Alle wetboeken › ZIV-wet

TITEL III - Verzekering voor geneeskundige verzorging. › HOOFDSTUK V - Betrekkingen met de zorgverleners, de diensten en de instellingen.

Afdeling XVIII - Financiële verantwoordelijkheid van de voorschrijvende geneesheren.

77–77bis

Art. 77

(77)§ 1. De Koning kan, na advies van de Nationale commissie arts-specialist, uitgebracht binnen een termijn die Hij bepaalt, de voorwaarden en de regelen vaststellen waarin wordt bepaald in welke mate ten aanzien van de geneesheren wier voorschrijfgedrag inzake klinische biologie en medische beeldvorming de normen overschrijdt die zijn vastgesteld op grond van criteria en parameters die Hij bepaalt, honoraria die verschillen van die waarin is voorzien in de in artikel 50 bedoelde akkoorden, worden toegepast wat de door hen verrichte en in artikel 34, 1°, a) bedoelde geneeskundige verstrekkingen betreft. De Koning kan, na advies van de Nationale commissieartsen-ziekenfondsen en volgens door Hem te bepalen nadere regels, de toepassing van deze bepaling uitbreiden tot andere in artikel 34 bedoelde verstrekkingen.

§ 2.(De Koning kan, na advies van de Nationale Commissie artsen-ziekenfondsen, uitgebracht binnen een termijn die Hij vaststelt, bepalen dat de in artikel 60 bedoelde forfaitaire honoraria die Hij aanwijst, noch aan de verzekering voor geneeskundige verzorging, noch aan fde rechthebbende mogen worden aangerekend, indien de voorschriften die aanleiding geven tot die honoraria, uitgaan van artsen wier voorschrijfgedrag de normen overschrijdt die door de Koning zijn vastgesteld op grond van de criteria en parameters die Hij bepaalt. In dit geval zijn de hiervoren bedoelde forfaitaire honoraria ten laste van de voorschrijvende artsen, volgens de door de Koning te bepalen regelen.)

§ 3.De Koning bepaalt welke instantie de overschrijding van de in de §§ 1 en 2 bedoelde normen vaststelt, alsmede de wijze waarop de artsen beroep kunnen aantekenen tegen de beslissing die dat orgaan op grond van die paragrafen heeft genomen.

Het beroep wordt ingesteld bij een met dat doel bij de Nationale Commissie artsen-ziekenfondsen opgerichte commissie.

Die Commissie is samengesteld uit een tweetalige voorzitter en een tweetalige plaatsvervangende voorzitter, gekozen uit de magistraten van de hoven van beroep en de arbeidshoven, met uitsluiting van de leden van het Openbaar Ministerie.

Ze is bovendien samengesteld uit werkende en plaatsvervangende leden, voor de helft Nederlandstalig en voor de helft Franstalig.

De leden zijn:

a)twee werkende en twee plaatsvervangende leden, gekozen uit de magistraten van de hoven van beroep en de arbeidshoven, met uitsluiting van de leden van het Openbaar Ministerie;

b)vier werkende en vier plaatsvervangende leden, artsen, die de beroepsorganisaties van de geneesheren vertegenwoordigen;

c)vier werkende en vier plaatsvervangende leden, artsen, die de verzekeringsinstellingen vertegenwoordigen.

De Koning benoemt de voorzitter en de leden van de Commissie.

§ 4.De Commissie doet uitspraak na de betrokken voorschrijvende arts te hebben opgeroepen en gehoord.

De betrokkene mag zich door een advocaat of door elke andere persoon van zijn keuze laten bijstaan.

Op straffe van nietigheid wordt elke beslissing gemotiveerd.

§ 5.De Koning bepaalt de wijze waarop de op grond van dit artikel genomen beslissingen ter kennis worden gebracht.

§ 6.De door het in § 3, eerste lid, bedoelde orgaan genomen beslissing is, niettegenstaande beroep, uitvoerbaar vanaf de kennisgeving aan de betrokken arts en, wat de toepassing van § 2 betreft, aan de zorgverleners.

§ 7.In afwijking van § 6, kan de betrokken arts, op de wijze bepaald door de Koning, de opschorting van de uitvoering van de in § 3 bedoelde beslissing vragen.

De opschorting kan enkel worden toegestaan indien:

-ernstige middelen worden aangevoerd;

-de onmiddellijke uitvoering ernstige, moeilijk te herstellen schade dreigt te berokkenen.

De in § 3 bedoelde Commissie doet onverwijld uitspraak over de aanvraag om opschorting. Ze doet uitspraak over de hoofdeis binnen een termijn van drie maanden vanaf de kennisgeving van de beslissing waarmee uitspraak wordt gedaan over het verzoek tot opschorting.

§ 8.De Koning bepaalt de andere procedureregelen die de werking van de in § 3 bedoelde Commissie regelen, alsmede de duur van het mandaat van de leden.

Art. 77bis

(...) bepaalt de Koning na het advies van de Nationale Commissie artsen-ziekenfondsen de voorwaarden en de procedure volgens welke ten aanzien van de artsen van wie overeenkomstig artikel 35bis, § 10, tweede lid, wordt vastgesteld dat zij geneesmiddelen voorschrijven of hebben voorgeschreven buiten de vastgestelde vergoedingsvoorwaarden, zonder op het geneesmiddelenvoorschrift melding te maken van de niet-terugbetaalbaarbeid:

1°de voordelen inzake accreditering voor een bepaalde periode kunnen worden verminderd of ingetrokken;

2°(...).