Alle wetboeken › BW

BOEK 4 Nalatenschappen, schenkingen en testamenten › Titel 2 Schenkingen, testamenten en erfovereenkomsten

Hoofdstuk 3 Voorwerp en modaliteiten van de schenkingen

4.168–4.172

Art. 4.168

Tegenwoordige goederen

Een schenking mag alleen de tegenwoordige goederen van de schenker bevatten. Indien zij toekomstige goederen bevat, is zij wat die goederen betreft nietig.

Art. 4.169

Voorwaarden van de schenking

Een schenking die gedaan is onder voorwaarden waarvan de uitvoering van de enkele wil van de schenker afhangt, is nietig.

Zij is eveneens nietig, indien zij gedaan is onder voorwaarde om andere schulden of lasten te voldoen dan die welke ten tijde van de schenking bestonden, of welke uitgedrukt mochten zijn, hetzij in de akte van schenking, hetzij in de staat die erin moet zijn opgenomen of eraan moet zijn gehecht.

Ingeval de schenker zich de vrijheid heeft voorbehouden te beschikken over een goed dat in de schenking begrepen is, of over een bepaalde geldsom uit de geschonken goederen, en hij overlijdt zonder daarover te hebben beschikt, behoort dat goed of die geldsom toe aan de erfgenamen van de schenker, niettegenstaande enig andersluidend beding.

Art. 4.170

Uitzondering voor de contractuele erfstellingen

De artikelen 4.168 en 4.169 zijn niet van toepassing op de schenkingen waarvan sprake in de ondertitels 8 en 9.

Art. 4.171

Voorbehoud van vruchtgebruik

Het is de schenker geoorloofd zich het genot of het vruchtgebruik van de geschonken roerende of onroerende goederen voor te behouden, of daarover ten voordele van een ander te beschikken.

Wanneer roerende goederen met voorbehoud van vruchtgebruik geschonken zijn, moet de begiftigde, wanneer het vruchtgebruik eindigt, de geschonken goederen die in natura aanwezig zijn, nemen in de staat waarin zij zich bevinden. Hij heeft een vordering tegen de schenker of zijn erfgenamen uit hoofde van de niet aanwezige goederen ten belope van de waarde die daaraan in de staat van schatting is toegekend.

Art. 4.172

Conventioneel recht van terugkeer

§ 1.De schenker kan ten aanzien van de geschonken goederen het recht van terugkeer bedingen, hetzij voor het geval van vooroverlijden van de begiftigde alleen, hetzij voor het geval van vooroverlijden van de begiftigde en zijn afstammelingen.

Dit recht kan alleen ten voordele van de schenker worden bedongen.

§ 2.Het recht van terugkeer heeft tot gevolg dat alle vervreemdingen van de geschonken goederen worden tenietgedaan en dat deze goederen tot de schenker terugkeren vrij van alle lasten en hypotheken.