Opdracht en bevoegdheden van de testamentuitvoerder
§ 1.De testamentuitvoerder doet de nalatenschap verzegelen, indien onder de erfgenamen minderjarigen, beschermde personen die krachtens artikel 492/1 van het oud Burgerlijk Wetboek onbekwaam zijn verklaard om de nalatenschap te aanvaarden, of vermoedelijk afwezige erfgenamen zijn.
Hij doet, in tegenwoordigheid van de vermoedelijke erfgenaam, of deze behoorlijk opgeroepen zijnde, een boedelbeschrijving van de goederen van de nalatenschap opmaken.
Hij doet de roerende goederen verkopen, indien het vereiste geld om de legaten uit te keren niet voorhanden is.
Hij draagt zorg dat het testament wordt uitgevoerd. Hij kan, in geval van geschil omtrent de uitvoering van het testament, tussenkomen om de geldigheid ervan staande te houden.
Hij moet, na verloop van een jaar sinds het overlijden van de testator, rekening en verantwoording afleggen van zijn beheer.
§ 2.De bevoegdheden van de testamentuitvoerder gaan niet over op zijn erfgenamen.
§ 3.Indien er verscheidene testamentuitvoerders zijn, kan een van hen, bij gebreke van de anderen, alleen handelen. Zij zijn hoofdelijk aansprakelijk voor de roerende goederen die hun zijn toevertrouwd, tenzij de testator hun werkzaamheden heeft verdeeld en ieder van hen zich tot de hem opgedragen taak heeft beperkt.