Vrije keuze
Een nalatenschap kan of zuiver, of onder voorrecht van boedelbeschrijving aanvaard worden.
Niemand is gehouden een hem opgekomen nalatenschap te aanvaarden.
BOEK 4 Nalatenschappen, schenkingen en testamenten › Titel 1 Nalatenschappen en wettelijke erfopvolging
4.34–4.40
Vrije keuze
Een nalatenschap kan of zuiver, of onder voorrecht van boedelbeschrijving aanvaard worden.
Niemand is gehouden een hem opgekomen nalatenschap te aanvaarden.
Overgang van erfkeuze
Wanneer hij aan wie een nalatenschap is opgekomen, overleden is zonder zijn erfkeuze te hebben uitgeoefend, gaat deze erfkeuze op zijn erfgenamen over.
Indien deze erfgenamen omtrent deze erfkeuze van mening verschillen, moet de nalatenschap worden aanvaard onder voorrecht van boedelbeschrijving.
Tijdstip voor de uitoefening van de erfkeuze
Men kan omtrent de nalatenschap van een persoon die nog in leven is, geen erfkeuze maken, tenzij de wet anders bepaalt.
Het recht om een erfkeuze te maken verjaart door verloop van dertig jaar, te rekenen van de dag waarop de nalatenschap is opengevallen.
Opschortende exceptie van boedelbeschrijving en beraad
§ 1.Gedurende de termijnen van boedelbeschrijving en van beraad, kan een erfgerechtigde niet worden genoodzaakt de hoedanigheid van erfgenaam aan te nemen, en kan tegen hem geen veroordeling worden verkregen.
§ 2.De termijn voor het opmaken van de boedelbeschrijving is drie maanden, te rekenen van de dag waarop de nalatenschap is opengevallen.
De termijn om zich omtrent de erfkeuze te beraden, is veertig dagen, te rekenen van de dag dat de voor het opmaken van de boedelbeschrijving verleende drie maanden verstreken zijn, of van de dag van het sluiten van de boedelbeschrijving, indien deze vóór het verstrijken van de drie maanden is beëindigd.
§ 3.Na verloop van de hierboven bepaalde termijnen, kan de erfgerechtigde, indien tegen hem een vervolging wordt ingesteld, een nieuwe termijn aanvragen, die door de familierechtbank waarvoor het geschil aanhangig is, naar gelang van de omstandigheden wordt toegestaan of geweigerd.
§ 4 De kosten van de vervolging, in het geval van paragraaf 3, komen ten laste van de nalatenschap, indien de erfgerechtigde bewijst dat hij van het overlijden geen kennis heeft gedragen, of dat de termijnen onvoldoende zijn geweest, hetzij wegens de ligging van de goederen, hetzij wegens de gerezen geschillen; indien hij daarvan het bewijs niet levert, blijven de kosten te zijnen laste.
De kosten van opneming en andere waarschuwingen blijven ten laste van de nalatenschap als gerechtskosten.
Erfkeuze na verloop van de toegestane termijnen
Na verloop van de bij artikel 4.37, § 2, verleende, en zelfs van de door de rechter overeenkomstig artikel 4.37, § 3, toegestane termijnen, behoudt de erfgerechtigde niettemin het recht om de boedelbeschrijving alsnog te doen opmaken, en zijn erfkeuze uit te oefenen, tenzij hij reeds een daad van erfgenaam verricht heeft, of tegen hem een vonnis bestaat dat in kracht van gewijsde is gegaan en hem als zuiver erfgenaam veroordeelt.
Indien de erfgerechtigde de nalatenschap verwerpt, nadat de termijnen zijn verstreken of vroeger, komen de kosten, door hem tot dan toe wettig gemaakt, ten laste van de nalatenschap.
Gevolgen van de gemaakte erfkeuze
De erfkeuze werkt terug tot op de dag waarop de nalatenschap is opengevallen.
De erfgerechtigde die de nalatenschap verwerpt, wordt geacht nooit erfgerechtigde te zijn geweest.
Minderjarigen en beschermde meerderjarigen
§ 1.Omtrent nalatenschappen die aan minderjarigen toekomen, kan de erfkeuze slechts rechtsgeldig worden uitgeoefend overeenkomstig de bepalingen van artikel 410, § 1, van het oud Burgerlijk Wetboek.
§ 2.De fondsen en waarden die zij verkrijgen, worden geplaatst op een rekening geopend op hun naam en worden onbeschikbaar gemaakt tot de meerderjarigheid, zonder afbreuk te doen aan het recht op wettelijk genot, en met behoud van de toepassing van het bepaalde in artikel 410, § 1, 14°, van het oud Burgerlijk Wetboek.
§ 3.Ingeval minderjarigen of personen die overeenkomstig artikel 492/1, § 2, derde lid, 5°, van het oud Burgerlijk Wetboek onbekwaam werden verklaard om een nalatenschap te verwerpen, tot een nalatenschap bedoeld in artikel 4.44, derde lid, geroepen zijn, ook indien dit slechts in ondergeschikte graad of orde is, kan de vrederechter, voor het geheel of een deel van deze personen, worden verzocht om een gezamenlijke machtiging om deze nalatenschap te verwerpen.
Het verzoek kan gezamenlijk worden ingediend door de respectievelijke wettelijke vertegenwoordigers, overeenkomstig artikel 1185 van het Gerechtelijk Wetboek.