Alle wetboeken › BW

BOEK 4 Nalatenschappen, schenkingen en testamenten › Titel 2 Schenkingen, testamenten en erfovereenkomsten

Hoofdstuk 2 Aanvaarding van de schenkingen

4.161–4.167

Art. 4.161

Vereiste van aanvaarding

De schenking bindt de schenker niet en heeft generlei gevolg, dan van de dag waarop zij in uitdrukkelijke bewoordingen is aanvaard.

De aanvaarding kan geschieden tijdens het leven van de schenker door een latere, authentieke akte. In dat geval verschijnt de schenker of de persoon die hij heeft aangeduid om hem hiertoe te vertegenwoordigen, in de akte van aanvaarding om er kennis van te nemen. De volmacht waarvan in dit lid sprake moet worden vastgesteld bij notariële akte.

De voorlopige aanvaarding waarvan sprake in het tweede lid van artikel 4.143 is een aanvaarding onder voorbehoud van machtiging of goedkeuring, die de schenker onder dat voorbehoud bindt zodra hij er kennis van gekregen heeft. Deze voorlopige aanvaarding wordt vastgesteld in de akte van schenking of in een latere authentieke akte. Voor de voorlopige en voor de definitieve aanvaarding na machtiging of goedkeuring, evenals voor de kennisgeving ervan, geldt het bepaalde in het tweede lid.

Art. 4.162

Aanvaarding bij volmacht

Indien de begiftigde meerderjarig is, moet de aanvaarding gedaan worden door hemzelf of, in zijn naam, door een persoon die houder is van een volmacht waarbij hem de bevoegdheid is verleend om de gedane schenking te aanvaarden of een algemene bevoegdheid om de schenkingen te aanvaarden welke zijn gedaan of nog zullen worden gedaan.

Deze volmacht moet worden vastgesteld bij notariële akte.

Art. 4.163

Aanvaarding voor een minderjarige

Een schenking aan een niet ontvoogde minderjarige gedaan, moet worden aanvaard door zijn voogd, overeenkomstig artikel 410, § 1, van het oud Burgerlijk Wetboek.

Een ontvoogde minderjarige kan met de bijstand van zijn curator aanvaarden.

Nochtans kunnen de vader en de moeder van de ontvoogde of niet ontvoogde minderjarige, of, zelfs gedurende het leven van de vader en de moeder, de andere verwanten in de opgaande lijn, ook al zijn zij noch voogd noch curator over de minderjarige, de schenking voor hem aanvaarden.

Art. 4.164

Aanvaarding voor een beschermde meerderjarige

Een schenking aan een beschermde persoon die krachtens artikel 492/2 van het oud Burgerlijk Wetboek onbekwaam is verklaard om deze te ontvangen, moet door zijn bewindvoerder worden aanvaard overeenkomstig artikel 499/7, § 2, eerste lid, 6°, van het oud Burgerlijk Wetboek.

Een beschermde persoon die krachtens artikel 492/1 van het oud Burgerlijk Wetboek bijstand behoeft om een schenking te aanvaarden, kan met bijstand van zijn bewindvoerder aanvaarden.

Art. 4.165

Onroerende publiciteit

Indien de schenking betrekking heeft op een zakelijk onroerend recht, worden overgeschreven, zoals bepaald in artikel 3.30, § 1, de akte van schenking, en de akte van aanvaarding, indien deze in een latere akte wordt vastgesteld. Worden eveneens overgeschreven, in voorkomend geval, de akte van voorlopige aanvaarding en de akte van definitieve aanvaarding.

Art. 4.166

Gevolgen van de aanvaarding

De behoorlijk aanvaarde schenking is voltrokken door de enkele toestemming van de partijen. De eigendom van de geschonken goederen gaat over op de begiftigde, zonder dat enige andere afgifte vereist is.

Art. 4.167

Ontbreken van aanvaarding voor een minderjarige of een beschermde meerderjarige

Minderjarigen en beschermde personen die krachtens artikel 492/1 van het oude Burgerlijk Wetboek onbekwaam werden verklaard om schenkingen te ontvangen, worden niet in hun recht hersteld tegen het ontbreken van de aanvaarding. Ze hebben slechts verhaal op hun vader of moeder, hun voogd of bewindvoerder, indien daartoe grond bestaat.