Alle wetboeken › BW

BOEK 4 Nalatenschappen, schenkingen en testamenten › Titel 1 Nalatenschappen en wettelijke erfopvolging

Ondertitel 9 Kleine nalatenschappen

4.106–4.113

Art. 4.106

Afwijkende regeling

Wanneer, voor het geheel of voor een deel, een nalatenschap onroerende goederen bevat, waarvan het integrale kadastraal inkomen 1 565 euro niet overtreft, wordt van de bepalingen van ondertitel 8 afgeweken, zoals in de artikelen 4.107 tot 4.113 is aangeduid.

Het inkomen van de onroerende goederen die nog niet gekadastreerd of niet als afzonderlijk perceel gekadastreerd zijn, wordt, zo daartoe redenen zijn, vastgesteld zoals ter zake van grondbelasting.

De berekening geschiedt op het kadastraal inkomen van de dag van het openvallen van de nalatenschap.

Art. 4.107

Behoud van de onverdeeldheid

Indien er, onder de erfgenamen in de rechte lijn van de eerststervende echtgenoot, een of meerdere minderjarigen zijn, kan de onverdeeldheid van de goederen die de langstlevende echtgenoot in vruchtgebruik heeft, hetzij op verzoek van een van de belanghebbenden, hetzij ambtshalve, in stand worden gehouden door de familierechtbank voor een termijn of voor achtereenvolgende termijnen, die niet verder zullen gaan dan de meerderjarigheid van de jongste minderjarige.

Deze bepaling houdt op van kracht te zijn, hetzij wanneer het vruchtgebruik eindigt, hetzij wanneer, bij toepassing van artikel 4.108, de goederen overgenomen worden.

De beslissing, waarbij de familierechtbank de onverdeeldheid in stand houdt, wordt overgeschreven in het register van het bevoegd kantoor van de Algemene Administratie van de Patrimoniumdocumentatie.

Bij gebreke aan overschrijving kan men zich op die beslissing niet beroepen ten aanzien van derden te goeder trouw die een concurrent recht op het onroerend goed hebben.

Art. 4.108

Recht op overname

§ 1.Zonder afbreuk te doen aan de rechten die artikel 2.3.13 aan de langstlevende echtgenoot toekent, heeft ieder van de erfgenamen in de rechte lijn en, in voorkomend geval, de noch uit de echt noch van tafel en bed gescheiden langstlevende echtgenoot het recht tot overname, naar schatting, hetzij van de woning, die de erflater, zijn echtgenoot of een van zijn afstammelingen bij het overlijden betrokken, samen met het huisraad, hetzij van het huis, samen met de meubelen, en met de gronden die de bewoner van het huis persoonlijk en voor eigen rekening in gebruik had, het landbouwmaterieel en de dieren die tot de bebouwing dienen of de goederen, de grondstoffen, de beroepsvoorwerpen en andere hulpmiddelen die aan het handels-, ambachts-, of nijverheidsbedrijf zijn verbonden.

De wettelijke vertegenwoordigers van de minderjarigen of van de beschermde personen die krachtens artikel 492/1, § 2, derde lid, 1°, van het oud Burgerlijk Wetboek uitdrukkelijk onbekwaam zijn verklaard om goederen te vervreemden, mogen het recht van overname alleen uitoefenen met machtiging van de vrederechter van het voogdij- of bewindsforum.

§ 2.Willen verschillende belanghebbenden het recht tot overname uitoefenen, dan wordt de voorkeur bij voorrang en in de volgende orde gegeven aan:

a)de langstlevende echtgenoot;

b)degene die de erflater heeft aangewezen;

c)degene die tot aan het overlijden, zelfs zonder het huis met de erflater of zijn echtgenoot te bewonen, op regelmatige en voortdurende wijze in het bedrijf meewerkte;

d)degene die tot aan het overlijden met de erflater of zijn echtgenoot het huis bewoonde en hem hulp en bijstand verschafte;

e)degene die op het ogenblik van het overlijden het huis bewoont;

f)degene die door de meerderheid van de belangen is aangewezen en, bij gebreke van deze meerderheid, hij die door uitloting is aangewezen.

Eisen meerdere erfgenamen het voordeel van de overname op grond van een van de gevallen bepaald in het eerste lid, b), c), d) of e) op, dan kunnen zij gezamenlijk tot overname overgaan.

§ 3.Is dit door een belanghebbende of door een schuldeiser gevraagd, dan wordt er tot de schatting overgegaan door toedoen van de familierechtbank, die daartoe een of verscheidene schatters mag benoemen. Door de familierechtbank wordt uitspraak gedaan op de minuut van het verzoekschrift. Haar bevelschrift is op de minuut uitvoerbaar. Bij gerechtsbrief geeft de griffier aan de belanghebbenden kennis van de dag en het uur waarop de eed zal worden afgelegd door de schatter, alsook van zijn naam. Deze bepaalt onverwijld dag en uur voor zijn verrichtingen. De schatter kan de eed niet eerder afleggen dan vijftien dagen na de dag waarop de gerechtsbrieven zijn verstuurd. De belanghebbenden, die bij de beëdiging niet zijn opgekomen, worden door de griffier bij gerechtsbrief verwittigd. Elke eis tot wraking van de schatter moet, op straffe van niet-ontvankelijkheid, uiterlijk bij de beëdiging worden ingediend. Onmiddellijk doet de familierechtbank uitspraak over deze vraag.

