Uitdrukkelijke of stilzwijgende aanvaarding
§ 1.De zuivere aanvaarding kan uitdrukkelijk of stilzwijgend geschieden.
§ 2.Zij geschiedt uitdrukkelijk, wanneer de erfgerechtigde in een authentieke of een onderhandse akte de titel of de hoedanigheid van erfgenaam aanneemt.
§ 3.Zij geschiedt stilzwijgend, wanneer de erfgerechtigde een daad verricht die noodzakelijk zijn bedoeling om te aanvaarden insluit en die hij slechts in zijn hoedanigheid van erfgenaam bevoegd zou zijn te verrichten.
§ 4.Daden die alleen dienen tot bewaring, toezicht of voorlopig beheer, zijn geen daden van aanvaarding van de nalatenschap, indien daarbij de titel of de hoedanigheid van erfgenaam niet is aangenomen.
Indien echter in de nalatenschap zaken aanwezig zijn die kunnen bederven, of waarvan de bewaring grote kosten vergt, kan de erfgerechtigde zonder dat men daaruit een aanvaarding van zijn zijde mag afleiden, zich door de rechter doen machtigen om die zaken te verkopen. De bepalingen van boek IV, hoofdstuk V, van het Gerechtelijk Wetboek zijn van overeenkomstige toepassing.