Alle wetboeken › BW

BOEK 4 Nalatenschappen, schenkingen en testamenten › Titel 2 Schenkingen, testamenten en erfovereenkomsten › Hoofdstuk 2 Legaten

Afdeling 6 Bijzondere bepalingen inzake legaten

4.207–4.210

Art. 4.207

Legaat van andermans goed

Wanneer de testator andermans goed heeft gelegateerd, is het legaat nietig, ongeacht of de testator al dan niet geweten heeft dat het goed hem niet toebehoorde.

Art. 4.208

Legaat aan een schuldeiser

Een legaat aan een schuldeiser wordt niet geacht gemaakt te zijn tot voldoening van zijn schuldvordering.

Art. 4.209

Legaat onder tijdsbepaling of onder voorwaarde

De tijdsbepaling die, volgens de bedoeling van de testator, alleen de uitvoering van de beschikking opschort, belet niet dat de legataris een verkregen recht bezit, dat op zijn erfgenamen overgaat.

Indien het legaat onder een opschortende voorwaarde is gemaakt, en de legataris voor de vervulling van de voorwaarde overlijdt, vervalt de beschikking.

Art. 4.210

Aanwas tussen legatarissen

Aanwas heeft plaats ten voordele van de legatarissen, ingeval een legaat aan verscheidene personen gezamenlijk gemaakt is.

Een legaat wordt geacht gezamenlijk gemaakt te zijn, wanneer het gemaakt is bij een en dezelfde beschikking, en de testator het aandeel van ieder van de mede-legatarissen in het gelegateerde goed niet heeft bepaald.

Een legaat wordt eveneens geacht gezamenlijk gemaakt te zijn, wanneer een goed dat niet verdeeld kan worden zonder schade te lijden, bij hetzelfde testament aan verscheidene personen, zelfs afzonderlijk, is gelegateerd.