§ 4.De rechtbank wijst een van haar leden aan om over de geschillen waartoe de overname aanleiding kan geven, uitspraak te doen zoals hierna is bepaald.

Rijzen er betwistingen omtrent de wijze waarop de overname moet geschieden, weigert een van de belanghebbenden daarin toe te stemmen of is hij niet aanwezig, dan worden de belanghebbenden of hun wettelijke vertegenwoordigers ten minste vijftien dagen vooraf bij gerechtsbrief opgeroepen door de daartoe aangewezen rechter. Op de bepaalde dag vergaderen de belanghebbenden onder voorzitterschap van de magistraat die hen heeft opgeroepen. Zelfs bij afwezigheid van een of meer belanghebbenden kan tot de werkzaamheden worden overgegaan. In voorkomend geval benoemt de rechter, die de vergadering voorzit, een notaris om de afwezigen te vervangen, hun aandelen te ontvangen en er ontvangstbewijs van te geven. Het ereloon van de notaris moet betaald worden door de partijen die hij vertegenwoordigt. De rechter beslecht de geschilpunten en verwijst partijen voor het verlijden van de akte naar de door hen aangewezen notaris of, indien zij het over deze keus niet eens kunnen worden, naar een ambtshalve benoemde notaris.

Art. 4.109

Tijdelijk vervreemdingsverbod

Behoudens om een ernstige reden, vooraf door de familierechtbank als geldig erkend, kan de overnemer gedurende een tijdvak van vijf jaar met ingang van de datum waarop de akte van overname is verleden, de overgenomen onroerende goederen niet vervreemden.

De overnemer die een ernstige reden aanvoert, dient een verzoekschrift in bij de familierechtbank van het gerechtelijk arrondissement waarin het goed met het grootste kadastraal inkomen gelegen is.

De griffier roept, ten minste vijftien dagen vooraf, bij gerechtsbrief alle partijen op, die bij de overname betrokken waren. De rechtbank verleent of weigert haar toestemming na partijen te hebben gehoord.

Indien de overnemer de goederen zonder machtiging geheel of gedeeltelijk vervreemdt, is hij gehouden aan ieder van de gewezen mede-eigenaars of aan hun erfgenamen een vaste vergoeding te betalen, ten bedrage van twintig procent van hetgeen zij hebben ontvangen als prijs voor de overname.

Hetzelfde geldt in geval van gezamenlijke overname, wanneer een van de overnemers zijn onverdeelde rechten zonder voorafgaande machtiging aan iemand anders dan een medeovernemer afstaat.

Art. 4.110

Verplichte voortzetting van de exploitatie

De overnemer of ten minste een van hen, wanneer er meerdere zijn, is gehouden de overgenomen onroerende goederen binnen drie maanden en gedurende vijf jaar na de datum waarop de akte van overname is verleden, persoonlijk te betrekken en te exploiteren. Zo niet moet hij aan ieder van de gewezen mede-eigenaars of aan hun erfgenamen een vaste vergoeding betalen ten bedrage van twintig procent van hetgeen zij in totaal hebben ontvangen als prijs voor de overname.

De overnemer kan, om een ernstige reden, van de verplichting om de goederen persoonlijk te betrekken en te exploiteren worden ontslagen, hetzij op het ogenblik van de overname, hetzij later, door de familierechtbank van het gerechtelijk arrondissement waarin het goed met het grootste kadastraal inkomen gelegen is.

In het laatste geval moet dezelfde procedure worden gevolgd als die welke in artikel 4.109 is bepaald.

Art. 4.111

Verschuldigde vergoedingen

De vergoedingen bepaald in de artikelen 4.109 en 4.110 worden niet gecumuleerd. De betaling van één ervan stelt de overnemer vrij van alle andere verplichtingen.

De overnemer kan zich van de in de artikelen 4.109 en 4.110 gestelde verbodsbepalingen en verplichtingen bevrijden en de vaste vergoeding van 20 procent vermijden, indien hij de overgenomen uit hun aard onroerende goederen gezamenlijk bij openbare toewijzing verkoopt. In dat geval komt, indien de opbrengst van die verkoop groter is dan de waarde die aan hun overname ten grondslag lag, het verschil als vergoeding echter toe aan alle gewezen mede-eigenaars of aan hun erfgenamen in verhouding tot hun aandeel bij de overname.

Art. 4.112

Vordering tot betaling

De vordering tot betaling van de in de artikelen 4.109 en 4.110 bepaalde vergoedingen behoort tot de bevoegdheid van de rechtbank die over de overname heeft beslist.

Zij moet op straffe van verval worden ingediend binnen een jaar na de verkoop, de ontruiming van de woning of de staking van het bedrijf die er aanleiding toe geeft.

Art. 4.113

Hoger beroep en verzet

De beslissingen, gewezen in de gevallen waarvan sprake in deze Ondertitel, zijn niet vatbaar voor hoger beroep indien het kadastraal inkomen van al de onroerende goederen, op de dag van overname, 520 euro niet te boven gaat.

Binnen dezelfde perken zijn die zaken niet vatbaar voor verzet.