insolvabiliteit van de persoon in aanmerking van wie het contract is gesloten; of

2°bij tenietgaan van een ander contract waarvan de partijen het lot van het eerste contract bedoelden te laten afhangen.

Art. 5.143

Interpretatie van de voorwaarde

Om na te gaan welke gemeenschappelijke bedoeling de partijen hadden, wordt met name rekening gehouden met de volgende richtlijnen:

1°indien een verbintenis is aangegaan onder voorwaarde dat een gebeurtenis zich binnen een bepaalde tijd zal voordoen, wordt die voorwaarde voor onvervuld gehouden, wanneer de tijd verstreken is zonder dat de gebeurtenis zich heeft voorgedaan. Indien geen tijd bepaald is, kan de voorwaarde altijd vervuld worden; en zij wordt pas voor onvervuld gehouden, wanneer het redelijkerwijze zeker is dat de gebeurtenis zich niet zal voordoen;

2°indien een verbintenis is aangegaan onder voorwaarde dat een gebeurtenis zich niet zal voordoen binnen een bepaalde tijd, is die voorwaarde vervuld, wanneer de tijd verstreken is zonder dat de gebeurtenis zich heeft voorgedaan; zij is ook vervuld, wanneer het, voor het verstrijken van die tijd, redelijkerwijze zeker is dat de gebeurtenis zich niet zal voordoen; en indien geen tijd is bepaald, is zij pas vervuld, wanneer het redelijkerwijze zeker is dat de gebeurtenis zich niet zal voordoen.

Art. 5.144

Verhindering en uitlokking van de voorwaarde

Wanneer een partij door haar fout de vervulling van de voorwaarde verhindert, kan de andere partij haar voor vervuld houden.

Wanneer een partij door haar fout de vervulling van de voorwaarde uitlokt, kan de andere partij haar voor onvervuld houden.

Art. 5.145

Afstand van de voorwaarde

Een partij kan afstand doen van de voorwaarde bepaald in haar uitsluitend belang, zolang deze hangende is.

Art. 5.146

Wachttijd

§ 1.Zolang de voorwaarde hangende is, moet elke partij zich onthouden van elke handeling die afbreuk kan doen aan de rechten die voor de andere partij zouden voortvloeien uit de vervulling van de voorwaarde.

§ 2.Onverminderd de regels ter bescherming van derden te goeder trouw, kunnen, bij vervulling van de opschortende voorwaarde niet worden tegengeworpen aan de schuldeiser van een verbintenis om een bepaald voorwerp te geven, indien zij zich voordoen terwijl de voorwaarde hangende was:

1°de beschikkingshandelingen en abnormale beheershandelingen verricht door de schuldenaar; en

2°de onbeschikbaarheid ten gevolge van een beslag of een situatie van samenloop, zoals het faillissement, die het vermogen van die schuldenaar treft.

Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op de ontbindende voorwaarde.

§ 3.Iedere partij kan elke handeling verrichten tot behoud van de rechten die zij zou genieten bij vervulling van de voorwaarde.

Art. 5.147

Vervulling van de voorwaarde

De vervulling van de voorwaarde krijgt uitwerking van rechtswege en voor de toekomst.

De vervulling van de ontbindende voorwaarde geeft aanleiding tot restitutie van de geleverde prestatie overeenkomstig de artikelen 5.115 tot 5.122. De prestaties om iets te doen en niet te doen, alsook de tegenprestatie ervan, worden evenwel niet gerestitueerd.

Art. 5.148

Niet-vervulling van de voorwaarde

De niet-vervulling van de opschortende voorwaarde doet de verbintenis tenietgaan voor de toekomst.

De niet-vervulling van de ontbindende voorwaarde maakt de verbintenis zuiver en eenvoudig voor de toekomst.