Alle wetboeken › BW

BOEK 4 Nalatenschappen, schenkingen en testamenten › Titel 2 Schenkingen, testamenten en erfovereenkomsten

Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen

4.135–4.137

Art. 4.135

Bekwaamheid als regel

Eenieder kan een gift doen, en eenieder kan een gift ontvangen, behalve de personen die de wet daartoe onbekwaam verklaart.

Art. 4.136

Gezondheid van geest

Om een gift te kunnen doen, moet men gezond van geest zijn.

Art. 4.137

Ongeboren kind

Om bij schenking te verkrijgen, is het voldoende dat men verwekt was op het ogenblik van de schenking.

Om bij testament te verkrijgen, is het voldoende dat men verwekt was op het ogenblik van de dood van de testator.

Niettemin zal de schenking of het testament slechts gevolg hebben indien het kind levensvatbaar wordt geboren.