§ 1.Onverminderd artikel 273 en behoudens de gevallen waarin een kredietinstelling het voorwerp uitmaakt van de afwikkelingsmaatregelen waarin voorzien is in Boek II, Titel II, kan de opening van een faillissementsprocedure... tegen een kredietinstelling enkel worden uitgesproken na eensluidend advies van de toezichthouder.
§ 2.Het verzoek om advies wordt schriftelijk aan de toezichthouder gericht. Bij dit verzoek worden de nodige documenten ter informatie gevoegd.
De toezichthouder brengt zijn advies uit binnen vijftien dagen na de ontvangst van het verzoek om advies. Ingeval een procedure betrekking heeft op een kredietinstelling waarvan de toezichthouder vermoedt dat er zich belangrijke verwikkelingen kunnen voordoen op het vlak van het systeemrisico of waarvoor een voorafgaande coördinatie met buitenlandse autoriteiten vereist is, beschikt de toezichthouder over een ruimere termijn om zijn advies uit te brengen, met dien verstande dat de totale termijn niet meer dan dertig dagen mag bedragen. Indien de toezichthouder van oordeel is dat hij gebruik moet maken van deze uitzonderlijke termijn, brengt hij dit ter kennis van de rechterlijke instantie die een uitspraak moet doen. De termijn waarover de toezichthouder beschikt om een advies uit te brengen schorst de termijn waarbinnen de rechterlijke instantie uitspraak moet doen. Indien de toezichthouder geen advies verstrekt binnen de vastgestelde termijn, kan de insolventierechtbank uitspraak doen.
De toezichthouder verstrekt zijn advies schriftelijk. Het wordt door ongeacht welk middel bezorgd aan de griffier, die het doorgeeft aan de voorzitter van de insolventierechtbank en aan de procureur des Konings. Het advies wordt toegevoegd aan het dossier.