Alle wetboeken › BW

BOEK 4 Nalatenschappen, schenkingen en testamenten › Titel 2 Schenkingen, testamenten en erfovereenkomsten

Ondertitel 9 Schenkingen tussen echtgenoten

4.237–4.241

Art. 4.237

Schenkingen bij huwelijksovereenkomst

§ 1.Echtgenoten mogen in hun huwelijksovereenkomst, aan elkaar, of een van beiden aan de andere, elke schenking doen, met inachtneming van de hieronder gestelde beperkingen.

§ 2.De schenking van tegenwoordige goederen, tussen echtgenoten gedaan overeenkomstig paragraaf 1, is slechts gedaan onder voorwaarde dat de begiftigde overleeft, voor zover deze voorwaarde uitdrukkelijk bedongen is.

Zij is onderworpen aan alle regels en vormen die met betrekking tot zodanige schenkingen zijn voorgeschreven.

§ 3.De schenking van toekomstige goederen of van tegenwoordige en toekomstige goederen, tussen echtgenoten gedaan overeenkomstig paragraaf 1, hetzij door een van beiden, hetzij wederkerig, is onderworpen aan de regels bepaald in de artikelen 4.234 tot 4.236. Ze gaat echter niet over op de gemeenschappelijke kinderen van deze echtgenoten, ingeval de begiftigde echtgenoot overlijdt voor de echtgenoot schenker.

Een dergelijke schenking kan wegens ondankbaarheid worden herroepen, zoals bepaald in artikel 4.174, § 1, en ook, wat de schenking van toekomstige goederen betreft, zoals bepaald in artikel 4.218, § 3.

§ 4.De begunstiging door schenking van toekomstige goederen, die een contractuele erfstelling inhoudt, wordt behouden in geval van ontbinding van het huwelijksstelsel door de overgang naar een gerechtelijke scheiding van goederen of door de conventionele overgang naar een ander huwelijksvermogensstelsel, tenzij de echtgenoten anders overeenkomen.

Art. 4.238

Schenking bij huwelijksovereenkomst door een minderjarige

Een minderjarige mag aan de andere echtgenoot, in hun huwelijksovereenkomst, hetzij bij eenzijdige, hetzij bij wederkerige schenking niet geven dan met de bijstand van zijn ouders, van een van hen of, bij ontstentenis daarvan, met de toestemming van de familierechtbank.

Met die bijstand of die toestemming mag hij alles schenken wat de wet de meerderjarige echtgenoot toestaat aan de andere echtgenoot te schenken

Art. 4.239

Schenking van het beschikbaar deel

Indien de langstlevende echtgenoot samen met afstammelingen opkomt en bij schenking of bij testament de volle eigendom van het beschikbaar deel heeft verkregen, heeft deze gift niet tot gevolg dat hij het recht van vruchtgebruik op het overige deel van de nalatenschap verliest, tenzij de schenker of testator anders heeft bepaald.

Ingeval de langstlevende echtgenoot samen met andere erfgenamen of met legatarissen opkomt en giften in volle eigendom heeft ontvangen, behoudt hij op hetgeen van de nalatenschap overblijft, de rechten die hem zijn toegekend in titel 1, tenzij de schenker of testator anders heeft bepaald.

Indien de schenker of testator uitdrukkelijk de wil te kennen heeft gegeven om de rechten van de langstlevende echtgenoot te beperken tot de geschonken of de gelegateerde goederen, kan de langstlevende in alle gevallen opeisen hetgeen noodzakelijk is om zijn reserve aan te vullen, in voorkomend geval volgens de waarde van dit erfdeel in kapitaal.

Art. 4.240

Herroepelijkheid van schenkingen tussen echtgenoten

Alle schenkingen, tussen echtgenoten tijdens het huwelijk anders dan in hun huwelijksovereenkomst, gedaan, zijn steeds herroepelijk, hoewel zij schenkingen worden genoemd.

Deze herroeping leidt tot het tenietgaan van de door de schenking gevestigde zakelijke rechten, met de gevolgen ten aanzien van derden zoals bepaald in artikel 3.17.

Art. 4.241

Geen wederkerige schenking in één akte

Echtgenoten mogen elkaar tijdens het huwelijk geen onderlinge en wederkerige schenking doen bij een en dezelfde akte, tenzij in hun huwelijksovereenkomst.