De Koning stelt bij een in Ministerraad overlegd besluit, op gezamenlijke voordracht van de Ministers die respectievelijk Sociale Zaken en Volksgezondheid onder hun bevoegdheid hebben, en na advies van de betrokken overeenkomsten- of akkoordencommissie, bedoeld in artikel 26, voor de zorgverleners die Hij bepaalt, maatregelen vast met het oog op de beperking van hun activiteit, in het kader van deze wet, op het einde van hun loopbaan. De Koning bepaalt volgens de hiervoren bedoelde procedure wat onder einde-loopbaan moet worden verstaan.
De in het vorige lid bedoelde maatregelen kunnen voor de zorgverleners bestaan uit voordelen of beperkingen van hun rechten en voordelen voortvloeiend uit deze wet; ze mogen in geen geval uitwerking hebben vóór het jaar 2004.