Bij beslissing die met een aangetekende brief of een brief met ontvangstbewijs ter kennis wordt gebracht, trekt de Europese Centrale Bank de vergunning in van kredietinstellingen die hun werkzaamheden niet binnen twaalf maanden na het verlenen van de vergunning hebben aangevat, die uitdrukkelijk afstand doen van hun vergunning, die failliet zijn verklaard of die hun werkzaamheden sedert meer dan 6 maanden hebben stopgezet.
Evenzo trekt de Europese Centrale Bank de vergunning in van kredietinstellingen in de zin van artikel 1, § 3, eerste lid, 2° wanneer hun gemiddelde totale activa gedurende vijf opeenvolgende jaren onder de in dat artikel bedoelde drempels ligt.
De beslissing tot intrekking en de redenen daarvoor worden door de Europese Centrale Bank ter kennis gebracht van de Europese Bankautoriteit.